Fenobarbital: verschil tussen versies
(→Interpretatie) |
(→Staalname) |
||
Regel 23: | Regel 23: | ||
==Staalname== | ==Staalname== | ||
{{serum}} | {{serum}} | ||
− | |||
− | |||
− | |||
− | + | '''Frequentie''' | |
+ | *na instellen van de therapie | ||
+ | *hercontrole na 3m | ||
+ | *routinecontrole vervolgens om de 6m. | ||
+ | *na elke dosiswijziging | ||
+ | *Bij het starten of wijzigen van de dosering 15 d (5 x t1/2) wachten vooraleer opnieuw een steady state bereikt wordt | ||
+ | |||
+ | '''Tijdstip van afname''' | ||
+ | *toxiciteit: piekconcentratie, ie 4-6u na de laatste toediening | ||
+ | *hervallen: dalconcentratie, ie vlak voor de volgende toediening | ||
+ | *steady state onbekend: beide concentraties noodzakelijk | ||
+ | *routinecontrole in steady state zonder klachten: één van beide volstaat. Tijdens steady state is er weinig verschil tussen piek en dal. Dalconcentratie theoretisch het meest geschikt om onderdosering te detecteren. Gebruik voor dezelfde patient in elk geval steeds hetzelfde meetpunt. | ||
==Referentie-interval== | ==Referentie-interval== |
Versie van 25 sep 2013 om 11:04
|

Inhoud
Indicaties
- Instellen en opvolgen fenobarbital- of primidonetherapie bij epilepsiepatiënten, minstens om de 6m of telkens het dier hervalt.
- Overdosis: slaperigheid, ataxie, polydipsie, polyfagie.
Staalname
Frequentie
- na instellen van de therapie
- hercontrole na 3m
- routinecontrole vervolgens om de 6m.
- na elke dosiswijziging
- Bij het starten of wijzigen van de dosering 15 d (5 x t1/2) wachten vooraleer opnieuw een steady state bereikt wordt
Tijdstip van afname
- toxiciteit: piekconcentratie, ie 4-6u na de laatste toediening
- hervallen: dalconcentratie, ie vlak voor de volgende toediening
- steady state onbekend: beide concentraties noodzakelijk
- routinecontrole in steady state zonder klachten: één van beide volstaat. Tijdens steady state is er weinig verschil tussen piek en dal. Dalconcentratie theoretisch het meest geschikt om onderdosering te detecteren. Gebruik voor dezelfde patient in elk geval steeds hetzelfde meetpunt.
Referentie-interval
Laag | Hoog | Eenheid | Laag SI | Hoog SI | SI eenheid | ||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Hond | 15 | 45 | mg/L | 65 | 194 | µmol/L | |
Kat | 20 | 40 | mg/L | 86 | 172 | µmol/L | |
Paard | 30 | 40 | mg/L | 129 | 172 | µmol/L |
Therapeutische concentratie bij monotherapie
Conversie
Interpretatie
Dosiscorrectie
Het bijstellen van de dosis kan op basis van een dubbelmeting (meest nauwkeurig) of op basis van een enkelvoudige meting.
Indien geen respons ondanks een dalconcentratie binnen het therapeutisch bereik, mag men de dosis voorzichtig opdrijven met stapjes van 5 mg/L tot de maximum therapeutische concentratie of de beoogde respons bereikt werd.
Bij toxiciteit gaat men hetzelfde te werk maar in omgekeerde zin tot de minimum therapeutische concentratie ingesteld is.
Op basis van een enkelvoudige meting
nieuwe dosis = (oude dosis x doelconcentratie) / gemeten concentratie |
M.a.w. als de dosis verdubbelt, zal de bereikte plasmaconcentratie ook verdubbelen en vice versa.
Op basis van piek- en dalconcentratie
Met de piek- (C1) en de dalconcentratie (C2) kan men de eliminatieconstante ke en de halfwaardetijd (t1/2) berekenen aan de hand van volgende formules.
ke = ln(C1/C2) / (t2-t1)
t1/2 = 0.693 / -ke
Indien t1/2 <36u of de piek- en dalconcentratie >25% verschillen wordt een 3x-daagse dosis aangeraden.
KBr:
Combinatie met KBr verbreedt het therapeutisch bereik (4-56 mg/L). Aangezien sommige honden enkel met KBr gebaat zijn, is er geen echte benedengrens voor de therapeutische fenobarbitalconcentratie igv combinatietherapie.
Fenobarbital | Primidone | |
Absorptie oraal
Distributie |
hond 0.7 l/kg | idem |
Halfwaardetijd | 32-75 u | 6.1 u |
Steady state | 14-16 d | 14-16 d |
Dosis hond | 2 mg/kg 2x/d | 11-25 mg/kg 1-2x/d |
Dosis kat | idem | niet aangeraden |
Nevenwerkingen:
Fenobarbital induceert leverenzymes (ALP, ALT) bij de meeste honden maar zelden bij de kat. Chronisch gebruik kan ook het serum albumine en cholesterol doen dalen hoewel ernstig leverfalen (icterus, cirrhose, encefalopathie) heel ongewoon is. Dosisvermindering is gewoonlijk voldoende om de leverenzymes te doen dalen. Bromide kan noodzakelijk zijn om de epilepsie-aanvallen onder controle te houden.