Amylase

From wikilab
Jump to: navigation, search
Benamingen en codes
Omschrijving Amylase
Synoniemen α-Amylase
Loinc 1798-8
Code AMYL
Aanvraagcode 2000
Afname en methode
Staal Serum (Heparine)
Min volume (?) 250 µL (0.25 mL) serum/plasma
Methode Colorimetrisch
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek Pancreas
Frequentie ma-za
Doorlooptijd zelfde dag
Eenheid IU/L

Indicaties

  • Routineparameter pancreas (hond)
  • Braken (zeker bij obese dieren), abdominale pijn.
  • Steriel abdominaal exsudaat
  • Icterus
  • Voorgeschiedenis van pancreatitis

Staalname

Serumtube

Stabiliteit

  • 7d bij 15-25 °C
  • 1m bij 2-8 °C

Referentie-interval

Laag Hoog Eenheid Laag SI Hoog SI SI eenheid
Hond >1500 IU/L >1500 mU/mL
Kat >1850 IU/L >1850 mU/mL

Interpretatie

Gevaar: Correleert niet met de ernst van pancreatitis, dus geen paniekwaarden.

Lage waarden correleren niet met EPI en zijn verder klinisch niet significant. Langs de andere kant sluiten normale tot licht verhoogde waarden EPI niet uit.


Hyperamylasemie:

Enkel waarden meer dan twee tot drie keer de bovenste limiet zijn kenmerkend voor pancreatitis. Amylase is ook frequent gestegen (2-3x) bij nierinsufficiëntie. Acute pancreatitis en nierinsufficiëntie treden soms tegelijk op: in dit geval verwacht men een 3 tot 4-voudige stijging of hoger. Dit bemoeilijkt de interpretatie heel wat wanneer een verhoogd amylase gemeten wordt bij een brakende azotemische hond daar erge duodenitis of duodenaal vreemd voorwerp exact het zelfde klinische beeld oplevert.

De test is een onbetrouwbare indicator voor pancreatitis bij de kat daar veel gevallen een normale amylase-activiteit vertonen.

Als de activiteit in abdominaal punctievocht < serum is een aseptisch exsudaat tgv pancreatitis mogelijk; ook dundarmruptuur is mogelijk. Bij de hond kan tot 62% van het amylase aanwezig zijn onder de vorm van macroamylase (complexen van amylasen en Ig). Dit complex heeft een significant hogere halfwaardetijd wat de hoge referentiewaarden bij deze diersoort kan verklaren.

Amylase bij gezonde dieren is afkomstig van pancreas en duodenum. De klaring van het enzyme is afhankelijk van de nieren zowel in normale als pathologische omstandigheden.

Fysiologie

α‐amylasen (1,4‐α‐D‐glucanohydrolasen, EC 3.2.1.1) katalyseren de hydrolytische degradatie van polymerische koolhydraten zoals amylose, amylopectine en glycogeen door klieving van 1,4‐α‐glucosidische bnidingen. Bij polysacchariden en oligosacchariden worden verschillende glycosidische bindingen simultaan gehydrolyseerd. Maltotriose, het kleinste oligosaccharide, wordt geconverteerd in maltose en glucose, zij het zeer traag. Man kan twee types α‐amylasen onderscheiden, het pancreastype (P‐type) en het speekseltype (S‐type). Het P‐type vindt men bijna uitsluitend in de pancreas, het S‐type daarentegen in diverse organen waaronder de de speekselklieren maar ook in traanvocht, zweet, melk, amnionvocht, longen, testes en eileiders.

Referenties

Links