Insulin-like Growth Factor I

From wikilab
Jump to: navigation, search
Benamingen en codes
Omschrijving Insulin-like Growth Factor I
Synoniemen IGF-I
Loinc 3126-0
Code DIGF1
Aanvraagcode 2500
Afname en methode
Staal Serum
Min volume (?) 200 µL (0.20 mL) serum
Methode Immunochemiluminiscentie
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek Hormonen
Frequentie ma-vr
Doorlooptijd zelfde dag dag
Eenheid ng/mL
Alt. Eenheid nmol/L
Conversie ng/mL × 0.13 = nmol/L

Indicaties

  • Hypofysaire dwerggroei
  • Acromegalie (kat)

Referentie-interval

Laag Hoog Eenheid Laag SI Hoog SI SI eenheid
Hond 200 800 ng/mL 200 800 mol/L
Kat 200 800 ng/mL 200 800 mol/L

Toybreed-hondenrassen kunnen lagere waarden hebben

Conversie

ng/mL × 0.13 = nmol/L
nmol/L x 7.692 = ng/mL

Interpretatie

I.t.t. GH zelf is de secretie van IGF-1 niet episodisch en bovendien heeft een lange halfwaardetijd. De concentratie in een willekeurig staal zou representatief zijn voor de GH-secretie van de laatste 24u. Eén staal is dus voldoende.

<50 ng/mL is diagnostisch voor hypofysaire dwerggroei. Bij dwerggroei kan men best eveneens de schildklierfunctie nagaan gezien enerzijds de sterke overeenkomsten tussen congenitale hypothyroidie en hypofysaire dwerggroei en anderzijds de frequentie waarmee beide samen voorkomen. Laag T4 met laag tot laag normaal TSH ondersteunt de diagnose. Stimulatietesten zijn zelden noodzakelijk.

Ook secundair hypoadrenocorticisme is niet ongewoon. Hiervoor wordt best een ACTH-stimulatietest uitgevoerd.

>1000 ng/mL is diagnostisch voor acromegalie Acromegalie, complicaties hond:

  Diabetes mellitus (belangrijkste), insuline-resistentie kan lang na het verwijderen van de progesteronbron aanhouden.
  ADHmoeilijkheden tgv weke weefselproliferatie thv de bovenste luchtwegen
  Prognatia inferior
  Spondylosis deformans
  Pyometra, mucometra
  Secundair hypoadrenocorticisme igv iatrogene acromegalie tgv bijniercortexatrofie daar progestagenen de ACTH-                 secretie kunnen onderdrukken.

Complicaties kat

  Diabetes mellitus, insuline-resistentie die eventueel leidt tot diabetogene nefropathie (ie. glomerulosclerose) en CNI.
  (frequent)     
  ADHmoeilijkheden tgv weke weefselproliferatie thv de bovenste luchtwegen (ongewoon)
  Arthrose
  Prognatia inferior
  Cardiomyopathie
  Zenuwsymptomen tgv tumorexpansie

Referenties