Fenobarbital: verschil tussen versies
(→Op basis van piek- en dalconcentratie) |
(→Dosiscorrectie) |
||
Regel 86: | Regel 86: | ||
====Op basis van piek- en dalconcentratie==== | ====Op basis van piek- en dalconcentratie==== | ||
− | Met | + | Met de piek- (C1) en de dalconcentratie (C2) kan men de halfwaardetijd (t<sub>1/2</sub>) en de eliminatieconstante k<sub>e</sub> berekenen aan de hand van volgende formules. |
+ | |||
+ | t<sub>1/2</sub> = 0.693 / -k<sub>e</sub> | ||
+ | |||
+ | k<sub>e</sub> = ln(C1/C2) / (t2-t1) | ||
− | |||
− | |||
Indien t<sub>1/2</sub> <36u of de piek- en dalconcentratie >25% verschillen wordt een 3x-daagse dosis aangeraden. | Indien t<sub>1/2</sub> <36u of de piek- en dalconcentratie >25% verschillen wordt een 3x-daagse dosis aangeraden. |
Versie van 24 sep 2013 om 22:53
|

Inhoud
Indicaties
- Instellen en opvolgen fenobarbital- of primidonetherapie bij epilepsiepatiënten, minstens om de 6m of telkens het dier hervalt.
- Overdosis: slaperigheid, ataxie, polydipsie, polyfagie.
Staalname
Tijdstip: 2-4w na instellen van de therapie en na elke dosiswijziging en 3m later. De halfwaardetijd kan lang genoeg zijn om met één enkel staal vlak voor de volgende inname te volstaan, maar ook kort genoeg om de piekconcentratie nodig te hebben, i.e. 4-6 u na de laatste inname. Beide worden dus aangeraden.
Indien de patiënt niet hervalt volstaat een staal vlak voor de volgende inname en dit om de 6m.
Referentie-interval
Laag | Hoog | Eenheid | Laag SI | Hoog SI | SI eenheid | ||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Hond | 15 | 45 | mg/L | 65 | 194 | µmol/L | |
Kat | 20 | 40 | mg/L | 86 | 172 | µmol/L | |
Paard | 30 | 40 | mg/L | 129 | 172 | µmol/L |
Therapeutische concentratie bij monotherapie
Conversie
Interpretatie
Dosiscorrectie
Het bijstellen van de dosis kan op basis van een dubbelmeting (meest nauwkeurig) of op basis van een enkelvoudige meting.
Bij het starten of wijzigen de dosering moet men 15 d (5 x t1/2) wachten vooraleer men opnieuw een steady state bereikt.
Op basis van piek- en dalconcentratie
Met de piek- (C1) en de dalconcentratie (C2) kan men de halfwaardetijd (t1/2) en de eliminatieconstante ke berekenen aan de hand van volgende formules.
t1/2 = 0.693 / -ke
ke = ln(C1/C2) / (t2-t1)
Indien t1/2 <36u of de piek- en dalconcentratie >25% verschillen wordt een 3x-daagse dosis aangeraden.
Indien geen respons ondanks een dalconcentratie binnen het therapeutisch bereik, mag men de dosis voorzichtig opdrijven met stapjes van 5 mg/L tot de maximum therapeutische concentratie of de beoogde respons bereikt werd.
Bij toxiciteit gaat men hetzelfde te werk maar in omgekeerde zin totdat de minimum therapeutische concentratie ingesteld is.
Op basis van een enkelvoudige meting
nieuwe dosis = (oude dosis x doelconcentratie) / gemeten concentratie |
M.a.w. als de dosis verdubbelt, zal de bereikte plasmaconcentratie ook verdubbelen en vice versa.
KBr:
Combinatie met KBr verbreedt het therapeutisch bereik (4-56 mg/L). Aangezien sommige honden enkel met KBr gebaat zijn, is er geen echte benedengrens voor de therapeutische fenobarbitalconcentratie igv combinatietherapie.
Fenobarbital | Primidone | |
Absorptie oraal
Distributie |
hond 0.7 l/kg | idem |
Halfwaardetijd | 32-75 u | 6.1 u |
Steady state | 14-16 d | 14-16 d |
Dosis hond | 2 mg/kg 2x/d | 11-25 mg/kg 1-2x/d |
Dosis kat | idem | niet aangeraden |
Nevenwerkingen:
Fenobarbital induceert leverenzymes (ALP, ALT) bij de meeste honden maar zelden bij de kat. Chronisch gebruik kan ook het serum albumine en cholesterol doen dalen hoewel ernstig leverfalen (icterus, cirrhose, encefalopathie) heel ongewoon is. Dosisvermindering is gewoonlijk voldoende om de leverenzymes te doen dalen. Bromide kan noodzakelijk zijn om de epilepsie-aanvallen onder controle te houden.