Calcium

From wikilab
Jump to: navigation, search
Benamingen en codes
Omschrijving Calcium
Synoniemen Ca
Loinc 17861-6
Code DCA
Aanvraagcode 0240
Afname en methode
Staal Serum (Heparine)
Min volume (?) 250 µL (0.25 mL) serum/plasma
Methode Fotometrisch
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek Ionen
Frequentie ma-za
Doorlooptijd zelfde dag
Eenheid mg/dL
Alt. Eenheid mmol/L
Conversie mg/dL x 0.25 = mmol/L
Dog.svgCat.svgHorse.svgCattle.svg


Indicaties

  • Lethargie, anorexie, zwakte, braken, constipatie, polyurie, polydipsie
  • Faciale pruritus, tremor, fasciculaties, krampen, tetanie, beroerte
  • Diffuse beenderaandoening
  • Lymfadenopathie
  • ECG afwijkingen: lang QT met normaal QRScomplex of vroegtijdige ventrikelcontractie
  • Na thyroïdchirurgie, vnl bilateraal, gedurende 5-7d

Staalname

Serumtube
  • Afcentrifugeren aanbevolen. Langdurig contact met het stolsel verlaagd het Ca-gehalte[1]

Stabiliteit

  • 7d bij 15-25 °C
  • 3w bij 2-8 °C
  • 8m bij (-15)-(-25) °C

Referentie-interval

Laag Hoog Eenheid Laag SI Hoog SI SI eenheid
Hond 8 12 mg/dL 2 3 mmol/L
Kat 8 12 mg/dL 2 3 mmol/L
Paard 11.7 13.6 mg/dL 2.9 3.4 mmol/L
Rund 9 11.3 mg/dL 2.3 2.8 mmol/L
mg/dL mmol/L
  • Waarden voor pups liggen 1 mg/dL hoger, maar niet bij kittens:
    • Hond <6m tot 1 mg/dL (0.25 mmol/L) hoger
    • Hond (grote rassen) <1j tot 1 mg/dL (0.25 mmol/L) hoger
  • Volbloedpaarden < warmbloedpaarden.
  • Drachtige rund: 1 dag vóór tot 2 dagen na partus: tot 8 mg/dL (2 mmol/L).

Conversie

Calcium mg/dL  x   =  mmol/L
 =   / 


Interpretatie

HyperCa wordt veroorzaakt door een verhoogde resorptie uit been of urine, verhoogde absorptie uit de darm, verminderde excretie of een verminderd plasmavolume. HyperCa moet bevestigd worden op een uitgevast, niet lipemisch staal indien dit niet het geval was. Aan de hand van fosfaat en niertesten kan reeds een eerste differentiatie gemaakt worden.

Laag of normaal fosfaat:paraneoplastisch syndroom, primaire hyperparathyroïdie.

Hoog fosfaat en ureum, kreatinine:nierinsufficiëntie. Men moet zich steeds afvragen of de hyparCa te wijten is aan NI of NI juist veroorzaakt werd door hyperCa en verkalking van de tubuli.

Hoog fosfaat en normale nierfunctie:osteolyse (multiple myeloma), rodenticide intoxicatie (cholecalciferol).

Hypercalcemie wordt in 25% van de gevallen van hypoadrenocorticisme gezien. De ernst van de aandoening correleert met de ernst van de hyperCa. Verdwijnt na het instellen van therapie met corticoïden.[2]

Een belangrijke prognostische factor voor hyperCa is het al of niet aanwezig zijn van nierschade; nefrocalcinosis kan gestopt worden maar de berokkende schade kan leiden tot terminale CNI. Een Ca x P produkt >16 mg/dL of >60-70 mg/dL vereist dringende behandeling wegens gevaar voor irreversiebele nierschade en weke weefsel mineralisatie.

HypoCa wordt veroorzaakt door een hoog verlies via de melk al of niet icm onvoldoende dietaire opname, een verminderde resorptie uit been of urine, verminderde absorptie uit de darm, precepitatie, chelatie en verzeping en vnl. hypoalbuminemie.

Totaal Ca = Ca2+(50%) + eiwitgebonden Ca (40-45%) + gecomplexeerd Ca (5-10%). De uitgebreide eiwitbinding verklaart waarom totaal Ca verlaagt als albumine verlaagt en vice versa. Voor de hond kan hiervoor gecorrigeerd worden adhv volgende formules (ze gaan niet op voor andere diersoorten):

Ca corr = Ca (mg/dL) - albumine (g/dL) + 3.5 Ca corr = Ca (mg/dL) - (0.4 x totaal eiwit (mg/dL)) + 3.3

Bij <7 mg/dL totaal Ca (of <0.7 mmol/L geïoniseerd Ca2+) is supplementatie aangewezen. Bij tekens van tetanie gebeurt dit best intraveneus. De behandeling moet net zolang duren tot de Ca-spiegel stabiel boven 8 mg/dL (of >0.8 mmol/L geïoniseerd Ca2+) blijft.

Significantie Tussen 7.5 – 9 mg/dL is hypoCa meestal asymptomatisch, eens <7.5 mg/dL treden symptomen op en dikwijls niet boven 1.25 mmol/L tenzij het geïoniseerd Ca2+ disproportioneel laag is. De ernst van de symptomen correleert met de magnitude, de snelheid van optreden en de duur van hypoCa. Klinische tekens zijn hoofdzakelijk van neurologische aard. De versterkte prikkelbaarheid leidt in de eerste plaats tot zenuwachtigheid; daalt de spiegel verder ontwikkelen zich focale spiertrekkingen (vnl.oren en kopspieren), stijve gang, tetanie, ataxie, hyperesthesie en aggresiviteit, pijn door krampen, fasciculaties, tremor, tonische spasmen die vergeren bij excitatie en epileptiforme aanvallen. Typische en vroege tekens bij katten zijn fasciale jeuk, lethargie, anorexie en hijgen. Paarden beginnen overmatig te zweten, ontwikkelen tachycardie, hartritmestoornissen en diafragmacontracties synchroon met de hartslag (thumps). Tussen 5 – 8 mg/dL zijn tetanie en ataxie het meest opvallend, <5 mg/dL liggen de dieren neer, zijn versuft en raken stilaan in coma. Runderen vallen <6 mg/dL neer en depressieve effecten van hypoCa halen de overhand: anorexie, tachycardie met gedempte harttonen, ileus met pensdilatatie en constipatie, urine-incontinentie en eventueel placentaretentie. <4 mg/dL raken de dieren in coma en sterven. Symptomen van hypoCa bij de kat zijn eerder intermitterend en van motorische oorsprong, protrusie derde ooglid, ptyalisme; langdurig onbehandelde gevallen ontwikkelen lenticulair cataract. Calcium kan nooit laag genoeg zijn om de stolling af te remmen.

HypoMg kan hypoCa versterken, hyperMg kan hyperCa antagoniseren.

Tussen 12 – 14 mg/dL blijft hyperCa meestal asymptomatisch, eens >14 mg/dL treden klinische tekens op. De ernst van de symptomen correleert met de magnitude, de snelheid van optreden en de duur van hyperCa. Het veroorzaakt pu/pd tgv acute nierinsufficiëntie (ischemie door vasoconstrictie en dikwijls irrevesiebel) of nefrogene diabetes insipidus, nefrocalcinosis, braken, anorexie, constipatie, zwakte, lethargie en zelden arrhythmieën en hartstilstand (>18 mg/dL) of toevallen. Sommige dieren met milde hyperCa vertonen op ECG een verlengd PR-interval en verkort QT-interval. HyperCa zou dieren predisponeren tot pancreatitis. Het stollingsmechanisme ondervindt geen problemen, maar erge hyperCa kan soms aanleiding geven tot stolling van een EDTA-staalwanneer er niet voldoende EDTA in het buisje aanwezig is om al het Ca te complexeren.

Fysiologie

Enkel het geïoniseerd Ca2+ is biologische actief (belangrijkste inhibitor van de PTH secretie). Veranderingen in het totaal Ca weerspiegelen over het algemeen verandering in geïoniseerd Ca2+, maar bij een te laag totaal Ca kan de geïoniseerde fractie binnen normale grenzen blijven waardoor er zich geen symptomen ontwikkelen.

Alkalose verlaagt en acidose verhoogt het geïoniseerd Ca. Snelle correctie van het zuur/base evenwicht kan in het geval van acidose (nierinsufficiëntie) een normale Ca-spiegel doen omslaan in hypocalcemie.

Referenties

  1. Heins et al.: Storage of serum or whole blood samples? Effects of time and temperature on 22 serum analytes. Eur J Clin Chem Clin Biochem 1995;33:231-8. PMID: 7626695.
  2. Peterson & Feinman: Hypercalcemia associated with hypoadrenocorticism in sixteen dogs. J. Am. Vet. Med. Assoc. 1982;181:802-4. PMID: 7141976.