CRP

From wikilab
Jump to: navigation, search
Benamingen en codes
Omschrijving CRP
Synoniemen C-Reactief proteïne
Loinc 1988-5
Code DCCRP
Aanvraagcode 0430
Afname en methode
Staal Serum (L-Heparine, EDTA)
Min volume (?) 250 µL (0.25 mL) serum
Methode Immunoturbidimetrie
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek Eiwitten
Frequentie ma-za
Doorlooptijd zelfde dag
Eenheid mg/dL
Alt. Eenheid mg/L
Conversie mg/dL x 10 = mg/L
Dog.svg

CRP of C-reactief proteïne is een acuut fase eiwit (APP) dat bij honden snel en sterk stijgt bij ontsteking in zijn algemeenheid. Hoe ernstiger het inflammatieproces, hoe hoger de concentratie.

Indicaties

  • Elke klinische of subklinische inflammatie
  • Therapie-opvolging van elk inflammatoir proces
  • Punctievocht: differentiatie exsudaat vs transudaat

Afname

Serumtube

Referentie-interval

Laag Hoog Eenheid Laag SI Hoog SI SI eenheid
Hond <0.1 mg/dL <1 mg/L

Conversie

mg/dL x 10 = mg/L

mg/L X 0.1 = mg/dL  

Interpretatie[1]

De test is aspecifiek: elk inflammatoir proces ongeacht de oorzaak kan gepaard gaan met een verhoogde waarde.

  • Trauma inclusief chirurgie. Hoe uitgebreider de weefselschade hoe hoger de waarde.
  • Gastro-intestinale inflammatie: toxisch geïnduceerd, IBD en obstructief[2]. Bij gastro-intestinale aandoeningen zonder of een indirecte variabele ontstekingsreactie zoals malabsorptie, EPI, bacteriële overgroei is er geen consistente verhoging.
  • Pancreatitis: necrotiserende > milde interstitiële.
  • Bij een aantal specifieke infectieuze ziekten bij honden werd reeds een verhoogd CRP vastgesteld: babesiose, leishmaniase, leptospirose, parvovirose, trypanosomiase, infectie met Bordetella bronchiseptica, Ehrlichia canis, en Escherichia coli sepsis; zowel bij acute als chronische infecties. Bovendien bestaat er een correlatie tussen de concentratie van APP's en de ernst van de ziekte, met hogere waarden bij erge of gecompliceerde gevallen. Een verband met antilichaam titers is er echter niet wellicht omdat deze corresponderen met de latere verworven immuunrespons en niet met de vroege ontstekingsreactie.
  • Auto-immune aandoeningen: hemolytische anemie, actieve rheumatoïde en non-erosieve polyarthritis.
  • Neoplasie
    • bij gemetastaseerde of gecompliceerde melkkliertumoren > gelokaliseerd maligne of benigne.
    • mastceltumoren en sarcomas[3]
  • Cystitis: acute bacteriële cystitis > chronische. [4]
  • Chronische hartklepaandoeningen werden tevens geassocieerd met een verhoogde concentratie tov klinisch normale honden. De stijging is echter mild en er bestaat een belangrijke overlapping. [5]

In vergelijking tot de WBC-telling is de verhoging van de CRP concentratie sneller maar normaliseert ook sneller.

Monitoring

Het afnemen van de concentratie in de tijd is suggestief voor herstel, het toenemen voor therapeutisch falen of herval.

CRP is echter niet bruikbaar om het effect van NSAID's op de korte termijn op te volgen.Vermoedelijk omdat NSAID's geen directe invloed hebben op de productie van IL-6, de voornaamste stimulans in de CRP-productie.[6]

Punctievocht[7]

Exsudaat > transudaat

Ras

De mediane CRP concentratie bij Miniatuur Schnauzers blijkt lichtjes hover dan bij andere hondenrassen. Of er een verband is met idiopatische hyperlipemie, pancreatitis, en een mogelijk verhoogd risisco op atherosclerose dient nog onderzocht te worden.[8]

Leeftijd

Pups (1m) reageren minder sterk dan dieren van 3m en ouder. [9]

Dracht

CRP stijgt tijdens zwangerschap en piekt tussen de 30 tot 45d na ovulatie vermoedelijk ten gevolge van een inflammatoire reactie geïnduceerd door endometriale innesteling. [10] Als vroege zwangerschapstest riskeert men vals-positieven indien er geen zekerheid bestaat over de dekdatum en de afwezigheid van inflammatoire aandoeningen. Een betrouwbare anamnese, klinisch onderzoek en een positieve relaxinetest versterkt de drachtdiagnose.

Interferentie

  • Sterke troebeling zoals lipemie resulteert in vals verhoogde waarden.
  • Bij gezonde honden konden corticosteroïden geen invloed uitoefenen op de CRP concentratie.[11]

Fysiologie

CRP dankt zijn naam aan de reactie met het C(apsulair) polysaccharide van Streptococcus pneumoniae (pneumokok) en andere G+ bacteriën.

De functie van het eiwit is opsonisatie. Het bindt met fosfocholine en gerelateerde celmembraanlipiden evenals DNA waardoor het complement systeem via het C1Q complex geactiveerd wordt. Fosfocholine komt in het bijzonder tot expressie op het oppervlak van stervende en dode cellen en sommige bacteriën.[12] In zeker zin kan het bekeken worden als een primitief antilichaam.

De productie van APP's wordt gestuurd door cytokines. Synthese vindt in hoofdzaak in de lever plaats, hoewel ook productie in lokale weefsels gesuggereerd of beschreven werd.

Het pathofysiologisch belang van het eiwit varieert sterk van diersoort tot diersoort. CRP is bij de hond en het varken een primair APP dat duidelijk reageert tijdens ontstekingsprocessen, waar het bij katten en runderen slechts lichtjes stijgt in vergelijkbare omstandigheden.[13]

Referenties

  1. Ceron et al.: Acute phase proteins in dogs and cats: current knowledge and future perspectives. Vet Clin Pathol 2005;34:85-99. PMID: 15902658.
  2. Israeli et al.: Serum pepsinogen-A, canine pancreatic lipase immunoreactivity, and C-reactive protein as prognostic markers in dogs with gastric dilatation-volvulus. J. Vet. Intern. Med. 2012;26:920-8. PMID: 22594637. DOI.
  3. Chase et al.: Acute phase protein levels in dogs with mast cell tumours and sarcomas. Vet. Rec. 2012;170:648. PMID: 22659923. DOI.
  4. Seo et al.: C-reactive protein as an indicator of inflammatory responses to experimentally induced cystitis in dogs. J. Vet. Sci. 2012;13:179-85. PMID: 22705740.
  5. Rush et al.: C-reactive protein concentration in dogs with chronic valvular disease. J. Vet. Intern. Med. 2006;20:635-9. PMID: 16734101.
  6. Borer et al.: Effect of carprofen, etodolac, meloxicam, or butorphanol in dogs with induced acute synovitis. Am. J. Vet. Res. 2003;64:1429-37. PMID: 14620781.
  7. Parra et al.: Concentrations of C-reactive protein in effusions in dogs. Vet. Rec. 2006;158:753-7. PMID: 16751309.
  8. Wong et al.: Serum C-reactive protein concentrations in healthy Miniature Schnauzer dogs. Vet Clin Pathol 2011;40:380-3. PMID: 21848676. DOI.
  9. Hayashi et al.: A comparison of the concentrations of C-reactive protein and alpha1-acid glycoprotein in the serum of young and adult dogs with acute inflammation. Vet. Res. Commun. 2001;25:117-26. PMID: 11243653.
  10. Kuribayashi et al.: Determination of serum C-reactive protein (CRP) in healthy beagle dogs of various ages and pregnant beagle dogs. Exp. Anim. 2003;52:387-90. PMID: 14625403.
  11. Martínez-Subiela et al.: Effects of different glucocorticoid treatments on serum acute phase proteins in dogs. Vet. Rec. 2004;154:814-7. PMID: 15260442.
  12. Thompson et al.: The physiological structure of human C-reactive protein and its complex with phosphocholine. Structure 1999;7:169-77. PMID: 10368284.
  13. Proteins, Proteomics, and the Dysproteinemias in Clinical Biochemistry of Domestic Animals; 6th Ed, 2008; Jiro Jerry Kaneko, John W. Harvey, Michael L. Bruss; ISBN 9780123704917

Links