ACTH

Uit wikilab
Ga naar: navigatie, zoeken
Benamingen en codes
Omschrijving ACTH
Synoniemen Adrenocorticotroop hormoon, Corticotropine
Loinc 2141-0
Code DACTHI
Aanvraagcode 2340
Afname en methode
Staal EDTA-plasma ingevrozen
Min volume (?) 200 µL (0.2 mL) plasma
Methode Immunochemiluminiscentie
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek Bijnier
Frequentie ma-za
Doorlooptijd zelfde dag
Eenheid pg/mL
Alt. Eenheid pmol/L
Conversie pg/mL x 0.222 = pmol/L
Horse.svgDog.svgCat.svg


Indicaties

Hond[1]

  • Tweedelijnstest, beste test om bijnier-afhankelijk, i.e. bijniertumoren (BT) van hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticme/Cushing (HAC) te onderscheiden nadat het bestaan van hyperadrenocortisicme werd bevestigd door een ACTH stimulatietest of LDDST. Niet om HAC op zich te diagnosticeren.
  • Differentiatie tussen primair en secundair hypoadrenocorticisme

Kat[1]

  • Tweedelijnstest, beste test om bijnier-afhankelijk, i.e. bijniertumoren (BT) van hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticme/Cushing (HAC) te onderscheiden nadat het bestaan van hyperadrenocortisicme werd bevestigd door een ACTH stimulatietest of LDDST. Niet om HAC op zich te diagnosticeren.

Paard

  • Diagnose van pituitary pars intermedia dysfunction (PPID), oudere paarden met hirsutisme[2]

Staalname

EDTA tube


  • Plasma onmiddellijk afcentrifugeren en invriezen. Zowel literatuur[3][1] als eigen onderzoek is unaniem over het feit dat scheiden en invriezen van plasma analytisch de meest betrouwbare resultaten geeft. Eigen onderzoek bij paarden heeft echter uitgewezen dat het verzenden binnen de 4u op volbloed (niet gecentrifugeerd en ingevrozen) klinisch bruikbare resultaten oplevert, en beter dan wel afgecentrifugeerd maar niet ingevrozen plasma.
  • Inspanning, excitatie en stress vermijden
  • Staal afnemen vooraleer een ACTH stimulatietest uitgevoerd wordt of minstens een dag tussen laten.
  • Toevoeging van aprotinin (een enzyme inhibitor) helpt ACTH bij <4°C stabiliseren maar interfereert met onze methode[3]
  • De kans op diagnose van PPID bij paarden is het grootst in de herfst.[4]

Referentie-interval

Laag Hoog Eenheid Laag SI Hoog SI SI eenheid
Hond1 5.6 15.3 pg/mL 1.2 3.4 pmol/L
Paard (nov-jul)2 <29 pg/mL <6.4 pmol/L
Paard (aug-okt)2 <47 pg/mL <10.4 pmol/L

1Het doeleinde van de test bij hond is differentiatie tussen een functionele biniertumor en hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticisme, ma.w. de klinische cut-offs (zie interpretatie) zijn van belang en niet louter het referentie-interval waargenomen bij gezonde dieren.

2Paarden hebben duidelijk hogere waarden tijdens de herfstmaanden: op het noordelijk halfrond van augustus tot en met oktober.[5][6]

Conversie

ACTH pg/mL  x   =  pmol/L
 =   / 


Interpretatie

Hond

Hyperadrenocorticisme[3]
Resultaat Interpretatie
<10 pg/mL BT (HAC mogelijk)
10–12 pg/mL onbeslist, test herhalen
>12 pg/mL HAC (BT uitgesloten)

Theoretisch valt een hoge concentratie te verwachten bij HAC (autonome productie) en een lage concentratie bij BT (negatieve feedback). In de praktijk wordt echter ook een episodische release van ACTH vastgesteld bij HAC.[7]. In deze gevallen zal men een normale of zelfs verlaagde concentratie vaststellen. Het herhalen van de test zal de zekerheid rond de diagnose van BT doen toenemen indien opnieuw een verlaagde waarde wordt gemeten.

Hypoadrenocorticisme
Resultaat Interpretatie
<10 pg/mL secundair hypoA
10–45 pg/mL niet diagnostisch (1%)
>45 pg/mL primair hypoA

Primair hypoA gaat meestal gepaard met zeer hoge ACTH waarden (>500 pg/mL) door een volledig gebrek aan negatieve feedback. Secundair hypoA daarentegen met lage of ondetecteerbare levels (<5 pg/mL)[8]

De cortisol (nmol/L)/ACTH (pmol/L) ratio bij gezonde honden lag tussen de 1-26[9]

Kat

Resultaat Interpretatie
<10 pg/mL diagnostisch voor BT
20-45 pg/mL onbeslist, test herhalen (29%)
>45 pg/mL diagnostisch voor HAC

Paard

Het verschil in de mediane ACTH-concentratie tussen een PPID en een niet-PPID groep was het grootst van Aug tot en met Sep.[6]

In een populatie oude paarden (≥15 j) waarin een groep met hirsutisme en 3 of meer bijkomende klinische tekens voor PPID enerzijds en een groep zonder klinische aanwijzingen voor PPID was tijdens niet-herfstmaanden de sensitiviteit 80% en specificiteit 83% bij een cut-off van 29.7 pg/mL. In de herfst waren beide tegen de 100% met een cut-off van 77.4 pg/mL. De herfst is dan ook de meest geschikte periode om de aandoening te diagnosticeren. Er werden geen verschillen gevonden tussen paarden en ponies.[4]


Interferentie

Verlaagd

  • Langdurige en/of hoge dosis glucocorticoïden beïnvloeden de hypothalamus-hypofysaire-bijnier as. Afhankelijk van het gebruikte preparaat moet 2-4w na stopzetting gewacht worden met het testen van de bijnierfunctie.
  • Aprotinin toegevoegd aan het staal als enzyme-inhibitor verlaagt meting bij de door ons aangewende methode.
  • Niet naleven van de aanbevelingen rond staalafname

Verhoogd

  • Exogeen toegediend ACTH: laat minstens 1d tussen een ACTH stimulatietest en een ACTH bepaling

Fysiologie

ACTH is een 39-aminozuur polypeptide hormoon geproduceerd in de voorste adenohypofyse. De biologische activiteit wordt bepaald door de eerste 24 aminozuren (vanaf de N-terminal). Hoewel er tussen diersoorten variatie bestaat, zijn de eerste 24 aminozuren evolutionair sterk geconserveerd.[10]

ACTH wordt pulsatiel vrijgezet zoals aangetoond in de hypofysaire vene bij het paard[11]. Metingen in het perifere bloed wezen op een episodische secretie bij honden met gemiddeld 9 pieken per 24u[12].

Het stimuleert de productie en vrijzetting van cortisol in de bijnierschors. Zelf staat het onder controle van de hypothalamus via CRH en arginine vasopressine en van de bijnier via negatieve feedback.[10]

De activiteit van de pars intermedia bij paarden vertoont een seizoensritme dat het hoogst is tijdens de herfst op het ogenblik dat de dagen beginnen te korten.[13] Hoe verder van de evenaar hoe vroeger de (herfst)piek optreedt. In Finland bvb. valt deze reeds in de late zomer (Augustus).[14]

Referenties

  1. 1,0 1,1 1,2 Blackwell's Five-Minute Veterinary Consult: Laboratory Tests and Diagnostic: Canine & Feline; Shelly L. Vaden; 2009; ISBN 978-0-8138-1748-4
  2. McGowan et al.: Prevalence, risk factors and clinical signs predictive for equine pituitary pars intermedia dysfunction in aged horses. Equine Vet. J. 2013;45:74-9. PMID: 22594955. DOI.van der Kolk et al.: Laboratory diagnosis of equine pituitary pars intermedia adenoma. Domest. Anim. Endocrinol. 1995;12:35-9. PMID: 7621678.
  3. 3,0 3,1 3,2 Scott-Moncrieff et al.: Validation of a chemiluminescent enzyme immunometric assay for plasma adrenocorticotropic hormone in the dog. Vet Clin Pathol 2003;32:180-7. PMID: 14655102.
  4. 4,0 4,1 Mc Gowan et al.: Evaluation of basal plasma α-melanocyte-stimulating hormone and adrenocorticotrophic hormone concentrations for the diagnosis of pituitary pars intermedia dysfunction from a population of aged horses. Equine Vet J 2013;45:66-73. PMID: 22563728. DOI.
  5. Schreiber et al.: Seasonal variation in results of diagnostic tests for pituitary pars intermedia dysfunction in older, clinically normal geldings. J. Am. Vet. Med. Assoc. 2012;241:241-8. PMID: 22765372. DOI.Lee et al.: The use of adrenocorticotrophic hormone as a potential biomarker of pituitary pars intermedia dysfunction in horses. Vet. J. 2010;185:58-61. PMID: 20537574. DOI.Cordero et al.: Circadian and circannual rhythms of cortisol, ACTH, and α-melanocyte-stimulating hormone in healthy horses. Domest. Anim. Endocrinol. 2012;43:317-24. PMID: 22717182. DOI.
  6. 6,0 6,1 Copas & Durham: Circannual variation in plasma adrenocorticotropic hormone concentrations in the UK in normal horses and ponies, and those with pituitary pars intermedia dysfunction. Equine Vet. J. 2012;44:440-3. PMID: 21848531. DOI.
  7. Kemppainen & Sartin: Evidence for episodic but not circadian activity in plasma concentrations of adrenocorticotrophin, cortisol and thyroxine in dogs. J. Endocrinol. 1984;103:219-26. PMID: 6092507.
  8. Herrtage ME. Hypoadrenocorticism. In: Ettinger SJ, Feldman EC, editors. Textbook of Veterinary Internal Medicine. 6th ed. St. Louis, Missouri: Elsevier; 2005. pp. 1612–1622.
  9. Javadi et al.: Aldosterone-to-renin and cortisol-to-adrenocorticotropic hormone ratios in healthy dogs and dogs with primary hypoadrenocorticism. J. Vet. Intern. Med. 2006;20:556-61. PMID: 16734089.
  10. 10,0 10,1 Clinical Biochemistry of Domestic Animals; 6th Ed, 2008; Jiro Jerry Kaneko, John W. Harvey, Michael L. Bruss; ISBN 9780123704917
  11. Alexander et al.: Short-term secretion patterns of corticotropin-releasing hormone, arginine vasopressin and ACTH as shown by intensive sampling of pituitary venous blood from horses. Neuroendocrinology 1994;60:225-36. PMID: 7969780. Redekopp et al.: Spontaneous and stimulated adrenocorticotropin and vasopressin pulsatile secretion in the pituitary venous effluent of the horse. Endocrinology 1986;118:1410-6. PMID: 3004914. DOI.
  12. Kemppainen & Sartin: Evidence for episodic but not circadian activity in plasma concentrations of adrenocorticotrophin, cortisol and thyroxine in dogs. J. Endocrinol. 1984;103:219-26. PMID: 6092507.
  13. McFarlane et al.: Effects of season and sample handling on measurement of plasma alpha-melanocyte-stimulating hormone concentrations in horses and ponies. Am. J. Vet. Res. 2004;65:1463-8. PMID: 15566081.
  14. McFarlane et al.: The effect of geographic location, breed, and pituitary dysfunction on seasonal adrenocorticotropin and α-melanocyte-stimulating hormone plasma concentrations in horses. J. Vet. Intern. Med. 2011;25:872-81. PMID: 21745243. DOI.

Links