Insuline: verschil tussen versies

Uit wikilab
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 15: Regel 15:
 
|unit = mU/L
 
|unit = mU/L
 
|alt_unit = pmol/L
 
|alt_unit = pmol/L
|conv =  µU/ml x 7.18 = pmol/L
+
|conv =  mU/L x 7.18 = pmol/L
 
|}}
 
|}}
  
Regel 43: Regel 43:
 
| 9.0
 
| 9.0
 
| 25.0
 
| 25.0
| µU/ml
+
| mU/L
 
|  
 
|  
 
| 65
 
| 65
Regel 50: Regel 50:
 
|-
 
|-
 
! Kat
 
! Kat
| 5
+
| 10
 +
| 32
 +
| mU/L
 +
|
 +
| 71
 +
| 230
 +
| pmol/L
 +
|-
 +
! Fret
 +
| 10
 +
| 287
 +
| mU/L
 +
|
 +
| 71
 +
| 230
 +
| pmol/L
 +
|-
 +
! Paard
 +
| 10
 +
| 30
 +
| mU/L
 +
|
 +
| 71
 +
| 215
 +
| pmol/L
 +
|-
 +
! Rund
 +
| 7
 
| 20
 
| 20
| µU/ml
+
| mU/L
 
|  
 
|  
| 36
+
| 50
 
| 144
 
| 144
 
| pmol/L
 
| pmol/L
 
|}
 
|}
 
===Conversie===
 
===Conversie===
  µU/ml x 7.18 = pmol/L
+
  mU/L x 7.18 = pmol/L
  pmol/L x 0.1393 = µU/ml
+
  pmol/L x 0.1393 = mU/L
  
 
== Interpretatie ==
 
== Interpretatie ==
Regel 67: Regel 94:
 
Bij ''hypoglycemie''
 
Bij ''hypoglycemie''
  
   Bloedglucose < 60 mg/dL en insuline > 20 µU/ml diagnostisch voor insulinoma
+
   Bloedglucose < 60 mg/dL en insuline > 20 mU/L diagnostisch voor insulinoma
   10 -20 µU/ml; insulinoma mogelijk, maar ook relatief hyperinsulinisme
+
   10 -20 mU/L; insulinoma mogelijk, maar ook relatief hyperinsulinisme
 
   5 - 10 µi/ml; insulinoma mogelijk
 
   5 - 10 µi/ml; insulinoma mogelijk
   <5 µU/ml; insulinoma onmogelijk
+
   <5 mU/L; insulinoma onmogelijk
  
 
Bij ''hyperglycemie''
 
Bij ''hyperglycemie''
Regel 79: Regel 106:
 
   Insulineresistentie: laag, normaal of verhoogd
 
   Insulineresistentie: laag, normaal of verhoogd
  
Toegediend insuline wordt tot 24u p.i. in het bloed teruggevonden. 24u na de laatste injectie meet men gewoonlijk < 50 µU/ml.
+
Toegediend insuline wordt tot 24u p.i. in het bloed teruggevonden. 24u na de laatste injectie meet men gewoonlijk < 50 mU/L.
  
Diabetes mellitus type I gaat meestal gepaard met < 10 µU/ml.
+
Diabetes mellitus type I gaat meestal gepaard met < 10 mU/L.
 
Hond IDDM bijna 100%
 
Hond IDDM bijna 100%
 
Kat IDDM, 50-70%; NIDDM, 30-50%
 
Kat IDDM, 50-70%; NIDDM, 30-50%
 
[[Category:LabWijzer]]
 
[[Category:LabWijzer]]
 
[[Category:Hormonen]]
 
[[Category:Hormonen]]

Versie van 22 jan 2013 om 10:00

Benamingen en codes
Omschrijving Insuline
Synoniemen
Loinc 20448-7
Code DINSUL
Aanvraagcode 2510
Afname en methode
Staal Serum (EDTA)
Min volume (?) 500 µL (0.5 mL) serum/plasma
Methode RIA
Rapportering
Rubriek Biochemie
Subrubriek KHD-metabolisme
Frequentie 1x/w
Doorlooptijd 1 week
Eenheid mU/L
Alt. Eenheid pmol/L
Conversie mU/L x 7.18 = pmol/L

Indicaties

  • Diagnose insulinoma samen met glucose
  • Differentiatie diabetes mellitus type I en type II

Staalname

UITGEVAST staal.

Hemolytische sera zijn niet geschikt aangezien erythrocyten insulinase-aktiviteit bevatten wat en invloed kan hebben op de bepaling.

Voor het aantonen van een insulinoma wordt het staal best genomen op een moment dat de glucosespiegel < 60 mg/dL (best < 50 mg/dL).

Referentie-interval

Laag Hoog Eenheid Laag SI Hoog SI SI eenheid
Hond 9.0 25.0 mU/L 65 180 pmol/L
Kat 10 32 mU/L 71 230 pmol/L
Fret 10 287 mU/L 71 230 pmol/L
Paard 10 30 mU/L 71 215 pmol/L
Rund 7 20 mU/L 50 144 pmol/L

Conversie

mU/L x 7.18 = pmol/L
pmol/L x 0.1393 = mU/L

Interpretatie

Gevaar: geen tenzij tevens hypoglycemie.

Bij hypoglycemie

  Bloedglucose < 60 mg/dL en insuline > 20 mU/L diagnostisch voor insulinoma
  10 -20 mU/L; insulinoma mogelijk, maar ook relatief hyperinsulinisme
  5 - 10 µi/ml; insulinoma mogelijk
  <5 mU/L; insulinoma onmogelijk

Bij hyperglycemie

  De insulinespiegel bij diabetes is nogal variabel zodat er weinig uit afgeleid kan worden
  IDDM: laag - normaal
  NIDDM: laag, normaal of verhoogd
  Insulineresistentie: laag, normaal of verhoogd

Toegediend insuline wordt tot 24u p.i. in het bloed teruggevonden. 24u na de laatste injectie meet men gewoonlijk < 50 mU/L.

Diabetes mellitus type I gaat meestal gepaard met < 10 mU/L. Hond IDDM bijna 100% Kat IDDM, 50-70%; NIDDM, 30-50%