Eiwit:Creatinine ratio

From wikilab
Jump to: navigation, search
Benamingen en codes
Omschrijving Eiwit:Creatinine ratio urine
Synoniemen UP:UC
Loinc 2890-2
Code DUEIKR
Aanvraagcode 4030
Afname en methode
Staal Urine
Min volume (?) 300 µL (0.3 mL) urine
Methode Berekening
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek Urine
Frequentie ma-za
Doorlooptijd zelfde dag
Eenheid geen
Dog.svgCat.svg


Indicaties

  • Proteïnurie in afwezigheid van een actief urinesediment
  • Monitoring van glomerulaire aandoening

Formule

UP:UC = Eiwit urine (mg/dL*) / Creatinine urine (mg/dL*)

*De eenheid waarin eiwit en creatinine uitgedrukt wordt zijn niet van belang zolang deze maar dezelfde is.

Richtlijnen

Volgens ACVIM consensus statement[1]

Hond
UP:UC Besluit
<0.5 Gezond
0.5-1.0 Zonder azotemie: twijfelachtig, opvolgen
>1.0 Zonder azotemie: abnormaal, verdere diagnostische stappen
≥0.5 Met azotemie: therapie instellen
>2.0 Glomerulaire proteïnurie
Kat
UP:UC Besluit
<0.5 Gezond
0.5-1.0 Zonder azotemie: twijfelachtig, opvolgen
>1.0 Zonder azotemie: abnormaal, verdere diagnostische stappen
≥0.4 Met azotemie: therapie instellen
>2.0 Glomerulaire proteïnurie

Interpretatie

De richtlijnen zijn enkel geldig voor niet-actieve urinesedimenten. Postrenale proteïnurie (infectie, ontsteking, hematurie,...) invalideert de verhouding. Bij aanwezigheid van belangrijke aantallen RBC of WBC in het sediment mag met de ratio geen rekening gehouden worden.

Milde verhogingen kunnen zowel prerenaal, postrenaal als renaal van oorsprong zijn. Vooraleer te besluiten tot een renale eiwitverlies dienen de eerste twee uitgesloten te worden. Tubulair eiwitverlies is meestal <2.0 (1.0-5.0). Proteinurie kan ook voorbijgaand zijn bvb. bij koorts of harde inspanningen.

Matige tot erge verhoging >2.0 (en gewoonlijk >5.0) worden gezien bij glomerulaire aandoeningen zoals glomerulonefritis en amyloïdose. Men kan de verschillende oorzaken van glomerulopathie niet onderscheiden aan de hand van de ernst van de proteinurie.

Interferentie

Hematurie: De ratio verhoogt proportioneel met de hoeveelheid bloed in de urine. Door sterke bijmenging wordt de ratio onbruikbaar. Milde contaminatie door cystocentesis resulteert gewoonlijk geen proteinurie, noch met de teststrip noch met ratio.

Infectie: De ratio is niet bruikbaar in aanwezigheid van urineweginfectie. Bij E. coli infectie bvb kan de ratio tot 40 gaan. Er is in dit geval geen verband tussen de ratio en het aantal RBC of WBC in het urinesediment.

Inflammatie: Steriele inflammatie verhoogt de ratio, hoewel die meestal <2.0 blijft.

Geneesmiddelen: Immunosuppressieve dosissen corticosteroiden (2 mg/kg q12u 6w) veroorzaken een milde verhoging van de ratio (<1.5). Dit wordt toegeschreven aan mesangiale celproliferatie.[2]

Referenties

  1. Lees et al.: Assessment and management of proteinuria in dogs and cats: 2004 ACVIM Forum Consensus Statement (small animal). J. Vet. Intern. Med. 2005;19:377-85. PMID: 15954557.
  2. Waters et al.: Effects of glucocorticoid therapy on urine protein-to-creatinine ratios and renal morphology in dogs. J. Vet. Intern. Med. 1997;11:172-7. PMID: 9183769.