<?xml version="1.0"?>
<?xml-stylesheet type="text/css" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/skins/common/feed.css?303"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Frank</id>
		<title>wikilab - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
		<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Frank"/>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Speciaal:Bijdragen/Frank"/>
		<updated>2026-05-19T06:19:01Z</updated>
		<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
		<generator>MediaWiki 1.23.5</generator>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/T4_totaal</id>
		<title>T4 totaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/T4_totaal"/>
				<updated>2009-07-09T13:01:57Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;''Hypothyroïdie'': lethargie, suf, endocriene alopecia, seborrhee, pyoderma, lethargie, obesitas zonder verhoogde eetlust, zwakte, facialisparalyse, ataxie, cretenisme, anoestrus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring levothyroxinetherapie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hyperthyroïdie'': polyfagie, gewichtsverlies, polyurie/polydipsie, hyperactiviteit, aggressie, oude kat met cervicale massa&lt;br /&gt;
Monitoring methimazoletherapie en post-thyroïdectomie minstens 1-2x/j&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Prognostisch indicator voor de ernstig zieke kat in het algemeen&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Schildklier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Solid phase RIA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
6-8w na het starten van levothyroxinetherapie; 2-4w na dosiswijziging&lt;br /&gt;
Elke 2-3w gedurende 3m na instellen methimazoletherapie. Nadien om de 3-6m.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij monitoring levothyroxinesupplementatie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   bij bid-therapie: staalname 4 tot 6 uur na de laatste dosis&lt;br /&gt;
   bij sid-therapie: staalname vóór en 4 tot 6 uur na de laatste dosis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor monitoring van methimazole speelt het tijdstip geen rol.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 0.8&lt;br /&gt;
| 2.9&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 10.3&lt;br /&gt;
| 37.3&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 0.4&lt;br /&gt;
| 3.0&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 5.1&lt;br /&gt;
| 38.6&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 1.2&lt;br /&gt;
| 3.0&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 15.4&lt;br /&gt;
| 38.6&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
µg/dL x 12.87 = nmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
nmol/L x 0.0777 = µg/dL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hond'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Geboorte = volw, op 1w 2x volw, 2-3w piekwaarden (5-8 µg/dL)&lt;br /&gt;
   Op 6m = volw&lt;br /&gt;
   Oude honden &amp;lt; jong volwassen&lt;br /&gt;
   Dracht en dioestrus &amp;gt; anoestrus, reu&lt;br /&gt;
   Kleine hondenrassen &amp;gt; reuzenrassen&lt;br /&gt;
   Scottish deerhounds hebben een iets lager populatiegemiddelde &lt;br /&gt;
   Greyhounds tot 40% lager&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Kat'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Pasgeboren ca. helft van de moeder, verdubbeld op 2w en op 4w in het bereik van 4.0 - 5.6 µg/dL&lt;br /&gt;
   Jonge volwassen &amp;lt; 5 j &amp;lt; oude katten&lt;br /&gt;
   Kattin &amp;gt; Kater, ongeacht sterilisatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Paard''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hengst &amp;gt; merrie&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
===Hond===&lt;br /&gt;
Steeds interpreteren in combinatie met kliniek, TSH en cholesterol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    &amp;gt;2.0 µg/dL  	hypoT hoogst onwaarschijnlijk&lt;br /&gt;
    1.5 - 2.0 µg/dL	hypoT onwaarschijnlijk&lt;br /&gt;
    &amp;lt;1.5 µg/dL 	        hypoT mogelijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theoretisch zou de interpretatie van de basale T4-concentratie bij de hond heel eenvoudig moeten zijn: lage waarden bij hypothyroïde. Helaas is dat niet het geval: het T4-bereik bij hypothyroïdie overlapt dat van gezonde dieren en vooral dat van euthyroïde maar zieke honden. Tal van chronisch en acute aandoeningen kunnen immers T4 verlagen: euthroid sick syndrome (ESS) kan gepaard gaan met concentraties &amp;lt;1 µg/dL.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een lage concentratie in een arbitrair staal moet daarom steeds gepaard gaan met anamnetische gegevens, klinische bevindingen en overige onderzoeksdata die stroken met hypoT. Een verhoogde TSH en hypercholesterolemie verhogen de specificiteit aanzienlijk. Wanneer een normale T4, fT4 en cTSH-concentratie gemeten wordt, is hypoT uitgesloten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soms worden T4-autoantilichamen aangetroffen bij gevallen van primaire hypothryroïdie tgv lymfocytaire thyroiditis. Omdat deze autoantilichamen interfereren met onze detectiemethode, kunnen ze verwacht worden bij ongepast hoge T4-metingen. Gelukkig is slechts bij 1% van de gevallen waarbij deze autoantilichamen aantoonbaar zijn de titer hoog genoeg om de T4-concentratie vals te verhogen. Monitoring bij dergelijke gevallen is evenwel niet mogelijk; men kan zich enkel beroepen op de klinische respons. Autoantilichamen hebben geen invloed op thyroxinesupplementatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoewel er geen verband is tussen de serumconcentratie en het tijdstip van staalname, schijnt er toch een willekeurige fluctuatie te bestaan die kan verklaren waarom bij klinisch gezonde honden en vooral gevallen van ESS soms verlaagde concentraties gemeten worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Monitoring====&lt;br /&gt;
Een eerste controle dient 6-8w na de starttherapie te gebeuren. Wanneer levothyroxine 2x/d gegeven wordt, moet T4 hoog-normaal of licht verhoogd (2.5 - 4.5 µg/dL) zijn indien het staal 4-6u na de laatste toediening genomen werd. Hoewel T4 verhoogd kan zijn gedurende een niet onaanzienlijk deel van de dag blijft T3 meestal binnen het referentiebereik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    Post-pil concentraties bij een goede klinische respons&lt;br /&gt;
    &amp;lt;2.5 µg/dL	verhoog dosis, controle na 4w&lt;br /&gt;
    2.5-7.5 µg/dL	stabiel&lt;br /&gt;
    &amp;gt;7.5 µg/dL	verminder dosis of schakel over van bid naar sid, controle na 4w&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
    Post-pil concentraties bij een onbevredigende klinische respons&lt;br /&gt;
    &amp;lt;2.5 µg/dL	verhoog dosis, controle na 4w&lt;br /&gt;
    2.5-7.5 µg/dL	reevalueer diagnose&lt;br /&gt;
    &amp;gt;7.5 µg/dL	reevalueer diagnose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na T4-supplementatie ondanks euthyroïdie is er steeds enige schildklieratrofie. Abrupte stopzetting laat het dier dus in een latentietoestand met laag serum T4 en dit voor meerdere weken tot de hypofysaire as zich hersteld heeft. De kans dat het tot klinische symptomen komt is klein, maar laat minstens 1m en bij voorkeur 6-8w de tijd eer de schildklier opnieuw te evalueren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Steady state	2-3d&lt;br /&gt;
   Halfwaardetijd	12-15d&lt;br /&gt;
   Dosis	22 µg/kg bid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kat===&lt;br /&gt;
    &amp;gt;4.0 µg/dL 	        hyperT hoogst waarschijnlijk&lt;br /&gt;
    3.0 - 4.0 µg/dL 	hyperT mogelijk&lt;br /&gt;
    2.5 - 3.0 µg/dL 	?&lt;br /&gt;
    &amp;lt;2.0 µg/dL 	        hyperT hoogst onwaarschijnlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
98% van de hyperthyroïde katten heeft verhoogd T4. Sommige gevallen zitten in het hoog normale gebied o.w.v. een vroeg stadium, inherente fluctuatie of suppresieve effecten van andere concurrente aandoenigen. Het is niet verstandig hyperthyroïdie uit te sluiten adhv een enkelvoudige normale waarde, zeker niet wanneer relevante symptomen aanwezig zijn en er een gezwel voelbaar is in de halsstreek. Daarom wordt desgevallend aangeraden niet-schildkliergerelateerde aandoeningen uit te sluiten en de test na 1-2w over te doen samen met fT4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Methimazole treedt in competitie voor thyroid peroxidase waardoor de incorporatie van iodium in de thyrosine-residuen van thyreoglobuline geïnhibeerd wordt en finaal de nieuwvorming van thyroidhormoon vermindert. Het wordt gebruikt als voorlopige behandeling (in afwachting van thyroidectomie of I132therapie) of als permanente (levenslange) behandeling.&lt;br /&gt;
Carbimazoletherapie resulteert frequent in verlaagde TT4 hoewel symptomen uitblijven, waarschijnlijk omdat T3 op peil blijft tgv extrathyroidale conversie van T4 naar T3.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke behandeling kan gepaard gaan met een daling van GFI en het symptomatisch worden van een occulte CNI. Het renale effect van een medicamenteuze behandeling verdwijnt ongeveer 48u na de laatste inname. Wat behandeld moet worden -  CNI of hyperT - hangt af van wat het meest bedreigend is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Daar methimazole geconcentreerd wordt in de schildklier is de werkingsduur veel langer dan de serum halfwaardetijd doet vermoeden (2-10u). Omdat bij 20% nevenwerkingen van milde (meestal) tot ernstige aard optreden en om de reactie van de nieren voorzichtig na te gaan, wordt een protocol met graduele dosisverhoging vooropgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dosisschema:2w, 2.5 mg sid; 2w, 2.5 mg bid; 2w, 2.5 mg + 5 mg; 5 mg bid indien nodig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De TT4 en nierparameters worden telkens om de 2w gecontroleerd. De dosis kan verder opgedreven worden met stappen van 2.5-5mg en TT4 om de 2-4w gecontroleerd tot euthyroidie bereikt wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stopzetting van de inname resulteert binnen de 24-72u in opnieuw verhoogde TT4.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Fysiologische variatie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dracht en obesitas doet T4 stijgen vermoedelijk door excessieve calorie-opname.&lt;br /&gt;
Bij hypoproteïnemie kan de concentratie verlaagd zijn. Vasten heeft geen invloed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kinetiek:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
80% van de door de schildklier gesecreteerde hormonen is T4. Bij honden is het circulerend T4 voor 99% eiwitgebonden, aan TBG en in mindere mate aan prealbumine, albumine, HDL en VLDL; bij katten is het eveneens voor 99% eiwitgebonden, maar aan albumine en prealbumine; de resterende 1% is fT4 wat direct door de cel kan opgenomen worden en intracellulair omgezet wordt tot het biologisch actieve T3 en het inactieve rT3 (reverse T3).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Prognose-indicator:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Interessant is dat bij katten de T4-spiegel, net zoals bij honden, daalt bij chronische of ernstige aandoeningen, maar eerder in relatie staat tot de ernst van ziekte dan de ziekte zelf en bovendien omgekeerd  evenredig is met het sterftecijfer. Dit biedt dus algemene prognostische mogelijkheden.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Witte_bloedcellen</id>
		<title>Witte bloedcellen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Witte_bloedcellen"/>
				<updated>2009-06-26T13:50:03Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Routineparameter, onderdeel van CBC&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| Volledige hematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Direct Current&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Bloedname via een katheder kan leiden tot WBC-aggregaten en vals verlaagde waarden.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 6&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 1000/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 6&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 10^6/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 6&lt;br /&gt;
| 11&lt;br /&gt;
| 1000/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 6&lt;br /&gt;
| 11&lt;br /&gt;
|10^6/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 5.4&lt;br /&gt;
| 14.3&lt;br /&gt;
| 1000/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 5.4&lt;br /&gt;
| 14.3&lt;br /&gt;
| 10^6/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 4&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 1000/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 4&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 10^6/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 4&lt;br /&gt;
| 13&lt;br /&gt;
| 1000/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 4&lt;br /&gt;
| 13&lt;br /&gt;
| 10^6/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
1000/µl x 1 = 106/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
106/L x 1 = 1000/µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maxima na erge excitatie&lt;br /&gt;
   hond   &amp;lt;15&lt;br /&gt;
   kat    &amp;lt;18&lt;br /&gt;
   paard  &amp;lt;19&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Acute inflammatie en infectie gaat meestal gepaard met leucocytose. Zeer hoog aantal WBC en duidelijke linksverschuiving wijzen op purulente ontsteking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Fysiologische leucocytose''': treedt op bij acuut gestresseerde dieren en wordt gemedieerd door adrenaline of corticosteroïden. Adrenaline heeft zijn effect binnen enkele minuten, gaat gepaard met neutrofilie en/of lymfocytosis en verdwijnt meestal binnen de 30min. Het wordt gezien bij dieren die fel tegenstribbelen tijdens een bloedname en met name bij katten. Deze dieren hebben een marginale pool (reserve) van WBC (neutrofielen) 3 keer groter dan honden. Bloeddrukverhoging door angst en excitatie is genoeg om de marginale pool WBC vrij te zetten. Ook inspanning heeft een gelijkaardig effect.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cortico’s hebben pas na enkele uren effect en gaan typisch gepaard met een '''stressleukogram'''. Dit wordt gezien bij slepende ziekte (stress van het ziek zijn) en langdurige corticoïde behandling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Stressleukogram''': neutrofilie, eosinopenie, lymfopenie en bij honden monocytosis. WBC en RBC in de tweede helft van het normaalwaardenbereik (soms hoger). Stress van chronische ziekte kan voldoende zijn (bv hartfalen, hyperthyroïdie,...) Andere factoren zoals infectie en medicijnen kunnen dit beeld wijzigen waardoor totaal WBC en absolute WBC-type telling sterk variëren. Daarom wordt een stressleukogram beter weergegeven door de procentuele verhouding dan door de absolute hoeveelheden van elk celtype. Typisch voor de hond is een respons van 15 tot 25.000/µl en voor de kat &amp;lt;22.000/µl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Leucopenie''' wijst op immunosuppressie of massaal verbruik van WBC tgv sterk weefselnecrose. Vooral gram-negatieve sepsis, septicemie of endotoxinemie leiden tot leucopenie i.t.t. gelokaliseerde infecties zoals abcessen of pyometra die een leucocytose veroorzaken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pan- of bicytopenie''' suggereert beenmergaantasting hoewel neutropenie t.g.v. een overweldigende inflammatie samen kan voorkomen met anemie of trombocytopenie veroorzaakt door andere oorzaken zoals bloeding, DIC of beide. Erge primaire neutropenie predisposeert tot sepsis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na chemotherapie kan men dalwaarden verwachten rond dag 5 à 7. Volgende richtlijnen werden voorgesteld:&lt;br /&gt;
   bij &amp;lt;2500/µm en/of &amp;lt;50.000 plaatjes/µl stoppen met de behandeling &lt;br /&gt;
   bij &amp;lt;2000/µl nauwlettend monitoren voor sepsis&lt;br /&gt;
   bij &amp;lt;500/µl en koorts is sepsis zeer waarschijnlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Fysiologische variatie''':&lt;br /&gt;
Bij jonge honden neemt het aantal WBC geleidelijk toe met toenemende activiteit, m.a.w. gedurende het verloop van de dag. 12000/µl bij geboorte.&lt;br /&gt;
Rond de partus kan bij drachtige teven een significante leucocytose ontstaan, niet te verwarren met pyometra.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kat: 9600/µl bij geboorte tot 23000/µl op 8-9w en dan 19700/µl op 16w&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het populatiegemiddelde voor Greyhounds op rust ligt aan de lage kant i.v.t. dat van de totale hondenpopulatie. (1.8 - 14.6; µ 8.2)&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Vitamine_D</id>
		<title>Vitamine D</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Vitamine_D"/>
				<updated>2009-06-26T13:43:36Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Bot&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| RIA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Staal afcentrifugeren en invriezen, verzenden gedurende max 24u.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Geabsorbeerd VitD3 wordt onder invloed van UV in de huid omgezet tot cholecalciferol dat op zijn beurt in de lever omgezet wordt tot 25-OH-CC en verder in de nier tot vnl 1,25-OH-CC. Deze laatste metaboliet heeft het grootste biologisch effect.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verhoogt intestinale absorptie Ca, P&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
permessief effect op PTH werking en beenresorptie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
negatieve feedback op PTH&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
verhoogt renale Ca, P resorptie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
inhibitie van celgroei en stimulatie van celdifferentiatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Faecaal_vet</id>
		<title>Faecaal vet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Faecaal_vet"/>
				<updated>2009-06-26T13:42:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Malabsorptie, maldigestie&lt;br /&gt;
Chronische dundarmdiarree, gewichtsverlies&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Pancreas&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Faeces&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 5g&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde of volgende werkdag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
De vetvertering bij kat en hond varieert sterk. Een meervoudige bepaling is daarom noodzakelijk, evenals een gestandaardiseerd dieet (30 tot 100g vet per dag, eventueel olijfolie bijmengen) reeds enkele dagen voor de staalname.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Ruwe benadering maar kan een indicatie geven voor maldigestie, NIET voor malabsorptie. De test is in geen enkel opzicht een vervangingsmiddel voor TLI.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Koolhydraten'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Amylorrhea (&amp;gt; 4 globules/hpf) bij honden met gewichtsverlies vormt een indicatie voor een TLI test.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Spiervezels'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Weinig gevoelige test en sommige dieten geven aanleiding tot meer spiervezels dan andere. Indien onverteerde spiervezels aanwezig zijn, is EPI mogelijk en een TLI test geïndiceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Vet'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een sterk positieve reactie bij honden met tekens van maldigestie vormt een indicatie voor een TLI test of supplementatietrial met pancreasenzymen. Faeces van honden met EPI hebben niet altijd overdreven veel vet en een negatieve test  sluit steatorhee niet uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Indien supplementatie met pancreasenzymen de symptomen opheft, kan men besluiten tot EPI. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Indien supplementatie met pancrasenzymen de symptomen opheft, kan men besluiten tot EPI. Vetstofwisselingsstoornissen kunnen door bepaling van totaal lipide en lipidefracties gedifferentieerd worden.&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Ureum</id>
		<title>Ureum</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Ureum"/>
				<updated>2009-06-26T13:39:22Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Conversie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Nierscreening&lt;br /&gt;
Braken, gewichtsverlies, anemie&lt;br /&gt;
Polyurie/polydipsie, Anurie, oligurie&lt;br /&gt;
Dehydratatie&lt;br /&gt;
Proteinurie&lt;br /&gt;
Chronische urineweginfectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring nierinsufficiëntie&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Nier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Fotometrisch, kinetisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Kan enkele uren na een eiwitrijke voeding significant verhoogd zijn, zeker als tegelijk een verminderde nierfunctie de zaak compliceert. Een uitgevast staal geniet m.a.w. de voorkeur.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 20&lt;br /&gt;
| 50&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 3.3&lt;br /&gt;
| 8.3&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 30&lt;br /&gt;
| 68&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 5&lt;br /&gt;
| 11.3&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 20&lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 3.3&lt;br /&gt;
| 6.7&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
| 60&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 6.7&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
mg/dL x .1665 = µmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
µmol/L x 6.006 = mg/dL&lt;br /&gt;
Afhankelijk van het eiwitgehalte in de voeding.&lt;br /&gt;
BUN (Blood Urea Nitrogen) = ureum x 0.467&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Hond	        9  - 23 mg/dL	 x  0.3561  =	3.2 - 8.2 mmol/L&lt;br /&gt;
   Kat	        14 - 32 mg/dL			5.0 - 11.4 mmol/L&lt;br /&gt;
   Paard	9  - 19 mg/dL			3.2 - 6.7 mmol/L&lt;br /&gt;
   Rund	        9  - 14 mg/dL	 =  2.808  x	3.2 - 5.0 mmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Prerenale oorzaken&lt;br /&gt;
Van alle niertesten wordt ureum immers het meest beïnvloed door prerenale factoren. Polyurie met een lichte azotemie is niet noodzakelijkerwijs te wijten aan nierinsufficiëntie. Bij elke oorzaak van polyurie zal onvermogen om het verloren lichaamswater te compenseren door drinken uiteindelijk leiden tot dehydratatie, verminderde nierperfusie en matige azotemie. Daarom is het van uiterst belang ook de urine te onderzoeken bij een kandidaat nierpatiënt (SG) en de kreatinine concentratie te bepalen die in dezelfde mate verhoogd moet zijn.&lt;br /&gt;
Tal van extra-renale factoren die de GFI niet beïnvloeden hebben toch een mild effect op de ureumconcentratie: gastro-intestinale bloeding, koorts en weefselnecrose, eiwitrijke voeding, uithongering, hyperthyroïdie, langdurige inspanning, corticosteroïden, thyroxine, tetracyclines,... Een geconcentreerde urine wijst op een prerenale oorzaak, maar andere ziektefactoren zoals hypercalcemie en hypoadrenocorticisme interfereren met het concentrerend vermogen zodat prerenale NI kan bestaan zonder maximaal geconcentreerde urine.&lt;br /&gt;
Langdurige (2u) slechte nierdoorbloeding leiden tot ischemie en een onomkeerbaar nierletsel (acute tubulaire necrose) waardoor echte nierinsufficiëntie ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gevoeligheid&lt;br /&gt;
Ureum en kreatinine zijn ongevoelige parameters voor detectie van nierschade daar de GFR tot op 25% moet teruggevallen zijn eer deze parameters verhogen en dus 75% van de nefronen niet meer functioneel is. Dit percentage kan nog hoger zijn bij dieren met een chronisch progressieve nieraandoening omdat resterende nefronen dikwjls compensatoir hypertofiëren. Een normale waarde wil dus zeggen dat tenminste 1/3de van het nierweefsel functioneel is. Zowel de productie van ureum als de excretie ervan kunnen door extra-renale factoren beïnvloed worden; bovendien wordt het door de tubuli ook nog eens passief gereabsorbeerd.&lt;br /&gt;
Nierlijden kan ook zonder azotemie voorkomen, andere parameters (proteinurie, glucosurie met normoglycemie, cilindrurie, dorstproef) kunnen dit aantonen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Prognose&lt;br /&gt;
Er bestaat enige correlatie tussen de ureumconcentratie en graad van nieraantasting maar er bestaan ook veel uitzonderingen. Ureum op zich is niet toxisch maar bij sterk verhoogde waarden kan men zich toch verwachten aan levensbedreigende een zuurbase-, vloeistof- en electrolietonevenwicht. Bij eenzelfde graad van azotemie gaat CNI met relatief mildere symptomen gepaard dan bij ANI. De snelheid waarmee ureum stijgt, beïnvloedt maw de ernst van de symptomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Men kan besluiten dat&lt;br /&gt;
- een milde verhoging niet noodzakelijk te wijten is aan nierlijden&lt;br /&gt;
- behandelingsstrategie mag niet enkel gebaseerd worden de ureumconcentratie alleen&lt;br /&gt;
- &amp;gt;200 mg/dL is significant&lt;br /&gt;
- &amp;gt;400 mg/dL heeft een slechte prognose&lt;br /&gt;
- aanvankelijk een massaal verlies aan nefronen slechts tot een minimaal verhoogd ureum leidt, maar in een gevorderd nierfalen een kleine wijziging van de GFI sterke stijging van het ureum met zich meebrengt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lokalisatie&lt;br /&gt;
De oorzaak van azotemie kan zowel renaal, prerenaal (bv. erge dehydratatie) als postrenaal (bv. urethra-obstructie) te vinden zijn. De lokalisatie is eerder gebaseerd op klinische bevindingen dan op laboratoriumonderzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verlaagde waarden&lt;br /&gt;
Een laag ureum gehalte kan veroorzaakt worden door verminderde productie (leverinsufficiëntie, eiwitrestrictie, langdurige anorexie) of verhoogde excretie tgv polydipsie(vnl diabetes insipidus en hyperadrenocorticisme, overhydratatie en late dracht). De benedengrens ligt echter dicht tegen de detectielimiet.&lt;br /&gt;
Kinetiek&lt;br /&gt;
Ureum wordt in de lever gesynthetiseerd uit ammoniak welke op zijn beurt een afbraakprodukt is van opgenomen en endogene eiwitten. Het heeft een laag MG waardoor het makkelijk diffundeert in alle lichaamscompartimenten: de concentratie is gelijk in het intracellulaire en extracellulaire compartiment, plasma, serum en volbloed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ureum dat tot in het darmlumen diffundeert, wordt door de flora geconverteerd naar ammoniak wat opnieuw geresorbeerd en door de lever omgezet wordt naar ureum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het wordt hoofdzakelijk via de nieren uitgescheiden; de glomeruli laten het door en het wordt passief door de tubuli geresorbeerd. De resorptie-intensiteit is omgekeerd evenredig met het tubulair debiet en volume. De excretie zal m.a.w. versterkt zijn bij een verhoogde diurese; verminderde nierdoorbloeding (prerenale oorzaken, bv. dehydratatie) en verminderde urinelozing (postrenale oorzaken, bv. urethraobstructie) evenals een primaire nierdysfunctie resulteert in een verminderde ureumexcretie.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Testosteron</id>
		<title>Testosteron</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Testosteron"/>
				<updated>2009-06-26T13:37:00Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Merries: granulosaceltumor&lt;br /&gt;
Reu, Hengst: cryptorchidie, aantonen castratie&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Fertiliteit&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| immunochemiluminiscentie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Hengst: staal voor en 30min na 10.000 IU hCG iv&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
(Afcentrifugeren en plasma) gekoeld verzenden gedurende max 72u.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 1&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| ng/ml&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 3.5&lt;br /&gt;
| 34.7&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
ng/ml x 3.47 = nmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
nmol/L x .2882 = ng/ml&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Aanwezigheid van secretoir testesweefsel:&lt;br /&gt;
   normaal	1 - 10 ng/ml&lt;br /&gt;
   castraat	&amp;lt;0.2 ng/ml&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soms hCG injectie nodig (44IU/kg im), een verhoging 4u pi is een bewijs voor actief testisweefsel&lt;br /&gt;
of GnRH (2.2 µg/kg im), een verhoging 1u pi&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meting voor en 30min na 10.000U hCG  (of GnRH) iv injectie: als er geen testesweefsel meer aanwezig is treedt er geen stijging op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heeft geen waarde bij inferteliteitsproblemen tgv afwijkend spermamorfologie of volume. &lt;br /&gt;
Grote schommelingen tussen en binnen individuele mannelijk dieren zodat een enkelvoudige bepaling zinloos is. Testosteron wordt stootgewijs door de Leydigcellen gesecreteerd met tussenpozen van 30 tot 90 minuten ngl. de species.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/TRH_stimulatietest</id>
		<title>TRH stimulatietest</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/TRH_stimulatietest"/>
				<updated>2009-06-26T13:34:15Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Bevestiging hypothyroïdie bij hond en kat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Occulte hyperthyroïdie bij de kat (normale T4 en fT4)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Differentiatie Euthyroid sick syndrome - hypothyroïdie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Diagnose occulte hyperthyroïdie bij katten met aanvankelijk normaal T4&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hyperadrenocorticsme (Cushing) bij paarden wanneer de dexamethasone suppressie test niet diagnostisch was of dexa gecontraïndiceerd is (chronische hoefbevangenheid)&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Schildklier&lt;br /&gt;
Bijnier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| RIA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
   Hond: 0.2 mg/dier TRH iv; basaal staal + (2) en 4h p.i.&lt;br /&gt;
   Kat: 0.1 mg/kg TRH traag iv; basaal staal + (2) en 4h p.i.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dosissen &amp;gt;0.1 mg/kg geven meestal bijwerkingen (speekselen, urineren, braken, defecatie, miosis, tachycardie en tachypnee) vooral bij katten. Bijwerkingen treden meestal op vlak na het injecteren en kunnen 4u duren.&lt;br /&gt;
Paard: 1mg/dier TRH iv; basaal staal + 15-30min p.i.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;gt;2&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;gt;26&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| +0.5&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| + 6&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
µg/dL x 12.87 = nmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
nmol/L x .0777 = µg/dL&lt;br /&gt;
Waarden 4h p.i.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hond&lt;br /&gt;
Minstens een stijging van 0.5 µg/dL of 6 nmol/L of 1.5x basaal waarde&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kat&lt;br /&gt;
1.6-2x basale waarde&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Interpretatie is subjectiever dan bij de TSH-stimulatietest, gedeeltelijk omdat de respons na TRH sowieso aanzienlijk lager is dan na TSH. Soms is er zelfs helemaal geen stijging merkbaar bij overigens normale honden: dus niet gebruiken als eerste-lijnstest.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hond''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!post-TRH&lt;br /&gt;
|Criteria&lt;br /&gt;
|Interpretatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!4h p.i. T4&lt;br /&gt;
|&amp;gt;2 µg/dL of &amp;gt;0.5 µg/dL boven basaal T4&lt;br /&gt;
|ESS&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!4h p.i. T4&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1.5 µg/dL of &amp;lt;0.5 µg/dL boven basaalT4&lt;br /&gt;
|hypoT&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!4h p.i. fT4&lt;br /&gt;
|&amp;lt;0.5 ng/dL&lt;br /&gt;
|hypoT&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!2h p.i. T3&lt;br /&gt;
|&amp;lt;6 pg/dL&lt;br /&gt;
|hypoT&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarden 1.5 - 2.0 µg/dL zijn niet diagnostisch en kunnen zowel te wijten zijn aan vroege stadium primaire hypoT of ESS.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kat:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meest geschikte en betrouwbare dynamische functietest om hypothyroïdie bij katten aan te tonen.&lt;br /&gt;
Hypothyroide katten vertonen geen stijging na toediening, normale dieren of katten met ESS vertonen een 50-100% verhoging.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
post-TRH T4 &amp;lt;1.5x basale concentratie:&lt;br /&gt;
   hyperthyroide katten met hoge basale TT4&lt;br /&gt;
   hypothyroïde katten met lage basale TT4&lt;br /&gt;
post-TRH T4 &amp;gt;1.6x basale concentratie	euthyroïdie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stijging tussen 50-60% is niet diagnostisch.&lt;br /&gt;
TRH stimuleert de hypofysaire TSH secretie en zodoende de schildklierfunctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een subnormale TRH-respons met een normale TSH respons is indicatief voor secundaire hypothyroïdie.&lt;br /&gt;
Met humaan TRH werd bij honden geen stimulatie bekomen van T4, T3 en T3uptake. TSH verhoogde wel maar er was een te grote overlapping van hypothyroïdie met euthyroïdie. ???&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Men verwacht een verdubbeling van het T4 6h p.i.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kat: weinig of  geen respons in T4 op 4h p.i. (?)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
TRH stimuleert bij paarden naast de schildklierhormoon-release ook de cortisol-afscheiding. Het  mechanisme hiervan is nog niet opgehelderd.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/T3_suppressietest</id>
		<title>T3 suppressietest</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/T3_suppressietest"/>
				<updated>2009-06-26T13:00:02Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Occulte hyperthyroïdie bij katten(normaal T4 en fT4)&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Schildklier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| RIA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Basaal staalname, volgende morgen oraal T3 (Na-liothyronine) aan 20-25 µg/kat 3x/dag gedurende 2 dagen, derde dag ‘s morgens een zevende dosis.&lt;br /&gt;
2 - 4h later tweede staalname.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Simultane meting van T3 om inname tabletten en valaditie testprotocol na te gaan.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1.5&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;20&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
µg/dL x 12.87 = nmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
nmol/L x 0.0777 = µg/dL&lt;br /&gt;
T4 concentratie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;50% van de basale waarde&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
   &amp;lt;1.5 µg/dL (&amp;lt;20 nmol/L): euthyroïdie&lt;br /&gt;
   1.5-2.0 µg/dL: niet diagnostisch&lt;br /&gt;
   &amp;gt;2.0 µg/dL (&amp;gt;20 nmol/L): hyperthyroïdie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het percentage suppresie is minder betrouwbaar hoewel normale katten meestal &amp;gt;50% suppressie vertonen en hyperthyroïde &amp;lt;50%.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zowel bij hyperthyroïde als gezonde katten moet T3 verhogen indien het testprotocol correct gevolgd werd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Principe:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toediening van T3 aan normale katten onderdrukt de TSH secretie waardoor de T4 concentratie daalt. De schildklier van hyperthyroïde katten secreteert autonoom waardoor de hormoonspiegel hoog blijft. Aangezien exogeen toegediend T3 niet in vivo geconverteerd wordt naar T3 blijft de T4 bepaling een geldige merker voor de schildklierfunctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Spermatozoa_urinesediment</id>
		<title>Spermatozoa urinesediment</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Spermatozoa_urinesediment"/>
				<updated>2009-06-26T12:59:03Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Onderdeel routine urineonderzoek, screeningtest voor elk ziek dier.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zeker bij elke urinewegaandoening, oligurie, polyurie, polydipsie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hematurie, troebele urine.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Urinewegen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Normale bevinding bij mannelijke dieren, zelfs indien de urine bekomen werd via cystocentesis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Sperma_bacteriologie</id>
		<title>Sperma bacteriologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Sperma_bacteriologie"/>
				<updated>2009-06-26T12:58:29Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Infertiliteit&lt;br /&gt;
Aanwezigheid van inflammatoire cellen in het semen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Prostatitis, epididymitis, orchitis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Bacteriologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Reinig de penistop, een urethraswab vóór ejaculatie kan residentiële flora helpen identificeren in het spermastaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hond: tweede en derde fractie afzonderlijk houden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;100 &lt;br /&gt;
| CFU/ml&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;10000&lt;br /&gt;
| CFU/ml&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Hond&lt;br /&gt;
De tweede ‘sperma-rijke’ fractie is afkomstig uit de testes, de derde uit de prostaat.&lt;br /&gt;
Bacteriële prostatis wordt vermeld als de meest voorkomende oorzaak van infertiliteit bij honden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Soortelijk_gewicht_urine</id>
		<title>Soortelijk gewicht urine</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Soortelijk_gewicht_urine"/>
				<updated>2009-06-26T12:54:48Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Onderdeel routine urineonderzoek, screeningtest voor elk ziek dier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zeker bij elke urinewegaandoening, oligurie, polyurie, polydipsie, dehydratatie.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Nier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Urine&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 15ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Refractometrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Urine steeds afnemen vooraleer vloeistoftherapie ingezet wordt&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 1.015&lt;br /&gt;
| 1.045&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 1.015&lt;br /&gt;
| 1.060&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 1.001&lt;br /&gt;
| 1.040&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 1.001&lt;br /&gt;
| 1.040&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Normaalwaarden variëren sterk ngl de wateropname en het waterverlies.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Minimum-Maximumwaarden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Hond	1.005 - 1.050&lt;br /&gt;
   Kat	1.005 - 1.060&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voedselopname&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Kat	droogvoer 	&amp;gt; 1.035&lt;br /&gt;
   	blikvoer 	&amp;gt; 1.025&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarden groter dan onderstaande, zijn een bewijs voor adequaat concentrerend vermogen&lt;br /&gt;
   Hond	        1.029&lt;br /&gt;
   Kat	        1.034&lt;br /&gt;
   Paard	1.024&lt;br /&gt;
   Rund         1.019&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Gevaar: geen echte paniekwaarden maar waarden &amp;gt;1.045 bij de hond, &amp;gt;1.060 bij de kat kunnen op erge dehydratatie wijzen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Sg dient geïnterpreteerd te worden in het licht van toegediende geneesmiddelen (diuretica, cortico’s,...), hydratatietoestand en ureum/kreatinine concentraties. Bovendien dient men er zich bij acute gevallen van te vergewissen dat de beoordeelde urine geproduceerd werd tijdens het optreden van de klachten en niet reeds in de blaas aanwezig was: prenale azotemie kan ontstaan in respons op erge, acute dehydratatie en als renaal bestempeld worden wanneer de weinige en sterk geconcentreerde urine verdunt wordt door de in de reeds in de blaas aanwezige. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hypostenurie '''(&amp;lt;1.008) kan ontstaan door een gebrek aan ADH, een gebrekkige werking van ADH, medullaire washout of primaire polydipsie (o.a. psychogeen).&lt;br /&gt;
Het toont aan dat de tubuli in staat zijn om het glomerulaire filtraat te verdunnen en dat er geen sprake is van nierinsufficiëntie. De nieren werken tot op het niveau van de distale tubuli en collectiebuizen. Zeldzame nierinsufficiënte honden zijn toch hypostenurisch (1.006-1.007).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Isostenurie''' (1.008 -1.012) = Glomerulair filtraat&lt;br /&gt;
Sg &amp;gt;1.012 vereist tubulaire activiteit maar sluit tubulusdysfunctie niet uit. Verlies van concentrerend vermogen is een van de eerste tekens van tubulaire dysfunctie. Laag Sg-urine bij een gedeshydrateerd dier (&amp;gt;1.030 bij de hond, &amp;gt;1.035 bij de kat) )is een bewijs voor een gestoorde tubulusfunctie. Nierinsufficiëntie gaat typisch gepaard met een Sg tussen 1.008 - 1.020, maar zeldzame honden zijn hypostenurisch (1.006 - 1.007); sommige katten hebben dan weer &amp;gt;1.035.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aandoeningen die leiden tot azotemie en een Sg tussen 1.008 en 1.029:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Verlies van concenterend en diluerend vermogen&lt;br /&gt;
   renale en post-renale ANI, CNI&lt;br /&gt;
   Verhoogd water- en electrolytenverlies&lt;br /&gt;
   Diabetes mellitus, ketoacidose, osmotische diurese (mannitol, dextrose), Fanconisyndroom, primaire renale glycosurie,nefrose, hyperviscositeit, acromegalie&lt;br /&gt;
   Verhoogd waterverlies, ADH-inhibitie en diurese&lt;br /&gt;
   nefrogene diabetes insipidus met dehydratatie, hyperadrenocorticisme met dehydratatie, toxemie (pyometra, septicemie,    prostaatabces), hyperCa, hyperthyroïdie, leverlijden, hypoK, pyelonefritis, hypoadrenocorticisme, diuretica&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hyperstenurie''' &amp;gt;1.030 bij de hond en &amp;gt;1.035 bij de kat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bewijs van voldoende concentrerend vermogen om homeostase te bewaren. Extra-renale oorzaken van pu/pd zijn niet uitgesloten en evenmin een glomerulaire aandoening die nog niet heeft geleid tot een tubulair letsel. Samen met azotemie: prerenale NI (Shock, bloeding, hartfalen, dehydratatie en renaal infarct). Sommige katten met milde azotemie (2 - 2.5 µg/dL kreatinine) vertonen een verhoogd Sg ondanks een primair nierlijden (vroeg stadium).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sg bij nierinsufficiëntie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
|Hond&lt;br /&gt;
|Kat&lt;br /&gt;
|Paard&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Prerenaal&lt;br /&gt;
|≥1.029&lt;br /&gt;
|≥1.034&lt;br /&gt;
|≥1.024&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Renaal&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1.029&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1.034&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1.024&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Chronische&lt;br /&gt;
|1.008 - 1.012&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Postrenaal&lt;br /&gt;
|≤1.065&lt;br /&gt;
|≤1.085&lt;br /&gt;
|≤1.040&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het relatief hoge urine SG bij katten is te wijten aan de relatief lange tubuli van de medullaire nefronen, waardoor een bijzonder intensieve waterreabsorptie mogelijk is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;gt;1.035 sluit NI niet uit. Sommige katten met NI produceren toch een geconcentreerde urine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;gt;1.030 bij honden en &amp;gt;1.025 bij paarden is zeker adequaat.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Reticulocyten</id>
		<title>Reticulocyten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Reticulocyten"/>
				<updated>2009-06-26T12:43:21Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Conversie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Routineparameter, onderdeel van CBC (behalve paard)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Differentiatie anemie: regeneratief - aregeneratief&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Laserdiffractie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Indien afname uit intraveneuze katheder: eerste fractie verwijderen!&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1.5&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;15&lt;br /&gt;
| ‰&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 0.2&lt;br /&gt;
| 1.6&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 2&lt;br /&gt;
| 16&lt;br /&gt;
| ‰&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 0&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 0&lt;br /&gt;
| ‰&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
% x 10 = ‰&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
‰ x .1 = %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Pups  &amp;lt;2m	3 - 7%&lt;br /&gt;
   Rund &amp;lt; 2d	&amp;lt; 1.0 %&lt;br /&gt;
   Rund &amp;lt; 2 j	zeldzaam&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Absoluut aantal:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Hond	20 - 80 x1000/µl&lt;br /&gt;
   Kat	20 - 60 x1000/µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Bij kat en hond gaat een regeneratieve anemie steeds gepaard met reticulocytose. Voor beide diersoorten zijn formules opgesteld om na te gaan of de graad van reticulocytose wel voldoende is om de anemie te compenseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polychromasie stemt overeen met de aanwezigheid van (aggregate) reticulocyten en verraadt een actieve beenmergrespons 3 tot 7d eerder.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Reticulocytose zonder anemie wordt geassocieerd met loodvergiftiging.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Interpretatie wordt belangrijk bij een Hct &amp;lt;30 bij de hond en &amp;lt;20 bij de kat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!Regen.&lt;br /&gt;
|Hond&lt;br /&gt;
|Kat&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|aggregate&lt;br /&gt;
|punctate&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Geen&lt;br /&gt;
|&amp;lt;60.000&lt;br /&gt;
|&amp;lt;15.000&lt;br /&gt;
|&amp;lt;200.000&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Licht&lt;br /&gt;
|150.000&lt;br /&gt;
|50.000&lt;br /&gt;
|500.000&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Matig&lt;br /&gt;
|300.000&lt;br /&gt;
|100.000&lt;br /&gt;
|1.000.000&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Sterk&lt;br /&gt;
|&amp;gt;500.000&lt;br /&gt;
|&amp;gt;200.000&lt;br /&gt;
|1.500.000&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paarden reageren bij anemie nooit met een verhoogde reticulocyten uitstorting; telling is klinisch irrelevant.&lt;br /&gt;
Acute bloeding&lt;br /&gt;
De eerste 24u is er geen duidelijke hematocrietdaling, RBC zijn immers samen met plasma verloren gegaan en miltcontractie kan een gedeelte van het verlies opvangen. De daarop volgende volumecorrectie door influx van interstitieel water doet de Hct snel dalen. De eerste twee dagen na een substantieel bloedverlies zijn geen reticulocyten zichtbaar. Vanaf de derde dag verschijnen zij echter in grote getale met een piek op de vijfde dag. Verbetering van de Hct gebeurt vooral tijdens de eerste 2w tot de Hct een laag-normale waarde bereikt en de bestaande hypoxie te mild geworden is om een sterke erythropoïese uit te lokken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij ''katten'' twee soorten reticulo’s:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Aggregate reticulo’s''', jonger en in de minderheid (0 - 0.9%), verhogen sterk 4-7d na erg bloedverlies en rijpen in een 1/2 dag uit tot&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Punctate reticulo’s''': volwassener en in de meerderheid tot 4w na de bloeding (&amp;lt;10%), verschijnen pas in een later fase, parallel met de verhoging van de Hct;  ze rijpen uit tot volwassen RBC in ongeveer 10 tot 12 dagen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ongeveer 4d na een uitwendige bloeding bereiken aggregate reticulocyten (AR) hun piek. Het maximum aantal AR is bij katten veel lager dan bij honden tijdens een vergelijkbare regeneratieve respons. Punctate reticulocyten (PR) bereiken ongeveer 1w na de bloeding een piek en blijven 3-4w verhoogd ook als de Hct al reeds genormaliseerd is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een matig tot sterk verhoogde AR met slechts enkel PR duidt op een recente anemie (2-4d).&lt;br /&gt;
Verhoogd aantal PR zonder verhoogd aantal AR duidt op een anemie die reeds 1-3w duurt of te mild is om AR respons uit te lokken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Chronische bloeding is aanvankelijk regeneratief maar veroorzaakt na meerdere weken ijzertekort en een negatieve eiwitbalans, waardoor de regeneratieve respons steeds zwakker wordt en tenslotte stilvalt. Bij heel jonge dieren die over een kleinere ijzervoorraad beschikken, treedt deze depletie vlugger op. Er is ook een persisterende trombocytosis en eventueel hypoproteinemie.&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/RBC_urinesediment</id>
		<title>RBC urinesediment</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/RBC_urinesediment"/>
				<updated>2009-06-26T12:33:11Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Onderdeel routine urineonderzoek, screeningtest voor elk ziek dier&lt;br /&gt;
Zeker bij elke urinewegaandoening, oligurie, polyurie, polydipsie&lt;br /&gt;
Hematurie, troebele urine&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Urinewegen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Urine&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 15ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Verse urine of gefixeerd met formaline&lt;br /&gt;
Vermijd contaminatie&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 0&lt;br /&gt;
| 2&lt;br /&gt;
| /veld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 0&lt;br /&gt;
| 2&lt;br /&gt;
| /veld&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Zeker &amp;lt;5 /veld&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Vanaf 2.5x10^6 RBC/ml wordt hematurie macroscopisch zichtbaar, dit correspondeert met 150 cellen per veld. Theoretisch kan men hematurie van hemoglobinurie differentiëren dmv centrifugatie maar RBC lyseren snel in hypotone urine. Wanneer hematurie wordt veroorzaakt door blaasontsteking moet de urine meer rode dan witte bloedcellen bevatten tenzij er tegelijk sprake is van bacteriële infectie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Contaminatie met vaginale of preputiale secreties moet uitgesloten worden, evenals bloeding tgv kathederisatie of punctie. De afwezigheid van bloed in de urine sluit een ontstekingspoces in blaas en/of uretra niet uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het moment van bloedverlies tijdens urineren geeft aanwijzing over de oorsprong:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 - onafhankelijk van de mictie of in het begin: blaashals tot vulva/preputium , pro-oestrus, pyometra,metritis,prostaat,neoplasie genitaaltractus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 - op het einde van de mictie: blaas, ureters, nieren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 - gedurende de ganse mictie: alles mogelijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hematurie is het gevolg van urineweginfectie, inflammatie, stollingsstoornissen, prostaataandoeningen, trauma, urolithiasis, bloedend neoplasma, cysten, leptospirose, renaal infarct, glomerulonefritis of zware inspanning. Bij katten is iLUTD een belangrijke oorzaak gevolgd door UTI. Bij de hond is UTI de belangrijkste oorzaak gevolgd door calculi; kultuur is aangewezen zelfs in afwezigheid van pyurie of bacteriurie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;5	microscopische of occulte hematurie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hematurie iam pollikasurie, dysurie en strangurie is gewoonlijk te wijten een probleem thv van de lagere urinewegen, zonder deze symptomen moet de oorzaak in de bovenste nierwegen gezogd worden.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Rode_bloedcellen</id>
		<title>Rode bloedcellen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Rode_bloedcellen"/>
				<updated>2009-06-26T12:25:47Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Routineparameter, onderdeel van CBC&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Impedantietelling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Door excitatie kan miltcontractie optreden waardoor aantal RBC significant verhoogt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Indien afname uit intraveneuze katheder: eerste fractie verwijderen&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 5.5&lt;br /&gt;
| 8.5&lt;br /&gt;
| 106/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 5.5&lt;br /&gt;
| 8.5&lt;br /&gt;
| 10^12/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 5&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 106/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 5&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 1012/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 6&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 106/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 6&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| 10^12/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 5&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 106/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 5&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 10^12/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 8&lt;br /&gt;
| 18&lt;br /&gt;
| 106/µl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 8&lt;br /&gt;
| 18&lt;br /&gt;
| 10^12/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
106/µl x 1 = 10^12/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
10^12/L x 1 = 106/µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Windhonden (Greyhound, Whippet, Barzoi, Lurcher) 6.5 - 9.5%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 Vlak na een race tot 8% hoger.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Poedels, Duitse herder, Boxer, Dashond, Chihuahua, Dalmatiër en Beagles hebben dikwijls hoog normale waarden, meestal tgv miltcontractie door nervositeit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pups''' (2 - 3w) 3 - 4 x 106/µl, nadien graduele stijging tot 1jaar naar volwassen waarden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Kittens'''(2 - 3w) ca 4.5 x 106/µl, nadien graduele stijging tot 6m naar volwassen waarden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Paard''':&lt;br /&gt;
   Volbloed	8.0 - 12.0 106/µl&lt;br /&gt;
   Warmbloed	6.5 - 9.0 106/µl&lt;br /&gt;
   Koudbloed	6.0 - 9.0 106/µl&lt;br /&gt;
   Pony    	5.5 - 8.5 106/µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Pasgeborenen hebben een volwassen aantal RBC. Vanaf ze gezoogd worden, treedt een snelle daling op door plasmaexpansie met eiwit uit het colostrum. Door de relatief snelle groei, destructie van foetale RBC en lage productiecapaciteit daalt het aantal RBC verder om vervolgens gradueel te normaliseren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anemie en dehydratatie hebben tegenovergestelde effecten op de Hct, RBC en Hgb. Als beide zich voordoen kan de Hct toch normaal zijn of niet ten volle de ernst van de situatie weergeven. Bij een laag normale Hct , hoog eiwitgehalte en tekens van dehydratatie kan anemie bestaan.&lt;br /&gt;
Omgekeerd, als een dier zowel hypoproteïnemisch als anemisch en bovendien gedehydrateerd is, wordt het extra moeilijk de afwijkingen vast te stellen daar dehydratatie de verlaagde Hct en eiwitconcentratie hersteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veulen &amp;lt;3x106/µl:bloedtransfusie aangewezen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veranderingen in Hct, Hgb en RBC voor normale dieren staan in verhouding tot elkaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
                	Hond            	Paard&lt;br /&gt;
   Levensduur	100 dagen (100-120)	143 dagen (140-150)&lt;br /&gt;
   Na-gehalte	92.8 +- 11.1 mmol/L	10.4 +- 1.8 mmol/L&lt;br /&gt;
   K-gehalte	5.7 +- 1.0 mmol/L	120 +- 11.1 mmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veranderingen in Hct, Hgb en RBC voor normale dieren staan in verhouding tot elkaar. Voor de ''hond'' werd volgende formules opgesteld:&lt;br /&gt;
   Hgb (g/dL) = Hct/3&lt;br /&gt;
   RBC (milj/µl) = Hct/6 (''kat:/5)&lt;br /&gt;
   Hgb (g/dL) = 2 x RBC (milj/µL) (''kat:1,6)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Kat''&lt;br /&gt;
   Levensduur	72 dagen (66-78)&lt;br /&gt;
   Na-gehalte	105.8 +- 14.4 mmol/L&lt;br /&gt;
   K-gehalte	5.9 +- 1.9 mmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Triglyceriden_punctievocht</id>
		<title>Triglyceriden punctievocht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Triglyceriden_punctievocht"/>
				<updated>2009-06-26T12:18:31Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Aantonen van lymfe in het punctievocht&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Punctievocht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Punctievocht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
&amp;gt; 100 mg/dL = chyleus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ruptuur ductus thoracicus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
lymfosarcoma intracavaal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dieren die niet eten genereren veel minder chylomicronen en resulteert dus in een lager triglyceriden gehalte in de effusievloeistof. Staalname geschiedt daarom bij voorkeur na een maaltijd. Serum &amp;lt; punctievocht duidt evenwel op chylus.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Congestieve cardiomyopathie bij katten veroorzaakt soms een melkachtige effusie met macrofagen, kleine lymfocyten en occasioneel neutrofielen. De triglycerideconcentratie is echter niet verhoogd.&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Punctievocht_thorax_cytologie</id>
		<title>Punctievocht thorax cytologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Punctievocht_thorax_cytologie"/>
				<updated>2009-06-26T12:13:01Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Elke ophoping van vocht in pleuraholte&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Thorax&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Vocht in EDTA, Uitstrijkje Moh-fix&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| daags na ontvangst&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
''Thoracocentesis'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
21G vlinderkatheder, syringe en driewegkraantje, alternatief over-the-needle katheder 3 1/4 - 5 1/4 inch, 14 - 16G.&lt;br /&gt;
Tussen 7-8de rib, op 2/3de afstand van costochondrale junctie; al staande of sternale decubitus; aseptisch voorbereiden, lokaal anaestheticum thv punctieplaats.&lt;br /&gt;
Eerst huid penetreren, huid met naald 2 intercostaal ruimtes opschuiven dan pas thoraxwand puncteren dicht tegen craniale rand van rib.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|''Hemorrhagisch''&lt;br /&gt;
|''Transudaat''&lt;br /&gt;
|''Gemodifieerd''&lt;br /&gt;
|''Exsudaat''&lt;br /&gt;
|''Chyleus''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Cellen&lt;br /&gt;
|&amp;gt;1000/µl&lt;br /&gt;
|500 - 1000/µl&lt;br /&gt;
|&amp;lt;5000/µl&lt;br /&gt;
|&amp;gt;5000/µl&lt;br /&gt;
|400 - 10000/µl&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Eiwit&lt;br /&gt;
|&amp;gt;3 g/dL&lt;br /&gt;
|2.5 - 3 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;lt;3.5 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;gt;3 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;gt;2.5 g/dL&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Celtype&lt;br /&gt;
|RBC, ca. perifeer bloed,macrofagen&lt;br /&gt;
|mononuclair&lt;br /&gt;
|neutro’s&lt;br /&gt;
|neutro’s,macrofagen&lt;br /&gt;
|kleine lymfo’s,enkele neutro's&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
				&lt;br /&gt;
Bacteriële infiltratie: 20.000 - 100.000 gekernde cellen/µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bloeding: tot meerdere milj RBC/µl, kan zelfs hoger zijn dan in perifeer bloed door herresorptie van vloeistof. Ook veel thrombocyten terug te vinden bij acute bloeding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lymfoblasten zijn indicatief voor een intracavaal lymfosarcoma; soms ook triglyceriden in de effusie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Reactieve mesotheliale exfoliatie tgv een irritatief proces kan sterk genoeg zijn om verwarring te stichten met carcinomateuze cellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Punctievocht_abdomen_cytologie</id>
		<title>Punctievocht abdomen cytologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Punctievocht_abdomen_cytologie"/>
				<updated>2009-06-26T12:12:01Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Elke ophoping van vocht in abdomen&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Abdomen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Vocht in EDTA, Uitstrijkje Moh-fix&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| daags na ontvangst&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
'''Abdominocentesis''':best eerst blaas ledigen. Aseptische voorbereiding punctieplaats. Igv sterke uitzetting kan men beter lateraal prikken; ventrale punctie resulteert dan dikwijls in seromavorming.&lt;br /&gt;
Indien geen vocht gepreleveerd kan worden mbv syringe en naald (20-23G), gebruik dan een multigefenestreerde katheder (tepelcannule, ev. zelf gaatjes maken in 18G iv katheder) of voer een lavage uit. Soms is het beter geen onderdruk uit te oefenen en het vocht uit zichzelf te laten lopen.&lt;br /&gt;
Igv echografische begeleiding contaminatie met transducergel vermijden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lavage: gebruik 20 ml/kg lauwwarm fysiologisch water&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
|''Hemorrhagisch''&lt;br /&gt;
|''Transudaat''&lt;br /&gt;
|''Gemodificeerd''&lt;br /&gt;
|''Exsudaat''&lt;br /&gt;
|''Chyleus''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Cellen&lt;br /&gt;
|&amp;gt;1000/µl&lt;br /&gt;
|&amp;lt;2500/µl&lt;br /&gt;
|&amp;lt;7000/µl&lt;br /&gt;
|&amp;gt;5000/µl&lt;br /&gt;
|400 - 10000/µl&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Sg&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1.016&lt;br /&gt;
|1.010-1.031&lt;br /&gt;
|1.020-1.031&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Eiwit&lt;br /&gt;
|&amp;gt;3 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;lt;2.5 g/dL&lt;br /&gt;
|≥2.5 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;gt;3 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;gt;2.5 g/dL&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Celtype&lt;br /&gt;
|RBC, ca. perifeer	&lt;br /&gt;
	bloed, macrofagen&lt;br /&gt;
|mononucleair&lt;br /&gt;
|neutro's&lt;br /&gt;
|neutro's,macrofagen&lt;br /&gt;
|kleine lymfo's,enkele neutrofielen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!PCV&lt;br /&gt;
|&amp;gt;10%&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Septische exsudaat zoals bij bacteriële infectie: 20.000 - 100.000 cellen/µl.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
FIP en neoplastische effusies worden meestal geklasseerd als gemodificeerd transudaat of non-septisch exsudaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bloeding: tot meerdere milj RBC/µl, kan zelfs hoger zijn dan in perifeer bloed door herresorptie van vloeistof. Ook veel thrombocyten terug te vinden bij acute bloeding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lymfoblasten zijn indicatief voor een intracavaal lymfosarcoma; soms ook triglyceriden in de effusie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Reactieve mesotheliale exfoliatie tgv een irritatief proces kan sterk genoeg zijn om verwarring te stichten met carcinomateuze cellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
FIP-effusie is typisch pyogranulomateus (niet-gedegenereerde neutrofielen en macrofagen) met een al bij al lage totale celtelling (≤10.000/µl). Soms overheersen neutrofielen. Een aseptisch exsudaat zonder azotemie is sterk suggestief voor FIP.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Acute pancreatitis kan leiden tot non-septisch exsudaat.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Punctievocht_abdominaal_elektroforese</id>
		<title>Punctievocht abdominaal elektroforese</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Punctievocht_abdominaal_elektroforese"/>
				<updated>2009-06-26T10:40:39Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Punctievocht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Punctievocht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
FIP:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   A:G ratio &amp;gt;0.81 FIP onwaarschijnlijk&lt;br /&gt;
   Albumine &amp;gt;48% FIP onwaarschijnlijk&lt;br /&gt;
   Gamma &amp;gt;32% FIP waarschijnlijk&lt;br /&gt;
   Eiwit &amp;gt;3.5 g/dL en globuline &amp;gt;50% FIP waarschijnlijk&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Polyomavirus</id>
		<title>Polyomavirus</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Polyomavirus"/>
				<updated>2009-06-26T10:13:06Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
opvolging virusvrije volière: nieuwe vogels dienen eerst in quarantaine geplaatst en getest te worden vooraleer ze bij de andere vogels gezet worden.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Heparine-bloed, Swab cloaca&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2 ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| PCR&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Een positieve PCR op cloacaal materiaal bevestigt virusexcretie. Daar de uitscheiding echter intermitterend is kan het zijn dat men test enkele keren dient te herhalen vooraleer het dragerschap aangetoond kan worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Positieve PCR op bloed wijst op blootstelling en/of viremie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het polyomavirus is een dsDNA virus en kan zowel ziekte veroorzaken bij psittaciformen als passeriformen. Vederafwijkingen en verhoogde neonatale sterfte bij budgerigars, plotse sterfte bij jonge papegaaien (waaronder Amazone, Afrikaanse grijze, ara’s, edelpapegaaien, halsbandparkieten, kaketoes en conuren) en vinken werden toegeschreven aan polyomavirose.&lt;br /&gt;
Ziekte bij volwassen papegaaien is ongewoon, hoewel sterfte hetzij door het virus alleen hetzij in combinatie met C. psittaci of psitaccine beak and feather disease werd beschreven. Adulte dieren ondergaan meestal een subklinische infectie en fungeren als reservoir door intermittente fecale uitscheiding.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Necropsiebevindingen zijn bloedingen, hepatomegalie en splenomegalie. Histologisch kunnen intranucleaire inclusies gevonden worden maar zijn niet noodzakelijk in alle gevallen aanwezig.&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Pericardvocht_cytologie</id>
		<title>Pericardvocht cytologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Pericardvocht_cytologie"/>
				<updated>2009-06-26T10:11:41Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Pericardovervulling&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Pericard&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Punctievocht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Cytologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Pericardiocentesis&lt;br /&gt;
rechter flank is het veiligst (coronairen, longen), tussen 5-6de rib; aseptisch voorbereiden; huid en pleura infiltreren met lokaal anaestheticum; kleine incisie. Verschillende materialen kunnen gebruikt worden.&lt;br /&gt;
Onder ECGbegeleiding ziet men premature ventrikelcontracties bij aanprikken van het myocard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
|exsudaat&lt;br /&gt;
|Hemorrhagisch&lt;br /&gt;
|Transudaat&lt;br /&gt;
|Gemodifieerd&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Cellen&lt;br /&gt;
|&amp;gt;15000/µl&lt;br /&gt;
|Hct &amp;gt;7%&lt;br /&gt;
|&amp;lt;2500/µl&lt;br /&gt;
|&amp;lt;2500/µl&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Sg&lt;br /&gt;
|&amp;gt;1.015&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1.008&lt;br /&gt;
|1.025-1.030&lt;br /&gt;
|&amp;gt;1.015&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Eiwit&lt;br /&gt;
|3 - 6 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;lt;1g/dL&lt;br /&gt;
|2 - 5 g/dL&lt;br /&gt;
|&amp;gt;3 g/dL&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Celtype&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|RBC&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Hct&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|= perifeer&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De vloeistof stolt niet tenzij de bloeding zeer recent is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tumorale cellen kunnen niet steeds aangetoond worden, vnl hemangioSA en chemodectoma schilferen niet goed af. Lymfoma heeft het meeste kans op cytologisch aangetoond te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
pH	≥ 7.0 neoplastisch (93%)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	&amp;lt; 7.0 niet-neoplastisch (78%)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Reactieve mesotheelcellen kunnen sterk lijken op neoplastische.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Parvovirus_ag</id>
		<title>Parvovirus ag</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Parvovirus_ag"/>
				<updated>2009-06-24T12:33:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Diarree, braken, anorexie, koorts bij kittens en pups.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Acute neutropenie of leukopenie.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Serologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Faeces, Darminhoud&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 10g&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| ELISA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Aangezien de periode van virusuitscheiding in de faeces zeer kort is (4 tot 8 dagen), is het zeer belangrijk faeces vroeg na het optreden van de diarreee te verzamelen; liefst binnen de 2 dagen. Erna stijgt het aantal vals negatieven drastisch.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
'''Hond, kat'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is mogelijk dat het virus de eerste 24-48u niet uitgescheiden wordt, herhaling van de test na 2-3d is dan aangewezen. Zo ook zakt de virusuitscheiding drastisch over 7-14d tijd. Een herhaaldelijk negatief resultaat sluit parvovirose daarom niet uit maar spoort wel aan andere mogelijkheden van acute gastroenteritis met koorts (bv. Salmonellose) na te speuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Detectie van virus tijdens de eerste 3 dagen na verkoop geeft het onbetwistbaar bewijs dat de infectie gebeurd is bij de verkoper.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De test maakt geen onderscheid tussen het wild virus en de levend verzwakte vaccinstam.&lt;br /&gt;
Type 1 (CPV1) is relatief apathogeen en veroorzaakt soms gastro-enteritis, pneumonitis en/of myocarditis in heel jonge puppies (in utero - &amp;lt;8w)&lt;br /&gt;
De klassieke ziekte wordt veroorzaakt door type 2 (CPV2)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle sneltesten zijn alleen geregistreerd voor honden,maar kunnen ook gebruikt worden voor de kat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Infectie door orale opname van besmet materiaal&lt;br /&gt;
   Primaire vermeerdering in lymfoïd weefsel van de oropharynx en drainerende lnn&lt;br /&gt;
   Primaire viremie met koorts (1-2d pi)&lt;br /&gt;
   Secundaire vermeerdering in lymfoïde weefsels en beenmerg&lt;br /&gt;
   Secundaire viremie met koorts (4-6d pi)&lt;br /&gt;
   Tertiare vermeerdering in maag en darm met braken en diarree&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Destructie van de intestinale crypten resulteert in beschadiging van het absorberend oppervlak, braken, diarree, intestinale bloeding en tegelijk vrij spel voor bacteriële invasie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Massale uitscheiding 4-8d pi, onafhankelijk van het feit of er diarree optreedt of niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
WBCtelling &amp;lt; 2000/µl heeft een slechte prognose. Leucopenie is echter voorbijgaand en meestal op in het begin van de ziekte. Leucocytose wijst op recovery.&lt;br /&gt;
Soms erge toxische veranderingen, leukemoïde reactie.&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Prothrombine_tijd</id>
		<title>Prothrombine tijd</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Prothrombine_tijd"/>
				<updated>2009-06-24T12:11:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Bloedingsneiging.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Risicopatiënten: hemangioSA milt, DIC, leverpatiënten, vWD risicorassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring heparinetherapie&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Stolling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Citraat-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| Gevulde stollingsbuis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Optisch, turbidimetrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
De verhouding citraat/bloed moet kloppen: vul de tube tot aan het maatstreepje.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 7&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 7&lt;br /&gt;
| 12&lt;br /&gt;
| s&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Pups: D1 1.3x, D7 no&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Test gemeenschappelijke en extrinsieke stollingsweg: factor I, II, V, VII en X. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Steeds samen interpreteren met trombocyten, APTT en bloedingstijd. Een PTT die met 3s verlengd is, is klinisch significant.&lt;br /&gt;
Zie ook [[APTT]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Versnelde metingen correleren klinisch niet met hypercoagulobiliteit.&lt;br /&gt;
Door acute faze respons tgv stress kan het fibrinogeen stijgen, waardoor verlengde APTT, PTT en TT waarden worden verdoezeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring heparinetherapie, warfarinetherapie&lt;br /&gt;
1.3 - 2x base line, 8-10u na toediening; of INR 2-3&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/PH_urine</id>
		<title>PH urine</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/PH_urine"/>
				<updated>2009-06-24T11:59:12Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Onderdeel routine urineonderzoek, screeningtest voor elk ziek dier&lt;br /&gt;
Zeker bij elke urinewegaandoening, oligurie, polyurie, polydipsie&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Urinewegen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Urine&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 15ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Dipstick&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Enkel betrouwbaar op verse urine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Urine steeds afnemen vooraleer vloeistoftherapie ingezet wordt&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 5.5&lt;br /&gt;
| 7.5&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 5.5&lt;br /&gt;
| 7.5&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 7.6&lt;br /&gt;
| 9.0&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 7.0&lt;br /&gt;
| 8.0&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Minimum-Maximumwaarden:hond en kat:4.5 - 8.5&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het rund sterk afhankelijk van de voeding. Tijdens het einde van de dracht daalt de pH tot 6 à 7.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Enkel in extreme gevallen reflecteert de urine pH acidose in het bloed.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oorzaken van acidurie zijn: erge azotemie, erg braken, erge diarree, respiratoire acidose/hypoxie, shock, ketoacidose, ethyleenglycol, metaldehydeintoxicatie, eiwitrijk dieet, verhoogd eiwitmetabolisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oorzaken van alkalurie zijn: recente maaltijd, urineretentie (obstructie), urineweginfectie met ureas-vormende bacteriën (Staphylococcus, Proteus), proximale renale tubulaire acidose, metabole alkalose met braken van maaginhoud (pylorusstenose) of respiratoire alkalose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Osmolaliteit_urine</id>
		<title>Osmolaliteit urine</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Osmolaliteit_urine"/>
				<updated>2009-06-24T11:49:05Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Nier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Urine&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 15ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Vriespuntsverlaging&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Urine steeds afnemen vooraleer vloeistoftherapie ingezet wordt&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 50&lt;br /&gt;
| 2500&lt;br /&gt;
| mOsmol/kg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 50&lt;br /&gt;
| 3000&lt;br /&gt;
| mOsmol/kg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Minimum-Maximum waarden!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Normaal:hond:500 - 1200.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Bepaling van de urine/plasma osmolaiteit ratio is een preciezere manier om het concentrerend vermogen te evalueren dan het urinair Sg. Zo zal bij een belangrijke glucosurie of proteinurie het Sg sterker verhogen dan de osmolaliteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elk dier met goed functionerende nieren moet in respons op dehydratatie urine kunnen produceren die 5-6x sterker geconcentreerd is dan hun plasma.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Diabetes insipidus gaat gepaard met waarden &amp;lt;300 mOsm/kg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Progesteron</id>
		<title>Progesteron</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Progesteron"/>
				<updated>2009-06-24T11:47:16Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Hond: Bepalen ovulatietijdstip voor inseminatie of natuurlijke dekking.&lt;br /&gt;
Aantonen overblijvend ovariumweefsel, voorspellen partus, monitoring luteale functie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paard: Kan gebruikt worden om cyclische activiteit aan te tonen dmv multipele staalnames  (5d interval over 20d). Ook bruikbaar als vermoedelijke drachtigheidsdiagnose, de precieze oestrus- en dekdatum moet echter gekend zijn. Een regelmatige cyclus is noodzakelijk.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Fertiliteit&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Chemiluminescent Microparticle Immunoassay&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
'''Hond'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De overgang van pro-oestruswaarden (&amp;lt;1ng/ml) naar &amp;gt;2ng/ml valt ongeveer samen met de LH-piek (te meten met de [[Witness-LH sneltest]])die gemiddeld 2d later leidt tot ovulatie, waarna de oocyt nogmaals 2d later klaar is voor bevruchting. &lt;br /&gt;
Een concentratie &amp;gt;2 ng/ml suggereert aanwezigheid van functioneel ovarieel weefsel en een cyclus in de  voorbije 60-90d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het beste moment voor bevruchting is 4–6d nadat de concentratie en eerste maal &amp;gt;2 ng/ml ligt.&lt;br /&gt;
De fertilisatieperiode werd door een studie nauwkeuriger vastgesteld op 36 – 108u (1.5-4.5d) nadat de concentratie een eerste maal &amp;gt;5 ng/ml ligt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verschillende studies hebben onafhankelijk van elkaar aangetoond dat de beste resultaten worden verkregen wanneer gedekt of geïnsemineerd wordt op de dag dat de concentratie voor het eerst &amp;gt;8 ng/ml ligt (en tot 19-26 ng/ml). Deze concentratie wordt geïnterpreteerd als zijnde ovulatie heeft plaatsgevonden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Progesteronbepaling om de 2 à 3d is meestal adequaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een lage concentratie na een ad sec. artem uitgevoerde inseminatie kan te wijten zijn aan premature luteolyse (ie vóór D35), opeenvolgende bepalingen zullen nooit &amp;gt;8 ng/ml uitstijgen&lt;br /&gt;
ovulatoir falen tgv ovariumafwijkingen of bij de kattin onvoldoende stimulatie, de curve vertoont een snelle dip&lt;br /&gt;
Om de zwangerschap te behouden is een concentratie van &amp;gt;2ng/ml vereist. De zwangerschap kan opgevolgd worden door wekelijks tot 9w na inseminatie of tot aan de partus de serumconcentratie te bepalen. De partus wordt ingezet binnen de 48u nadat de spiegel onder de 2 ng/ml zakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij abortusinductie of behandeling van luteale cysten met prostaglandines moet progesteron &amp;lt;2ng/ml blijven om succesvol te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Kat'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoge concentraties bij een verondersteld anoestrische kattin suggereert een stille krolsheid en, óf een niet-geobserveerde dekking óf een spontane ovalatie in de voorbije 30-40d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Paard'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Dracht''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het staal moet tussen D19-24 of tussen D44-48 genomen worden. Blijft hoog gedurende de ganse dracht (&amp;gt;1.5 ng/ml). Hoge waarden zijn consistent met dracht maar niet specifiek voor dracht.&lt;br /&gt;
&amp;gt;1.5 ng/ml tussen D19-24 en tussen D44-48 bewijst dat de merrie drachtig was op het moment van staalname.&lt;br /&gt;
De meeste drachtige merries hebben &amp;gt;3 ng/ml&lt;br /&gt;
&amp;lt;0.1 ng/ml tussen D19-24 of tussen D44 -48 bewijst dat de merrie niet drachtig is.&lt;br /&gt;
Waarden tussen 1 - 3 ng/ml worden geassocieerd met een verhoogd risico op abortus.&lt;br /&gt;
Onjuiste inschatting van het moment van hengstigheid en ovulatie, embryosterfte en ovariële afwijkingen veroorzaken vals positieven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Persisterend CL''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is altijd wel enig PGF2α maar soms niet voldoende om volledige regressie van het CL te veroorzaken. Waarden tussen 1 - 3 ng/ml zijn verdacht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De concentratie ook gebruikt worden om cyclische activiteit aan te tonen mbv multipele staalnames (5d interval over 20d)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hond'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De overgang van anoestruswaarden (&amp;lt;1ng/ml) naar &amp;gt;2ng/ml vallen ongeveer samen met de LH-piek die gemiddeld 2d later leidt tot ovulatie, waarna de oocyt nogmaals 2d later klaar is voor bevruchting. &lt;br /&gt;
Fertiele periode -D3 tot D7 tov de LH-piek afhankelijk van de spermakwaliteit&lt;br /&gt;
Fertilisatieperiode +D3 tot D7 tov de LH-piek&lt;br /&gt;
Met of zonder bevruchting duurt de luteale fase bij de hond gemiddeld 65d.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drachtige spiegels zijn quasi gelijk aan niet-drachtige. Hoewel de gemiddeld waarde in de late dracht hoger licht dan de in de late metoestrus is het verschil niet significant genoeg om progesteron als zwangerschapstest te gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Kat'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de kat treedt luteale activiteit met verhoogde progesteronspiegel enkel op als de ovulatie geïnduceerd werd. Als er geen bevruchting plaatsvindt, duurt deze gemiddeld 40d.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Osmolaliteit</id>
		<title>Osmolaliteit</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Osmolaliteit"/>
				<updated>2009-06-19T14:29:24Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Differentiatie tussen primaire polydipsie en primaire polyurie&lt;br /&gt;
Differentiatie hyponatriemie&lt;br /&gt;
Ethyleenglycolintoxicatie&lt;br /&gt;
Dorstproef (evalueren concentrerend vermogen nieren)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring: Diabetische ketoacidose, Mannitoltherapie, hydratatiestatus&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Ionogram&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Vriespuntverlaging&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 290&lt;br /&gt;
| 310&lt;br /&gt;
| mOsmol/kg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 300&lt;br /&gt;
| 335&lt;br /&gt;
| mOsmol/kg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Urine&lt;br /&gt;
   Hond	  50 - 2800 mOsmol/kg&lt;br /&gt;
   Kat	  50 - 3000 mOsmol/kg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Gevaar: Afwijkingen van de osmolaliteit correleren beter met de snelheid waarmee ze optreden dan met hun magnitude. &amp;gt;350 en &amp;lt;250 mOsmol/kg gaan gepaard met zenuwsymptomen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een  laag tot laag normaal plasma-osmolaliteit (275-280 mOsm/kg) bij dieren die onbeperkt toegang hebben tot water is indicatief voor primaire polydipsie; daarentegen een hoog normale tot verhoogde plasma-osmolaliteit (300-320 mOSm/kg) wijst op diabetes insipidus. Er bestaat echter een belangrijke overlapping tussen beide groepen.&lt;br /&gt;
In elk geval is een basale plasma-osmolaliteit van ≥320 mOsm/kg bij een klinisch goed gehydrateerde hond of kat met hypo- of isostenurie indicatief voor het falen van de neurohypofysaire-renale as.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lage osmolaliteit komt overeen met hypoNa.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ethyleenglycolintoxicatie gaat gepaard met hyperosmolaliteit althans in de vroege fase wanneer het nog niet volledig gemetaboliseerd werd en indien er voldoende van opgenomen werd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Osmolaliteit verwijst naar het aantal deeltjes in oplossing, toniciteit naar het vermogen van die deeltjes om de oncotische druk te verhogen of het vermogen om semi-permeabele membranen te penetreren. Alles wat een effect heeft op de toniciteit heeft dat ook op de osmolaliteit maar niet andersom. De osmolaliteit van het extracellulaire vocht wordt in hoofdzaak bepaald door Na, K, ureum en glucose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wijzigingen in de osmolaliteit worden opgevangen door ADH met gewijzigde waterdoorlaatbaarheid van de distale en collectie tubuli: osmolaliteit -&amp;gt; volume.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veranderingen in het ECV worden opgevangen door het renine-angiotensine systeem met gewijzigde bloeddruk en mineralocorticoïde release (aldosteron), deze laatste stimuleert op zijn beurt natriumresorptie in uitwisseling voor kalium.: volume -&amp;gt; osmolaliteit&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Orale_glucose_tolerantietest</id>
		<title>Orale glucose tolerantietest</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Orale_glucose_tolerantietest"/>
				<updated>2009-06-19T14:12:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Paarden verdacht van hypofysedysfunctie (Cushing) waarbij een dexamethasone suppressietest gecontraïndiceerd is wegens gevaar voor hoefbevangenheid.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| KHD-metabolisme&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| NaF-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Glucoseconcentraat 1,5 kg po, basaal staal + 1-2u na inname&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
'''Nut in DM-monitoring'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bedoeld wordt niet een orale suikerchallange maar wel het opstellen van een glucosecurve tussen twee insuline-injecties in. Dit is nog steeds de gouden standaard voor het bepalen en fijnregelen van de benodigde insulinedosis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De '''glucosedifferentiaal''' (GDf) verwijst naar het glucoseconcentratieverschil tussen de nadir en de volgende insuline-injectie. Bij een afgeplatte curve (GDf 50 - 100 mg/dL) heeft insuline niet de gewenste werking.&lt;br /&gt;
Ook de concentraties op zich zijn belangrijk:&lt;br /&gt;
   - consistent &amp;lt; 200 mg/dL, insuline zeer efficiënt&lt;br /&gt;
   - 350 - 400 mg/dL, insuline niet efficiënt&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eerst moet de nadir voldoende laag liggen (ideaal: 80 - 150 mg/dL)door de dosis met 0.5 - 1 U/dosis aan te passen. Hypoglycemie moet ten alle tijde vermeden worden. Bij een nadir van &amp;lt; 80 mg/dL is een dosisverlaging van 10-25% meestal effectief als de dosis tussen de 6-8 U is. Dosissen &amp;gt; 2.2 U/kg  zijn tegenaangewezen, herziening van het ganse protocol (type, herkomst, frequentie) moet desgevallend herzien worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vervolgens kan de werkingsduur nagegaan worden. Ruwweg wordt deze gedefinieerd als de tijd tussen toediening door de nadir tot de spiegel terug 200 - 250 mg/dL bereikt. Kortwerkend kan dikwijls het glucose wel verlagen maar niet gedurende de hele dag. Langwerkend sid is dikwijls evenmin efficiënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- 22 -24 u: sid therapie is voldoende&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- 15 - 20 u: wanneer langwerkend insuline gebruikt wordt, kan overgeschakeld worden naar intermediair werkend bid met een    dosisverlaging van 10 tot 25% van het oorspronkelijk insuline.  Alternatief kan gewoon (kortwerkend) insuline gegeven    worden ‘s avonds, best 16 - 18 u na de ochtenddosis en het langwerkend insuline ‘s morgens (evt 10% minder)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- 10 - 14 u: overschakelen naar bid of langer werkend type&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- &amp;lt; 8 u : de glucosespiegel moet steeds &amp;gt; 80 mg/dL blijven. Als de spiegel onder de 60 mg/dL zakt kan het Somogyi-fenomeen    optreden. De dosis moet desgevallend verlaagd worden tot glucose boven de 80 mg/dL blijft. Indien de werkingsduur    echt &amp;lt; 8 u bedraagt, moet ofwel meer dan 2 keer toegediend worden (erg onpraktisch) of naar een langer werkend    type of een zelfde type maar afkomstig van een andere diersoort (humaan -&amp;gt; runds of varken). In geval intermediair    insuline gebruikt wordt, helpt het vaak om te  overschakelen naar een ander type binnen dit type.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Eens de ziekte onder controle is, wordt aangeraden om 3 - 6m de curve opnieuw na te gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Oestradiol</id>
		<title>Oestradiol</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Oestradiol"/>
				<updated>2009-06-19T14:05:17Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Sertoliceltumor, granulosaceltumor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Resterend ovariumweefsel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Folliculaire cysten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stille bronst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Evaluatie oestruscyclus icm progesteron.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hyperoestrogenisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Fertiliteit&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Merrie: pas zinvol na D80&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Een hoge concentratie bij de reu is sterk suggestief voor een sertoliceltumor, maar een normale waarde sluit dit uit. Bij teven kan de concentratie verhoogd zijn bij follikelcysten maar evenmin in alle gevallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;gt;20 pg/ml is een bewijs voor resterend ovariumweefsel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hyperoestrogenisme, indien verhoogd ondersteunt het de diagnose.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sertoliceltumor, niet altijd (inhibine secretie waardoor LH en FSH onderdrukt worden en dus testo).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hond'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De bron van oestradiol zijn ovariële follikels. Bij teven fluctueert de concentratie snel en over een wijd bereik, bovendien kunnen de hoge concentraties gemeten tijdens pro-oestrus dikwijls slechts voor een dag of 2 gedetecteerd worden. Vaginacytologie is in feite een soort bio-assay voor oestrogene activiteit, is sneller en makkelijker uit te voeren, goedkoper en geeft op de koop toe betere resultaten dan een enkelvoudige oestradiolbepaling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Paard'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoge waarden bij niet drachtige paarden kunnen wijzen op granulosa-cel tumor.&lt;br /&gt;
Verhoogde oestrogeenspiegels tussen D35 en D50 sluiten embryonale sterfte niet uit daar ze afkomstig zijn van het CL.&lt;br /&gt;
Productie begint tussen D60 - 70, stijgt en piekt (meestal &amp;gt;800 pg/ml) rond D140 en blijft hoog.&lt;br /&gt;
&amp;gt;350 pg/ml na D140 bewijst dat de merrie drachtig is en de foetus leeft.&lt;br /&gt;
Na D70 wordt het oestrogeen geproduceerd door de foetoplacentaire eenheid.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Nitriet_urine</id>
		<title>Nitriet urine</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Nitriet_urine"/>
				<updated>2009-06-19T14:02:20Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Onderdeel routine urineonderzoek, screeningtest voor elk ziek dier&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zeker bij elke urinewegaandoening met oligurie, polyurie, polydipsie, hematurie, troebele urine&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Urinewegen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Urine&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 15ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Reflectiefotometrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Mid-stream en kathederurine kunnen sterk bacterieel gecontamineerd worden. Enkel urine gepreleveerd door cystocyntesis biedt voldoende waarborgen wat betreft de steriliteit van de afname.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| neg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| neg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Urineweginfectie met nitrietvormende organismen (streptococcen, stafylococcen, pseudomonas). Enkel positieve resultaten zijn diagnostisch , voor hond en kat is de test niet zo gevoelig (veel vals-negatieven) als bij de mens. Resultaten worden beter genegeerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bacteriële activiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sommige strepto- en stafylococcen en pseudomonas converteren geen nitraat.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Neutrofielen</id>
		<title>Neutrofielen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Neutrofielen"/>
				<updated>2009-06-19T14:01:14Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Routineparameter, onderdeel van WBC-formule en CBC&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 55&lt;br /&gt;
| 75&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 60&lt;br /&gt;
| 78&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 45&lt;br /&gt;
| 70&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 25&lt;br /&gt;
| 45&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 30&lt;br /&gt;
| 48&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
'''Absolute waarden'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hond	3000 - 11500 /µl  Greyhound 2000 - 6500 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kat	2500 - 12500 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Paard	2200 - 7400 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Rund	  600 - 4000 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Toxiciteit'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Insignificant	0 - 4%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mild	5 - 10%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Matig	11 - 30%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Erg	&amp;gt;30%&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
'''Neutrofilie''' wordt veroorzaakt door&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   - inflammatie -&amp;gt; N-Seg’s, sterke leucocytose&lt;br /&gt;
   - stress/cortico’s -&amp;gt; lymfopenie&lt;br /&gt;
   - inspanning/adrenaline -&amp;gt; lymfocytosis&lt;br /&gt;
   - leukemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Inflammatie''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Suppuratieve of exsudatieve inflammatie: neutrofielen vormen de belangrijkste populatie maar kunnen gemengd zijn met andere ontstekingscellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Bacteriële infecties (sepsiS) veroorzaken meestal neutrofiele exsudatie maar purulente tot pyogranulomateuze inflammatie kan ook veroorzaakt worden door schimmel-, protozoaire en virale infecties (denk maar aan FIP)-.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Aseptische processen:necrose (pancreatitis, pansteatitis),immuungemedieerde aandoeningen (IHA, SLE),toxines (endotoxine, slangenbeet) &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
tumoren kunnen ontsteking veroorzaken door te predisponeren voor bacteriële infetie, beschadiging van normaal weefsel, beschadiging van bloedvaten, ulceratie of paraneoplastische beenmergstimulatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Gelokaliseerde nog niet ingekapselde infectie (pyometra, pyothorax, empyeem, pyelonefritis, endocarditis en abcedatie) kunnen extreem hoge neutrofiele respons uitlokken ivt gegeneraliseerde infecties. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- Een normaal leukogram sluit inflammatie niet uit vooral als deze mild of chronisch is of slechts oppervlakkige weefsel aantast (tracheobronchitis, cystitis, dermatitis,...).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Over de prognose van de inflammatie kan meer informatie ingewonnen worden door de neutrofiele respons nader te omschrijven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Linksverschuiving '''= meer niet-gesegmenteerde neutrofielen (staven, metamyelocyten, myelocyten, promyelocyten) dan gesegmenteerde ongeacht het aantal WBC of leucocytose met een totaal aantal N-Seg’s &amp;gt; 1000/µl of &amp;gt; 10%. Dit is het duidelijkste bewijs van inflammatie dat men kan vinden in een leukogram. Hoe jonger de vormen, hoe ernstiger de inflammatie. De grootste linksverschuiving kan verwacht worden aan het begin van een ontsteking. Naarmate de inflammatie chronischer wordt, wordt de linksverschuiving subtieler of verdwijnt en vermindert of verdwijnt eveneens de leucocytosis doordat verbruik en productie van neutrofielen synchronyseert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De magnitude van neutrofilie of neutropenie tijdens inflammatie weerspiegelt de balans tussen vraag en aanbod. Een milde tot matige linksverschuiving is typisch (Hond, 17-40.000/µl; Kat, &amp;lt; 30.000/µl) en heeft een gunstige prognose. Een extreme leucocytose daarentegen is prognostisch ongunstig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Regeneratieve linksverschuiving'' = neutrofilie met een stijging van het aantal onvolwassen neutrofielen zonder het aantal volwassen te overstijgen; duidt op een inflammatoire reactie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Degeneratieve linksverschuiving ''wordt gedefinieerd als de aanwezigheid van meer onvolwassen neutrofielen dan gesegmenteerde ongeacht het aantal WBC of als een leukopenie met meer dan 1000 ongesegmenteerde neutrofielen /µl of &amp;gt;10%. Draagt een slechte prognose daar het beenmerg neutrofielen produceert tegen een tempo waarbij ze onvoldoende kunnen uitrijpen. Ofwel is de celproductie afgenomen of de vraag naar neutrofielen dramatisch toegenomen.&lt;br /&gt;
Het is echter een typisch beeld van vroege inflammatoire respons bij runderen. Ze hebben een kleine reserve aan volwassen neutrofielen die vlug opgeconsumeerd is, bijgevolg zullen vlug (1-2d) jonge tot zeer jonge neutrofielen verschijnen. In een latere fase wanneer  het beenmerg op volle toeren draait gaat dit beeld over in een regeneratieve left shift. &lt;br /&gt;
Bij chronische infecties en in een latere fase van een acute infectie zal neutrofilie optreden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Toxische veranderingen'' (vacuolisatie, Döhle bodies en basofilie) treden op bij zware infecties zoals pyometra. Soms zijn toxische neutrofielen het enige aanknopingspunt voor ziekte. Erge toxiciteit (2+ tot 4+) heeft een slechte prognose. Frequent bij paarden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Leukemoïde reactie'' = inflammatie gepaard gaande met een danig verbruik van neutrofielen dat ook jongere vormen dan staven in het perifere bloed verschijnen zodat het veel weg heeft van granulocytaire leukemie. 50-100.000/µl. Draagt een slechte prognose. Waarnemingen die leukemie tegenspreken zijn: toxische veranderingen, afwezigheid van anemie of thrombocytopenie. Soms is een beenmergpunctie nodig om het onderscheid te maken. Wordt wel eens gezien bij:&lt;br /&gt;
    -gelokaliseerde infecties (pyometra) waarbij het pus niet kan draineren of waar Ab niet kunnen penetreren.&lt;br /&gt;
    - IHA met een massale destructie van RBC&lt;br /&gt;
    - paraneoplastische beenmergstimulatie (renaal CA, rectaal adenoma, meta fibrosSA)&lt;br /&gt;
    - CLAD bij Ierse Setters en zeldzame infectieziekten (Hepatozoon canis)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hyposegmentatie ''Pelger-Huët anomalie, extreem zeldzame erfelijke afwijking die interfereert met de uitrijping van de granulocytaire celkern waardoor neutrofielen lijken op staven en metamyelocyten. Deze levenslange degeneratieve linksverschuiving heeft klinisch geen enkele betekenis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hypersegmentatie ''Cortico’s (endo/exogeen) verhinderen diapedese waardoor cellen langer in de bloedbaan blijven en hun kernen meer dan 5 lobben gaan ontwikkelen. Wordt ook gezien bij poedels met macrocytosis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Leukoerythroblastaire reactie'' is het samen voorkomen van onvolwassen WBC en gekernde RBC, maw linksverschuiving met nRBC’s. De WBCtelling is meestal hoog, maar kan normaal en in zeldzame gevallen laag zijn. De premature vrijzetting uit het beenmerg wordt veroorzaakt door een verhoogde vraag of door uitdrijving door ontstekings- of tumorcellen. Extramedullaire hematopoiesis(in lever en milt) kan ook een rol spelen als gevolg van de afwezigheid van normaal feedbackmechanisme.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Neutropenie of leucopenie'' is typisch in de vroege fase van een acute of peracute infectie die meestal gelokaliseerd is. Dit is een ongunstig teken: het beenmerg is niet in staat om voldoende neutrofielen aan te maken (verminderde productie, defectieve uitrijping) of het verbruik ervan is overwelmend of beide. Leucopenie hetzij primair, hetzij secundair predisponeert tot infectie en septicemie, breed-spectrum bactericide antibiotica zijn steeds geïndiceerd.&lt;br /&gt;
Typische oorzaken van een overdreven verbruik zijn gram-negatieve sepsis en endotoxemie. Andere mogelijkheden zijn peritonitis, pyometra, aspiratiepneumonie en canien parvovirus.&lt;br /&gt;
Defectieve granulopoiesis valt te verwachten bij aplastische anemie, myeolo- en lymfoproliferatie, parvovirose (hond en kat), FeLV, chemotherapie, hyperoestrogenisme en andere idiosynchratische drugreacties.&lt;br /&gt;
Er is een relatief hoog aantal katten met tellingen van 1800-2300/µl die gedurende maanden tot jaren persisteren zonder gepaard te gaan met klinische klachten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Bicytopenie'' is een vermindering in aantal van twee circulerende bloedcellijnen: anemie en neutropenie, anemie en thrombocytopenie of neutropenie en thrombocytopenie. Wanneer alle drie cellijnen aangetast zijn, anemie, thrombocytopenie en neutropenie, spreekt men van ''pancytopenie''. Ze worden meestal veroorzaakt door beenmergaandoeningen, hoewel verhoogde perifere destructie zoals sepsis en DIC ook aan de basis kunnen liggen.&lt;br /&gt;
Neutofielen zijn typische ontstekingscellen. Zij worden continu geproduceerd door het beenmerg waarna ze ongeveer 10u rondcirculeren en vervolgens de weefsels binnendringen. Een verhoogde vraag gaat gepaard met een verhoogde vrijzetting uit de reservepool waarna de productie zich aanpast. De functie van neutrofielen is hoofdzakelijk opruimen en afdoden van bacteriën en fungi.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de hond is bij excitatie vnl het aantal neutrofielen verhoogd&lt;br /&gt;
Bij de kat eerder over alle celpopulaties verdeeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens herstel en genezing normaliseren alle waarden incl. de linksverschuiving.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Döhle bodies'' (RES resten) worden frequent aangetroffen in neutrofielen van katten. Dergelijke cellen mogen niet als toxisch beschouwd worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Chédiak-Higashi'' bij perzen: Lysomale afwijking gekenmerkt door: grote roze lysozomale of cytoplasmatische inclusies in neutrofielen en eosinofielen, klontering van melaninegranules en daardoor geassocieerd met kleurdilutie van vacht en iris. Verminderd choroïdaal pigment veroorzaakt een rode fundusreflex en fotofobie voor fel licht. De katten zijn gevoelig voor infectie en bloedingsneiging door gestoorde bloedplaatjesfunctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Neutrofielen van paarden vertonen vlug toxische granulatie.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Neus_bacteriologie</id>
		<title>Neus bacteriologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Neus_bacteriologie"/>
				<updated>2009-06-19T13:35:27Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Bacteriologie&lt;br /&gt;
Mycologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Swab, Spoelvloeistof&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| na 2d&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Een gewone neusspoeling is zelden diagnostisch.&lt;br /&gt;
Staal diep uit neusgang nemen: tracheatube plaatsen en nasopharynx afsluiten met tampons. Urinekatheder 8G op 12 tot 15 cm afsnijden met een hoek van 45°. Afstand mediale ooghoek tot neusgat afpassen en katheder tot het maatstreepje in de neusgang brengen, over en weer schuiven, losgemaakt weefsel uitspoelen met Ringerlactaat (10 tot 35ml afhankelijk van de grootte van het dier). Opmerkingen: Neusbloeding is een normaal gevolg en stopt binnen de 30min tenzij bij coagulatiestoornissen.&lt;br /&gt;
De katheder niet verder inbrengen dan de afgepaste afstand: gevaar voor penetratie van de cribriforme beenplaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Kweek is moeilijk interpreteerbaar door de massale aanwezigheid van normale neusflora bij zowel aangetaste als gezonde dieren. Bacteriële en zelfs schimmelgroei suggereren niet de facto een infectieuze oorzaak en zijn dikwijls secundair. Hoewel bacteriële rhinitis zelden of nooit een primair probleem vormt , kan klinische verbetering - zij het voorbijgaande - van de neusvloei bekomen worden door de bacteriële component van de aandoening te behandelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Groei van vele kolonies van één of twee types is uiteraard significanter dan de groei van vele verschillende organismen of slechts een klein aantal kolonies.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Schimmelcultuur voor Aspergillose geeft zowel vals positieve als vals negatieve resultaten. Kweek is over het algemeen wel betrouwbaar als deze uitgevoerd wordt uitgaande van een biopt. Aspergillus en Penicillinium worden af en toe geïsoleerd uit de neus van normale dieren en van dieren met andere nasale aandoeningen (dikwijls tumoraal).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Cryptococcus in de neus van een dier met chronische neusvloei is meestal diagnostisch, hoewel het occasioneel ook bij normale katten en honden gevonden wordt.&lt;br /&gt;
Meest voorkomende neoplasie: adenoCA en CA’s&lt;br /&gt;
Occasioneel: transmissiebele venereaal tumor, mastocytoma, lymfoSA&lt;br /&gt;
FibroSA en osteoSA zijn minder exfoliatief en dus moeilijker dmv cytologie te diagnosticeren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bilterale epistaxis -&amp;gt; stollingsprofiel&lt;br /&gt;
Unilaterale epistaxis -&amp;gt;primair nasale aandoening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Neutrofiele inflammatie en bacteriën is een aspecifieke cytologische bevinding bij dieren met neusproblemen&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Neospora_caninum</id>
		<title>Neospora caninum</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Neospora_caninum"/>
				<updated>2009-06-16T13:58:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Honden met polyradiculomyositis, i.e. progressieve paralyse beginnende bij de achterhand, dysfagie en spieratrofie en zelden myocarddysfunctie of pneumonie.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Serologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Indirecte immunofluorescentie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| 1 a 2 weken&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
IgG titer &amp;gt;1:200 wijst op infectie, maar niet op klinische ziekte te wijten aan infectie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Titer &amp;gt;1:800 is een goede ondersteunende diagnose bij een hond met klinische symptomen.&lt;br /&gt;
Definitieve diagnose is enkel mogelijk door de parasiet aan te tonen in weefselbiopten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stijgende titers werden niet aangetoond in klinische gevallen. De meeste titers dalen na behandeling in de loop van weken. Al blijven ze meestal maanden tot jaren aantoonbaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een positief resultaat kan ook wijzen op immuniteit maar tot op heden is hiervoor geen wetenschappelijk bewijs geleverd. Een negatief resultaat sluit immuniteit niet uit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
DD: Toxoplasmosis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Oocysten werden nooit aangetoond in faeces van honden met een actieve infectie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gelijkaardig met maar antigenisch verschillende coccide als toxoplasma gondii. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tachyzoiten en weefselcysten met bradyzoiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Overdracht: ingestie en transplacentair.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ascenderende paralyse met hyperextensie van de achterpoten bij congenitaal geïnfecteerd pups is de belangrijkste manifestatie van ziekte. Vaak spieratrofie. Polymyositis en multifocale CZSaantasting kunnen samen of afzonderlijk voorkomen. Myocarditis, dysfagie, ulceratieve dermatitis, pneumonie of hepatitis komt soms voor.Onbehandelde gevallen sterven meestal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vrijwel alle alleenstaande gevallen van neosporose hebben titers &amp;gt;1:800 (controversieel)&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Natrium</id>
		<title>Natrium</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Natrium"/>
				<updated>2009-06-16T13:55:43Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Systemische aandoeningen gepaard met braken, diarree, polyurie, polydipsie, spierzwakte, beroerte, depressie.&lt;br /&gt;
Oedeem, effusie in lichaamsholten, dehydratatie&lt;br /&gt;
Hypoadrenocorticisme, nierfalen, leverfalen, hartfalen&lt;br /&gt;
Stoornissen van het zuur-base evenwicht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring vloeistoftherapie, diuretica (furosemide)&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Ionogram&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum, Heparine-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| ISE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 140&lt;br /&gt;
| 155&lt;br /&gt;
| mEq/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 322&lt;br /&gt;
| 357&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 145&lt;br /&gt;
| 160&lt;br /&gt;
| mEq/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 334&lt;br /&gt;
| 367&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 132&lt;br /&gt;
| 146&lt;br /&gt;
| mEq/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 303&lt;br /&gt;
| 336&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 135&lt;br /&gt;
| 145&lt;br /&gt;
| mEq/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 311&lt;br /&gt;
| 334&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
mEq/L x 2.3 = mg/dL&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mg/dL x .4348 = mEq/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het populatiegemiddelde voor Greyhounds op rust ligt iets hoger dan dat van de totale hondenpopulatie. (149 - 157; µ 153)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Significantie: vanaf &amp;gt;155 – 160 mEq/L en &amp;lt;137 – 140 mEq/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hyponatriemie''' kan ontstaan door verhoogd verlies van Na, vnl langs renale weg of door retentie van water (verdunningseffect) of beide. Bij deze laatste kan het gaan om een gepaste reactie op een verminderd ECV of kan het ongepast zijn (SIADH).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De belangrijkste oorzaken van erge hypoNa (&amp;lt;135 mEq/L) zijn braken, gevorderd congestief hartfalen (met of zonder diureticumtherapie), hypoadrenocorticisme en effusie via lichaamsholten. Evaluatie van de plasma osmolaliteit, urinair Sg  en hydratatiestatus laat verder etiologische differentiatie toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Hypostenurie	Diabetes insipidus&lt;br /&gt;
   Isostenurie	gedeeltelijke ADH-deficiëntie of sensibiliteit hoogst waarschijnlijk tgv nieraandoening&lt;br /&gt;
   Hypersthenurie	normale ADH-respons; Na-retentie, primaire adipsie, gastro-intestinaal&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HyperNa''' iam dehydratatie corrigeert men mbhv NaCl 0.9%; anticpeer op een eventuel hypoNa na volumecorrectie. HyperNa zonder dehydratatie  of persisterende hyperNa na volumecorrectie kan aangepakt worden met NaCl 0.45% + 2.5-5% dextrose. Het waterdeficit kan berekend worden door:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   	Waterdeficit (L) = 0.6 x LG (kg) x (1 - Nanormaal/Nagemeten)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hypernatriemie ontstaat meestal door waterverlies. Het waterverlies kan zuiver zijn (bv. bij diabetes insipidus) of groter zijn dan dat van zout (gastro-intestinale dehydratatie). Minder frequent is retentie van Na door overdreven infusie of een gestoorde dorstprikkel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Overhydratatie komt bij huisdieren zelden voor en heeft meestal een iatrogene oorzaak: overinfusie en dan vnl. nog bij nierpatiënten. Is dit infuus hypotoon (meestal onder de vorm van glucose 5%) dan zal hypoNa optreden; is het isotoon (saline, Ringer) zal het natrium normaal blijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De belangrijkste oorzaken van erge hyperNa (&amp;gt;160 mEq/L) zijn niet (genoeg) kunnen drinken, renaal of gastro-intestinaal verlies van hypotoon water of vloeistoftherapie. Dit staat bijna steeds gelijk aan hyperosmolaiteit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veel oorzaken van hyperNa worden ook vernoemd bij hypoNa. Dit laat zich verklaren door het feit dat het initieel waterverlies (met hypernatriemie) terug wordt aangevuld door wateropname en/of verbeterde renale retentie waardoor het natrium terug verdund wordt, normaliseert en eventueel zelfs verlaagd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Normovolemie ondanks sterke pu/pd is typisch voor centrale of nefrogene diabetes insipidus, syndrome of inappropriate ADH secretion (SIADH), primaire psychogene polydipsie en hyperadrenocorticisme.&lt;br /&gt;
Om deze oorzaken te differentieren is minstens een dorstproef en urine-onderzoek (soortelijk gewicht, osmolaliteit) nodig en eventueel een ADH-stimulatietest. Daar de diurese bij deze aandoeningen zo sterk is, zal ook veel ureum uitgewassen worden en uiteindelijk in een verlaagd ureum resulteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de keuze van vloeistoftherapie worden volgende richtlijnen gegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!Vloeistof&lt;br /&gt;
|Hond&lt;br /&gt;
|Kat&lt;br /&gt;
|Paard&lt;br /&gt;
|Rund&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Ringerlactaat&lt;br /&gt;
|&amp;gt;135 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;gt;140 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;gt;127 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;gt;127 mEq/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Fysiologisch&lt;br /&gt;
|&amp;lt;135 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;lt;140 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;lt;127 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;lt;127 mEq/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!Hypertoon&lt;br /&gt;
|&amp;lt;120 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;lt;120 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;lt;115 mEq/L&lt;br /&gt;
|&amp;lt;115 mEq/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
'''Fysiologie''':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wordt homeostatisch binnen nauwe grenzen gehouden. Veranderingen in de serumconcentratie stimuleert de macula densa waardoor het renine-angiotensine systeem in werking treedt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Pathofysiologie''':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De serumconcentratie zegt niets over de totale lichaamsinhoud aan Na maar enkel over de hoeveelheid aanwezig in het circulerende bloed t.o.v. water. Aanvankelijk kan er sprake zijn van hyperNa door een groot verlies aan water die omslaat in hypoNa wanneer het dier overvloedig begint te drinken en/of de renale retentie verbeterd is en zo zijn serumconcentratie sterk verdunt. Vandaar dat veel oorzaken van hyperNa uiteindelijk ook aanleiding kunnen geven tot hypoNa.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Symptomen zijn vnl. van neurologische aard (&amp;lt;120 of &amp;gt;170 mEq/L ). De ernst van de symptomen correleert met de magnitude, de snelheid van optreden en de hyperosmolaliteit of hypo-osmolaliteit. Er ontstaat een sterke osmotische gradiënt die water aan de cellen ontrekt resp. in de cellen pompt. Als deze gradiënten traag worden opgebouwd en de cellen de tijd krijgen zich aan het gewijzigde milieu aan te passen, zullen symptomen pas vanaf relatief hogere resp. lagere concentraties optreden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer cellen van het CZS verschrompelen (neuronale dehydratatie) tgv hyperNa ontstaan lethargie, zwakte,  spierfasciculaties, ataxie, toevallen, stupor en coma. Er bestaat risico op hersenbloeding, -trombose, -infarct en -ischemie. De normale respons op hyperosmolaliteit is ADH-release en hyperstenurie. Het onvermogen om in deze situatie geconcentreerde urine te vormen, wijst op diabetes insipidus.&lt;br /&gt;
Zwelling en lyse van cellen tgv hypoNa leidt eveneens tot neurologisch symptomen: zwakte, anorexie, lethargie, braken, spierfasciculaties, toevallen en coma.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hypertone dehydratatie''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Plasmacontractie vindt enkel plaats wanneer de wateropname gerantsoeneerd wordt. Water verhuist van IC naar EC en initieel is er geen sprake van dehydratatie. Voortschrijdende diurese leidt tot erge hyperNa, volumecontractie, azotemie tgv renale ischemie en eventueel nierblockage. Osmolaliteit van  plasma verhoogt terwijl die van urine verlaagt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hypotone dehydratatie''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Water- en zoutverlies met gebrekkige of zonder compensatie. ECV neemt af samen met het totaal lichaamsNa. De dieren zijn klinisch gedehydrateerd. Als dergelijke patiënten overvloedig  beginnen te drinken, verdunnen ze hun ionaire concentatie en ontstaat hypoNa.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Na:K_ratio</id>
		<title>Na:K ratio</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Na:K_ratio"/>
				<updated>2009-06-16T13:36:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Hypoadrenocorticisme&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Bijnier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Berekening&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 27:1&lt;br /&gt;
| 40:1&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
De beruchtste oorzaak van een te lage verhouding is hypoadrenocorticisme. Hoewel 10% van de gevallen op het moment van aanbieden een normale electrolytenbalans heeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na:K ratios van 27 of 28 identificeren het hoogste percentage van de honden verdacht voor hypoadrenocorticisme correct. De waarschijnlijkheid om hypadrenocorticisme te bevestigen adhv een ACTH stimulatietest bij een Na:K ratio 24 of lager is hoog.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lage waarden worden ook gezien bij andere aandoeningen van renale, gastro-intestinale of hepatische aard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een normale ratio sluit hypoadrenocorticisme niet uit. Dit kan zich voordoen in een vroeg stadium van de ziekte, indien enkel de zona fasciculata (glucocorticoïden) insufficiënt is of indien het dier recentelijk een vloeistoftherapie onderging.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Evenmin kan men met de ratio differentiëren tussen primair en secundair hypoadrenocortisme, hoewel de combinatie van afwezigheid van respons op ACTH met een hoge Na:K ratio wijst op primair hypoA.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Trichuris vulpis infestatie en Salmonellosis zijn zeker te overwegen in geval ionaire imbalans veroorzaakt door diarree.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/NRBC</id>
		<title>NRBC</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/NRBC"/>
				<updated>2009-06-16T13:34:42Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
NRBC’s zijn gekernde RBC, m.a.w. RBC die niet volledig uitgerijpt zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een occasionele NRBC is van geen enkele klinische betekenis. Hun opvallende aanwezigheid wordt geassocieerd met regeneratieve anemie (maar minder consistent dan het aantal reticulocyten), miltdysfunctie, chronische hypoxie tgv bv. congestief hartfalen, extramedullaire hematopoiesis, loodvergiftiging, hyperadrenocorticisme, leukemie en andere beenmergaandoeningen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leukoerythroblastaire reactie is het samen voorkomen van onvolwassen WBC en gekernde RBC, maw linksverschuiving met nRBC’s. De WBCtelling is meestal hoog, maar kan normaal en in zeldzame gevallen laag zijn. De premature vrijzetting uit het beenmerg wordt veroorzaakt door een verhoogde vraag of door uitdrijving door ontstekings- of tumorcellen. Extramedullaire hematopoiesis(in lever en milt) kan ook een rol spelen als gevolg van de afwezigheid van normaal feedbackmechanisme.&lt;br /&gt;
NRBC kunnen theoretisch MCHC tevens verlagen zoals reticulocyten. Hun aantal is echter meestal te klein om een significante invloed te hebben.&lt;br /&gt;
==Referenties==&lt;br /&gt;
{{Reflist}}&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Monocyten</id>
		<title>Monocyten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Monocyten"/>
				<updated>2009-06-16T13:33:06Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Routineparameter, onderdeel van WBC-formule en CBC&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 3&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 1&lt;br /&gt;
| 4&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 1&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 1&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
   Absolute waarden&lt;br /&gt;
   Hond	150 - 1350 /µl&lt;br /&gt;
   Kat	100 -  850 /µl&lt;br /&gt;
   Paard&amp;lt; 900 /µl&lt;br /&gt;
   Rund	&amp;lt; 800 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Monocyten behoren tot de tweedelijns defensie en kunnen in aantal verhoogd zijn bij acute en chronische ontsteking en zowel bij suppuratieve, pyogranulomateuze, granulomateuze, necrotische, kwaadaardige, hemolytische, hemorrhagische of immuungemedieerde ziekteprocessen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monocytosis bij honden is typisch sterker geprononceerd dan bij katten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Exogene en endogene cortico’s resulteren bij honden (tot 2500/µl) en slechts occasioneel bij paard, rund en kat in monocytosis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een verminderd aantal is klinisch niet relevant.&lt;br /&gt;
Er bestaat geen beenmergreserve van deze cellen en worden dus geproduceerd naargelang de vraag. Ze transformeren tot macrofagen wanneer ze de weefsels binnendringen waar ze blijven of vrij migreren. Hun belangrijkst functie is fagocytose van dode cellen, microörganismen en vreemde partiekels naast het presenteren van antigen aan lymfocyten. Bij paard, rund en kat verdwijnen monocyten gewoonlijk initieel uit het perifere bloed bij een acuut of peracuut inflammatoir insult. Hun terugkeer kan beschouwd worden als een teken van chronociteit. Desgevallend is er dikwijls ook sprake van een milde tot matige neutrofilie met variabel linksverschuiving.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Magnesium</id>
		<title>Magnesium</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Magnesium"/>
				<updated>2009-06-16T13:31:57Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Onverklaarbare hypocalcemie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hypokaliemie refractair voor therapie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hartritmestoornissen refractair voor therapie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Myopathie, neuromyopathie, onverklaarbare spierzwakte (incl dysfagie en dyspnee), ataxie, fasciculaties en toevallen.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Ionogram&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum, Heparine-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Colorimetrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Vermijdt hemolyse, RBC bevatten Mg.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 1.7&lt;br /&gt;
| 2.9&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| .7&lt;br /&gt;
| 1.19&lt;br /&gt;
| mmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 2.0&lt;br /&gt;
| 3.0&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| .82&lt;br /&gt;
| 1.23&lt;br /&gt;
| mmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 1.4&lt;br /&gt;
| 2.2&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| .58&lt;br /&gt;
| .9&lt;br /&gt;
| mmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 1.9&lt;br /&gt;
| 2.9&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| .78&lt;br /&gt;
| 1.20&lt;br /&gt;
| mmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
mg/dL x .4113 = mmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mmol/L x 2.4312 = mg/dL&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
'''Hypomagnesiemie''' wordt veroorzaakt door verminderde opname, verminderde darmabsorptie, verhoogd gastro-intestaal of renaal verlies en een shift van extra- naar intracellulair (zoals K). De belangrijkste oorzaken van een klinisch significante hypoMg zijn malabsorptie, osmotische diurese bij ketoacidose en de aggresieve behandeling ervan (shift) en andere aandoeningen waarbij een sterke polyurie bestaat. Het grootste risico bestaat bij honden in kritieke toestand of congestieve hartlijders onder behandeling met furosemide.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tijdens behandeling van ketoacidose kan erge hypoMg ontstaan (&amp;lt;1 mg/dL): de concentratie wordt&lt;br /&gt;
verdund door vloeistofinfusie en wordt na toediening van insuline en bicarbonaat nog eens extra&lt;br /&gt;
verlaagd door een Mg-shift van extra- naar intra-cellulair. Bovendien is Mg bij deze dieren initieel gewoonlijk normaal of reeds verlaagd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
HypoMg kan de oorzaak zijn van een refractaire hypoK welke niet gecorrigeerd kan worden tot het Mgdeficit is angevuld. &lt;br /&gt;
HypoMg predisponeert tot digitalis geïnduceerde hartritmestoornissen en diuretica kunnen Mg depleren.&lt;br /&gt;
Supplementatie in de voeding of overschakelen op een kalium (en magnesium)-sparend diureticum bij dergelijke therapieën lijkt dus aangewezen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Supplementatie is noodzakelijk bij concentraties &amp;lt;1 mg/dL, i.g.v. klinische symptomen of refractaire&lt;br /&gt;
hypoK of hypoCa. Vereiste is wel een goede nierfunctie. In tegengesteld geval moet men de dosis verlagen om levensbedreigende effecten van hyperMg te vermijden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Hypermagnesemie''' wordt veroorzaakt door verminderde excretie of een verhoogde inname. Een overschot wordt echter snel uitgescheiden door de nieren, ten minste als deze gezond zijn; een bestaande nierdysfunctie werkt dus predisponerend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Behandeling is enkel aangewezen als toxische waarden gemeten worden en de nierfunctie gestoord is of symptomen optreden. Na herstel van nierfunctie lost het probleem meestal vanzelf op. Bij cardiotoxische effecten kan intraveneuze Ca-infusie noodzakelijk zijn om de overmaat Mg uit de Ca-kanalen te drijven.&lt;br /&gt;
Slechts 1% van het totale lichaamsMg is aanwezig in het serum. Meting hiervan weerspiegelt dus geenszins de totale lichaamsinhoud aan Mg. Een normale serumspiegel kan samengaan met een verlaagd totaal lichaamsMg, maar een verlaagde serumspiegel wijst steeds op een netto tekort.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concentraties &amp;gt;3.3 – 3.5 mg/dL zijn toxisch. Symptomen zijn vooral van neurologische aard: zwakte, lethargie en diepe peesreflexen die verdwijnen. Het ECG toont een verlengd PR-interval en verbrede QRS-complexen, atrioventriculiare of bundle-branch block en de bloeddruk daalt.&lt;br /&gt;
&amp;gt;10 mg/dL leidt bij de mens tot coma, apnee en hartstilstand. Bij dergelijk hoge concentratie zou Mg op aspecifieke wijze de Ca-kanalen blokkeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''HypoMg''' treedt frequent op bij ernstig zieke honden en katten en zou predisponeren tot een reeks cardiovasculaire, neurologische en metabole complicaties. Nochtans blijven sommige erge gevallen (&amp;lt;1 mg/dL) asymptomatisch. Zelden is hypoMg een alleenstaand feit, ook andere electrolyten zijn meestal gestoord en dragen bij aan het klinisch beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot de zenuwsymptomen behoren lethargie, ataxie, spierzwakte, spiertrillingen, toevallen en coma.&lt;br /&gt;
Cardiovasculaire symptomen worden veroorzaakt door een verlaagde rustpotentiaal in het myocard,&lt;br /&gt;
wat leidt tot verhoogde prikkelbaarheid van de Purkinje-vezels en bijgevolg arrhythmieën.&lt;br /&gt;
ECG toont een verlengd PR-interval, verbrede QRS-complexen, verlaagd ST-segment en scherpe T-golven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
HypoMg kan verhinderen dat hypoK of hypoCa reageert op therapie ondanks kalium- resp. calciumsupplementatie.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/MCV</id>
		<title>MCV</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/MCV"/>
				<updated>2009-06-16T13:27:12Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Routineparameter, onderdeel van CBC.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Differentiatie anemie: micro - normo - macrocytair&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Langdurig contact met EDTA doet RBC opzwellen.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 60&lt;br /&gt;
| 70&lt;br /&gt;
| fl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 60&lt;br /&gt;
| 70&lt;br /&gt;
| µm3&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
| 55&lt;br /&gt;
| fl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
| 55&lt;br /&gt;
| µm3&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
| 60&lt;br /&gt;
| fl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 40&lt;br /&gt;
| 60&lt;br /&gt;
| µm3&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 46&lt;br /&gt;
| 65&lt;br /&gt;
| fl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 46&lt;br /&gt;
| 65&lt;br /&gt;
| µm3&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 16&lt;br /&gt;
| 25&lt;br /&gt;
| fl&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 16&lt;br /&gt;
| 25&lt;br /&gt;
| µm3&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
fl x 1 = µm3&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
µm3 x 1 = fl&lt;br /&gt;
Akita Inu	55 - 65 fl&lt;br /&gt;
Toy poedels	85 - 95 fl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
MCV wijzigt als een groot deel van de cellen aangetast is, maar daarom niet allemaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als een klein aantal RBC abnormaal van grootte is, zal dit onvoldoende zijn om MCV te wijzigen. Bij microscopisch onderzoek van een bloeduitstrijkje zal dit echter meer tot uiting komen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als abnormale MCHC en MCV microscopisch niet bevestigd kunnen worden en bovendien vergezeld gaan van een normale Hct, worden deze afwijkingen beter genegeerd. Langdurig contact (&amp;gt;1d) met EDTA doet cellen zwellen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Macrocytosis is meestal te wijten aan reticulocytosis (vooral 4 to 5d na een anemisch episode), myeloproliferatie en bij katten FeLV-infectie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Microcytosis wijst op aan chronisch ijzertekort.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pasgeborenen hebben nog veel grote RBC van foetale oorsprong waardoor het MCV ook hoog is. Het neemt gradueel af om, afhankelijk van de species, op 2 tot 12m te stabiliseren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kleine RBC zijn gevoeliger voor osmotische hemolyse dan grote.&lt;br /&gt;
Vitamine B12 tekort veroorzaakt geen macrocytose bij huisdieren, folaatdeficiëntie zelden.&lt;br /&gt;
Exceptioneel zijn RBC van racehonden iets groter.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/MCHC</id>
		<title>MCHC</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/MCHC"/>
				<updated>2009-06-16T13:23:11Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Routineparameter, onderdeel van CBC.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Differentiatie anemie: hypo - normo - hyperchroom&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Berekening&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 32&lt;br /&gt;
| 36&lt;br /&gt;
| g/dL RBC&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 20&lt;br /&gt;
| 22&lt;br /&gt;
| mmol/L RBC&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 30&lt;br /&gt;
| 36&lt;br /&gt;
| g/dL RBC&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 19&lt;br /&gt;
| 22&lt;br /&gt;
| mmol/L RBC&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 31&lt;br /&gt;
| 37&lt;br /&gt;
| g/dL RBC&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 19&lt;br /&gt;
| 23&lt;br /&gt;
| mmol/L RBC&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 31&lt;br /&gt;
| 34&lt;br /&gt;
| g/dL RBC&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 19&lt;br /&gt;
| 21&lt;br /&gt;
| mmol/L RBC&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 30&lt;br /&gt;
| 36&lt;br /&gt;
| g/dL RBC&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 19&lt;br /&gt;
| 22&lt;br /&gt;
| mmol/L RBC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
g/dL RBC x .6207 = mmol/L RBC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mmol/L RBC x 1.6111 = g/dL RBC&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
MCHC wijzigt als een groot deel van de cellen aangetast is, maar daarom niet allemaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als een klein aantal RBC een abnormale pigmentatie heeft, zal dit onvoldoende zijn om MCHC te wijzigen. Bij microscopisch onderzoek van een bloeduitstrijkje zal dit echter wel tot uiting komen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als abnormale MCHC en MCV microscopisch niet bevestigd kunnen worden en bovendien vergezeld gaan van een normale Hct, worden deze afwijkingen beter genegeerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hyperchromie is meestal artefactueel; het is immers onmogelijk om het Hgb van een normale RBC nog verder te verhogen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hypochromie is meestal te wijten aan reticulocytosis of ferriprieve anemie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het MCHC van pasgeborenen fluctueert slechts lichtjes met de leeftijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/MCH</id>
		<title>MCH</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/MCH"/>
				<updated>2009-06-16T13:21:17Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Routineparameter, onderdeel van CBC.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Berekening&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 19&lt;br /&gt;
| 25&lt;br /&gt;
| pg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 1.2&lt;br /&gt;
| 1.6&lt;br /&gt;
| fmol&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 13&lt;br /&gt;
| 17&lt;br /&gt;
| pg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 0.8&lt;br /&gt;
| 1.1&lt;br /&gt;
| fmol&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 13&lt;br /&gt;
| 19&lt;br /&gt;
| pg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 0.8&lt;br /&gt;
| 1.2&lt;br /&gt;
| fmol&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 11&lt;br /&gt;
| 17&lt;br /&gt;
| pg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 0.7&lt;br /&gt;
| 1.1&lt;br /&gt;
| fmol&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 5.2&lt;br /&gt;
| 8.0&lt;br /&gt;
| pg&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 0.3&lt;br /&gt;
| 0.5&lt;br /&gt;
| fmol&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
pg x .06207 = fmol&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
fmol x 16.1108 = pg&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Tussenstap in berekening MCHC. Biedt echter geen bijkomende klinische waarde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Pasgeborenen hebben een hoog MCH. Het neemt gradueel af om, afhankelijk van de species, op 2 tot 12m te stabiliseren&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lymfocyten</id>
		<title>Lymfocyten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lymfocyten"/>
				<updated>2009-06-16T13:10:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Referentiewaarden */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Routineparameter, onderdeel van WBC-formule en CBC&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Hematologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| EDTA-bloed&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| volledige haematologie: 1ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 13&lt;br /&gt;
| 30&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 20&lt;br /&gt;
| 55&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 20&lt;br /&gt;
| 45&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 45&lt;br /&gt;
| 65&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Geit&lt;br /&gt;
| 50&lt;br /&gt;
| 70&lt;br /&gt;
| %&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Absolute waarden&lt;br /&gt;
Hond	1000 - 4800 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Lymfopenie'' bestaat als&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   hond &amp;lt;2000/µl	3 - 6m&lt;br /&gt;
   hond &amp;lt;1500/µl	8 - 24m&lt;br /&gt;
   honbd &amp;lt;1000/µl	&amp;gt;2j&lt;br /&gt;
   Kat	        1500 - 7000 /µl&lt;br /&gt;
   Paard	1100 - 5300 /µl&lt;br /&gt;
   Rund 	2500 - 7500 /µl&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Jonge pups, kittens en veulens hebben meer lymfocyten en zullen vlugger een fysiologische lymfocytose ontwikkelen dan volwassen dieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Graduele ''lymfopenie ''is prognostisch ongunstig. Als een dier gezond lijkt kan het als vroeg teken van ziekte dienen. Persisterende lymfopenie duidt op blijvende stress. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Graduele normalisering van lymfopenie is prognostisch gunstig daar het blijk geeft van recovery van de ziektestress. Prognose wordt slecht wanneer het persisteert ondanks behandeling.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Reactieve lymfocyten , virocyten, immunocyten of reactieve lymfocyten'' zijn antigeen-gestimuleerde lymfocyten met een donkerblauw cytoplasma en een onregelmatig tot gekliefde kern en occasioneel een perinuclaire heldere zone (Golgi-apparaat) of azurofiele korreling. I.t.t. blasten die een fijn verdeeld chromatine hebben met duidelijke nucleoli of nucleolaire ringen.&lt;br /&gt;
Een zeldzame virocyt of zelfs blast-getransformeerde lymfocyt kan voorkomen bij een gezond dier (1-5/bloeduitstrijkje). Enkele tot meerdere virocyten worden aangetroffen bij zieke maar niet-leukemische of recent gevaccineerde dieren (1-5% van WBC). Hun aantal stemt niet overeen met de graad van immuunstimulatie en is evenmin pathognomisch voor een bepaalde ziekte.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Atypische lymfocyten'' = lymfocyten waarvan niet gezegd kan worden of ze neoplastisch dan wel reactief zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Granulaire lymfocyten'' = meestal NK-cellen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sommige lymfocyten bevatten azurofiele korrels en worden LGL (large granular lymphocytes) genoemd.&lt;br /&gt;
Microscopisch is er geen onderscheid tussen T- en B-lymfocyten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste circulerende lymfocyten zijn T-lymfocyten.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lood</id>
		<title>Lood</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lood"/>
				<updated>2009-06-16T13:06:40Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
Aantonen van loodintoxicatie: gastro-intestinale (anorexie, braken, acute diarree of constipatie) en neurologische symptomen (toevallen, blindheid)&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Toxicologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Atoomabsorptie spectrofotometrie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 50&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| .5&lt;br /&gt;
| 2.4&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
µg/dL x .048 = µmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
µmol/L x 20.7 = µg/dL&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Loodintoxicatie:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   &amp;gt;30 µg/dL = indicatief&lt;br /&gt;
   &amp;gt;60 µg/dL = diagnostisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anemie is slechts een laattijdig fenomeen in het beloop van een loodintoxicatie. Klachten beperken zich initieel tot het zenuw- en gastro-intestinaalstelsel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opstapeling van Zn ook wel ‘vrij’ Protoporfyrine IX in de RBC, samen met aminolevulinezuur tgv inhibitie van ALA-D en FER-Ch enzymen.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lipase</id>
		<title>Lipase</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lipase"/>
				<updated>2009-06-16T13:02:47Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Routineparameter voor hond en kat&lt;br /&gt;
Braken (zeker bij obese dieren), abdominale pijn&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Steriel abdominaal exsudaat&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Icterus&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorgeschiedenis van pancreatitis&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Altijd samen met amylase.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Pancreas&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum, Heparine-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Colorimetrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Nuchter&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;250&lt;br /&gt;
| IU/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;250&lt;br /&gt;
| mU/ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;250&lt;br /&gt;
| IU/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;250&lt;br /&gt;
| mU/ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 80&lt;br /&gt;
| IU/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 10&lt;br /&gt;
| 80&lt;br /&gt;
| mU/ml&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
IU/L x 1 = mU/ml&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mU/ml x 1 = IU/L&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Gevaar: Correleert niet met de ernst van pancreatitis, dus geen paniekwaarden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lage waarden correleren niet met EPI en zijn verder klinisch niet significant. Normale waarden sluiten EPI evenmin uit. Tot 50% van het serum lipase is afkomstig van niet-pancreas weefsel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Hyperlipasemie''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkel waarden meer dan twee tot drie keer de bovenste limiet zijn kenmerkend voor pancreatitis. Amylase is ook frequent gestegen (2-3x) bij nierinsufficiëntie maar niet bij prerenale. Acute pancreatitis en nierinsufficiëntie treden soms tegelijk op: in dit geval verwacht men een 3 tot 4-voudige stijging of hoger.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sommige honden met een vreemd voorwerp in de dundarm, chronische gastritis en abdominale carcinoma’s hebben een verhoogde lipase-activiteit zonder verder bewijs voor pancreatitis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veel katten met pancreatitis hebben normale amylase en lipasespiegels; hoewel lipase als meer pancreasspecifiek geldt.&lt;br /&gt;
De klaring van het  enzyme is afhankelijk van de nieren zowel in normale als pathologische omstandigheden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gedocumenteerde gevallen van pancreatitis bij paarden spreken over verhoogde amylase en lipase in serum, maar kan ook gestegen zijn in andere gastrointestinale problemen, zij het minder duidelijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een lage lipaseconcentratie bij honden elimeneert praktisch altijd het bestaan van pancreatitis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lipase hydrolyseert sneller middellange dan langketenvetzuren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Van alle pancreasenzymen wordt lipase het vlugst geïnactiveerd tijdens darmtransit, verder is het ook het meest kwestbare gebleken. Vetmalabsorptie zal dan ook eerder ontstaan dan dat van eiwit en khd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verteringsprodukten van vet reguleren de maaglediging. Bijgevolg zal enkel met voldoende lipase-activiteit in het duodenum een adequate hoeveelheid hydrolyseprodukten gevormd worden om de maaglediging te vertragen.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Leptospira_antistoffen</id>
		<title>Leptospira antistoffen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Leptospira_antistoffen"/>
				<updated>2009-06-16T12:53:48Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: /* Interpretatie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Honden met koorts, stollingsstoornissen (ecchymosen, epistaxis, petichiën, hematemesis, melena), braken, diarree, spierpijn, uveïtis, hoesten, dyspnee, pijn thv nieren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Koorts van ongekende oorsprong.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nier- of leverfalen van ongekende etiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Anemie, trombocytopenie, hyponatriemie, hypokaliemie, hyperfosfatemie, hypoalbuminemie, hypocalcemie, azotemie of verhoogde leverwaarden.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Serologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| microscopische agglutinatietest&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| 1 week&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!drempelwaarde&lt;br /&gt;
|1/100+&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
ZOONOSE !!!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
IgM verschijnt 1 week na infectie, IgG na 2 tot 3 weken met piekwaarden na 1 maand.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Belangrijkste nadeel van leptospira-serologie is dat men geen onderscheid kan maken tussen vaccinatie, een oude en een nieuwe infectie. Vaccinatie gaat gewoonlijk gepaard met hoge IgG maar lage IgM titers. De titer daalt bovendien snel. De verantwoordelijke serovar is diegene met de hoogste titer. Vaccins bevatten meestal meerdere serovars en de titers van alle serovars van een vaccin worden verwacht vergelijkbaar te zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een viervoudige verhoging van de titers in gepaarde sera bevestigt recente infectie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Definitieve diagnose is enkel mogelijk met urine donkerveldmicroscopie, fasecontrastmicroscopie of kweek. Hemokultuur is mogelijk in acute gevallen (enkele dagen tot 2w na inoculatie); urinekweek moet dikwijls herhaald worden o.w.v. een intermitterende excretie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Epidemiologie'':&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leptospiren zijn spirocheten, beweeglijke spiraalvormige bacteriën.  Er zijn twee species klinisch relevant onderverdeeld in verschillende serovars. Elke serovar heeft een reservoir van één of meerdere diersoorten, welke subklinisch geïnfecteerd kunnen geraken en het organisme maanden tot jaren kunnen uitscheiden. Hoewel de reservoir gastheren ziek kunnen worden, is de ziekte bij een incidentele gastheer veel erger. De periode van uitscheiding is bij deze laatsen wel korter en zijn dus minder besmettelijk voor andere dieren dan de reservoir gastheren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{|class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!L. interrogans serovars&lt;br /&gt;
|Reservoir&lt;br /&gt;
|Klinische ziekte&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. brataviae&lt;br /&gt;
|Hond, rat, muis&lt;br /&gt;
|Acute hepatitis en nieraantasting met bloeding&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. bratislava&lt;br /&gt;
|Rund&lt;br /&gt;
|Nefritis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. canicola&lt;br /&gt;
|Hond&lt;br /&gt;
|Acute interstitiële nefritis,chronische interstitiële nefritis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. hardjo&lt;br /&gt;
|Rund&lt;br /&gt;
|Subklinische interstitiële nefritis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. icterohaemorrhagiae&lt;br /&gt;
|Rat&lt;br /&gt;
|Acute bloeding met hoge koorts en sterfte,acuut leversyndroom met icterus, koorts en bloeding.&lt;br /&gt;
Uremie en hemorrhagische enteritis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. pomona&lt;br /&gt;
|Rund, varken&lt;br /&gt;
|Acute of subacute nierinsufficiëntie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
!L. tarassovi&lt;br /&gt;
|Rund, varken&lt;br /&gt;
|Acuut leversyndroom met icterus en depressie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
L kirschneri serovars:&lt;br /&gt;
L. Gryppothyphosa:Vole, wasbeer,	Chronische actieve hepatitis&lt;br /&gt;
	          skunk, opossum	Acute of subacute nierinsufficëntie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Pathogenese''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leptopsiren dringen het lichaam binnen via huidwondjes of intacte mucosae. Transmissie geschiedt ook via bijtwonden, venereaal, transplacentair en ingestie van gecontamineerd weefsel, aarde, water, bedding en voedsel. In een warme, vochtige omgeving kan het organisme meerdere maanden overleven.&lt;br /&gt;
Eens in de bloedbaan vermeerderen de kiemen in lever, nier, milt, CZS, oog en genitaaltractus. Lever en nieren worden het ergst aangetast en klinische symptomen worden gewoonlijk 7d na infectie waargenomen. De acute faze wordt meestal gekenmerkt door ANI. Leptospira toxines veroorzaken levernecrose met cholestase. Endotheliale schade tijdens de bacteriemie kan lijden tot DIC en thrombocytopenie. Hemolyse bij honden is weinig frequent maar mogelijk. Bij runderen leidt L. pomona vaak tot hemoglobinemie en -urie tgv een hemolytisch toxine.&lt;br /&gt;
De organismen worden uitgescheiden in de urine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gastheren met beschermende antilichamen zullen gewoonlijk het organisme elimineren en slechts milde of geen symptomen vertonen. Sommige honden elimeneren de infectie  zonder behandeling na 2-3w maar soms ontwikkelt zich ondanks sucesvolle behandeling van de acute faze een chronische hepatitis of nierinsuffiëntie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Therapie''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Streptomycine - Penicilline en derivaten zijn eerstekeus antibiotica.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Procaïne peni G 40.000 U/kg IM/SC bid.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na herstel van de nierfunctie wordt doxycycline 5 mg/kg bid toegediend gedurende 4-6w om een latent dragerschap te voorkomen.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Leishmania_antistoffen</id>
		<title>Leishmania antistoffen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Leishmania_antistoffen"/>
				<updated>2009-06-16T12:36:54Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Honden geïmporteerd of afgereisd uit endemische streken met&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''cutane vorm''': pustelaire dermatose, nodulaire tot ulceratieve dermatitis rond ogen, oren,  neus, hals, tarsus, elleboog en tenen, dermatosclerose, alopecia met schilfering&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''viscerale vorm''': anemie, koorts, spierfibrillatie, epistaxis, hepatomegalie, adenopathie, purulente conjunctivitis, cornea-ulceratie, keratitis, voortschrijdende paralyse achteraan beginnend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Serologie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Directe agglutinatietest&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| 1 week (titer) of dagelijks (sneltest)&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Vroegtijdige diagnose is belangrijk daar te laat behandelde dieren nooit genezen. De test detecteert IgM (vroeg stadium) en in mindere mate IgG (laat stadium, 14-28d na infectie). IFA detecteert enkel IgG.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De test kan NIET gebruikt worden om evolutie van de ziekte op te volgen en kan zelfs aanvankelijk negatief zijn (staalname tijdens de prepatente periode). Desgevallend wordt aangeraden de test na 6-8w te herhalen. Soms treft men gezonde, resistente honden aan (oude overwonnen infectie) die een positief resultaat geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Titers correleren niet met de ernst van de ziekte en zijn evemin geschikt om werkzaamheid van de behandeling na te gaan omdat al-titers meetbaar blijven na klinische genezing.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Titer &amp;gt; 1:20 duidt op blootstelling aan het agens, hetzij recent hetzij vroeger. (Hertest 2 tot 3 weken later om de evolutie van de Altiter na te gaan.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   IFA neg + LA pos = beginnende infectie&lt;br /&gt;
   IFA pos + LA neg = actieve infectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Flagelaat die cutane, mucocutane en viscerale aantasting veroorzaakt. Zandvliegen fungeren als vector voor de geflageleerde promastigoten, ze infecteren zich door een geïnfecteerde bloedmaaltijd. Eenmaal geïnjecteerd worden ze opgenomen door macrofagen en verspreid over gans het lichaam. Na een incubatieperiode van 1m-7j worden amastigoten gevormd en ontstaan huidletsels.&lt;br /&gt;
Het organisme lokt een zeer sterke immuunrespons uit met vorming van immuuncomplexen die glomerulonefritis en polyarthritis veroorzaken. Indien de functie van T-lymfocyten zwak is, zal de parasiet dissemineren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Honden ontwikkelen over het algemeen de viscerale vorm: gewichtsverlies, pu/pd, spieratrofie, braken, diarree, hoesten, epistaxis, niezen en melena. Splenomegalie, lymfadenopathie, huidletsels, koorts, rhinitis, dermatitis, icterus, pijnlijke gewrichten en uveïtis zijn frequente uitingen. 90% van de geïnfecteerde dieren hebben huidletsels bestaande uit hyperkeratose, schilfering, verdikking, ulcera en intradermale nodules van muil, pinnae, oren en zoolkussentjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spontane eliminatie is zeer onwaarschijnlijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Test met hoge gevoeligheid en specificiteit (80-100%), maar kan niet worden gebruikt als enig diagnostisch middel daar positieve resutaten worden bekomen bij sommige gezonde resistente honden die eerder met de parasiet in aanraking zijn geweest en negatieve resultaten worden bekomen bij aangetaste honden die (nog) geen antilichamen hebben geproduceerd (prepatente periode).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De titer begint gewoonlijk 3-6 weken na het begin van de therapie te dalen. (controversieel).&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lactaatdehydrogenase</id>
		<title>Lactaatdehydrogenase</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lactaatdehydrogenase"/>
				<updated>2009-06-16T12:34:01Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Lever/gal, Spier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum, Heparine-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Fotometrisch, kinetisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;500&lt;br /&gt;
| IU/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;500&lt;br /&gt;
| mU/ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1400&lt;br /&gt;
| IU/L&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1400&lt;br /&gt;
| mU/ml&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
IU/L x 1 = mU/ml&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
mU/ml x 1 = IU/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
''Specificiteit''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LDH wordt in tal van weefsels in belangrijke mate aangetroffen zodat de diagnostische waarde in vraag gesteld wordt, zeker bij hond en kat. Wanneer ook ALP, AST en (ALT) verhoogd zijn, ligt de oorzaak meestal bij de lever.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LDH is bruikbaar als diagnostisch hulpmiddel bij spieraandoeningen maar enkel samen met CPK en AST. Verhoging na spiernecrose treedt trager op i.v.t. CPK en blijft gewoonlijk hoog tot enkele dagen na een enkelvoudige insult. Wanneer myonecrose aanhoudt, heeft LDH ook de neiging om verhoogd te blijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Soms sterk verhoogd bij kwaadaardige processen zonder verder bewijs van orgaandysfunctie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dubbelmeting in serum en CSV laat toe de bloed-hersenbarrièrre te evalueren: normaal is LDH 10x sterker actief in serum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Fractionering bij paarden''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   LDH1	hartspier (myocardaandoeningen, secundair bij influenza, te zware inspanning)&lt;br /&gt;
   	RBC (hemolyse)&lt;br /&gt;
   LDH2	nier (cortexnecrose)&lt;br /&gt;
   	milt, RBC&lt;br /&gt;
   LDH3	intestinaal&lt;br /&gt;
   LDH4	lever&lt;br /&gt;
   LDH5	skeletspier&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lage_dosis_Dexamethasone_suppressietest</id>
		<title>Lage dosis Dexamethasone suppressietest</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Lage_dosis_Dexamethasone_suppressietest"/>
				<updated>2009-06-16T12:29:33Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Hond: Screening voor HAC (Cushing): zeer gevoelige test maar niet zo specifiek.&lt;br /&gt;
Differentiatie hypofyse-afhankelijk hyperadrenocorticisme - functionele bijniertumor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kat: Aantonen van HAC&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Bijnier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum, EDTA-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 2 x 0.3ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| immunochemiluminiscentie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
   Gebruik dexamethasone natriumfosfaat of polyethyleenglycol.&lt;br /&gt;
   Hond: 0.01 mg/kg dexa iv; basaal staal + (4h) en 8h p.i&lt;br /&gt;
   Kat: 0.1 mg/kg dexa iv; basaal staal + 4,6 en 8h p.i.&lt;br /&gt;
   Ideaal nadat de patiënt een nacht gehospitaliseerd werd. Excitatie vermijden.&lt;br /&gt;
   &lt;br /&gt;
   Paard: 0.04 mg/kg dexa (ca 20mg voor 450kg) im tss 12:00 en 4:00 pm ‘s namiddags; basaal staal + 20-24h p.i. &lt;br /&gt;
   (de volgende morgen).&lt;br /&gt;
Zeker niet subcutaan spuiten en correcte dosis gebruiken. &lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1.0&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;30&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1.0&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;30&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;1.0&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| &amp;lt;30&lt;br /&gt;
| nmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
µg/dL x 27.6 = nmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
nmol/L x .0362 = µg/dL&lt;br /&gt;
Hond en kat: waarden 8uur p.i.&lt;br /&gt;
Paard: de morgen na injectie.&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
''Hond'' &lt;br /&gt;
90-95% van de HAH en alle BT-gevallen worden aangetoond&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
   4u post dexa	       8u post dexa&lt;br /&gt;
      -	                &amp;lt;1.4 µg/dL	     Normaal&lt;br /&gt;
    &amp;lt;1.4 µg/dL	        &amp;gt;1.4 µg/dL	       HAH&lt;br /&gt;
   &amp;lt;50% vd basale conc	&amp;gt;1.4 µg/dL	       HAH&lt;br /&gt;
      -     	       &amp;gt;1.4 µg/dL en	       HAH&lt;br /&gt;
	           &amp;gt;50% vd basale conc	&lt;br /&gt;
    &amp;gt;1.4 µg/dL	        &amp;gt;1.4 µg/dL	     HAH of BT&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concentraties 1.9 - 1.4 µg/dL zijn niet diagnostisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Goede suppressie op 4u met herstel hoger dan de grenswaarde na 8u is pathognomisch voor HAH (60%). Het kan echter niet worden uitgesloten wanneer geen suppressie optreedt (40%). BT zijn altijd resistent aan dexa.&lt;br /&gt;
De test is niet zo specifiek: een abnormaal resultaat wijst niet automatisch op Cushing. Het suppresief effect van dexa is ook afwezig bij sommige andere chronische ziekten en na toediening van middelen zoals corticosteroïden en fenobarbital. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een normaal resultaat sluit HAC niet automatisch uit. De test is nochtans gevoelig maar de interpretatie kan moeilijk worden wanneer de 8h waarde dichtbij het beslispunt ligt. Hoe ernstiger de ziekte hoe waarschijnlijker de test zal afwijken. De test differentieert niet tussen iatrogeen en spontaan hyperadrenocortisme en kan niet gebruikt worden om mitotaan of ketoconazoletherapie op te volgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   Suppresie =&lt;br /&gt;
   4u p.i. &amp;lt;50% vd basale conc&lt;br /&gt;
   4u p.i. &amp;lt;1.4 µg/dL (40 nmol/L)&lt;br /&gt;
   8u p.i. &amp;lt;50% vd basale conc&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Kat''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
20% van de normale katten vertonen geen suppressie 8u post dexa; dit komt met name voor wanneer een lagere dosis dexa gebruikt wordt. LDDST mag in elk geval nooit de enige test zijn om hyperA te diagnosticeren bij katten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   4,6 en 8u post dexa &amp;gt;1.4 µg/dL 	sterk suggestief &lt;br /&gt;
   4u en/of 6u &amp;lt;1,4 µg/dL, 8u &amp;gt;1.4 µg/dL	suggestief, HDDST aangewezen&lt;br /&gt;
   8u post dexa 1.0-1.4 µg/dL	niet diagnostisch&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Principe'''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruik makend van het negatieve feedback-systeem tussen bijnier en hypofyse wordt de hypofysaire ACTH-release onderdrukt met een lage dosis dexamethasone. Normale dieren zullen gedurende lange tijd reageren met een verlaagde cortisolspiegel; bij HAH zal cortisol initieel ook zakken maar vlug terug verhogen; functionele bijniertumoren produceren autonoom cortisol en de spiegel blijft dus hoog.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De beste diagnostische test voor hyperA. Gevoeligheid 85 - 95% en specificiteit 90 - 95%. De interpretatie wordt echter moeilijk wanneer de 8h waarde dichtbij het beslispunt ligt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De test is bij katten niet erg bruikbaar daar sommige normale dieren ontsnappen aan suppressie op 8h. Als waarde op 4h &amp;lt;1.5 µg/dL en op 8h hoger, moet een HDDST uitgevoerd worden.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Kristallen_urinesediment</id>
		<title>Kristallen urinesediment</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Kristallen_urinesediment"/>
				<updated>2009-06-16T12:01:19Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Onderdeel routine urineonderzoek, screeningtest voor elk ziek dier.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zeker bij elke urinewegaandoening, oligurie, polyurie, polydipsie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hematurie, troebele urine.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Urinewegen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Urine&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 15ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Microscopisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| dagelijks&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
Het is belangrijk NIET TE VEEL WAARDE te hechten aan de aanwezigheid van kristallen in onverse urine. Voor de vorming van kristallen moet de urine overgesatureerd zijn met kristalcomponenten. pH, Sg en excretie van farmaca zijn in vivo factoren die een rol kunnen spelen in de kristallogenesis. In vitro variabelen zijn temperatuur, evaporatie, pH en staalvoorbereiding. Kristallurie alleen is dus geen bewijs voor urolithiasis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veel kristallen kristaliseren uit door afkoeling van de urine. Hun aantal is afhankelijk van de pH, SG en concentratie van bestanddelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bicarbonaatkristallen zijn normale componenten van paardenurine aangezien fosfaat in supergesatureerde staat aanwezig is en dus makkelijk uitkristalliseert.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Stenen kunnen voorkomen zonder kristallurie en omgekeerd. Wanneer beide aanwezig zijn (na echo- of radiografie en urineonderzoek) komt het kristaltype meestal wel overeen met het steentype. Tijdens infectie met urease producerende kiemen kunnen struvietstenen ontstaan in aanwezigheid van reeds gevormde silicaat- of calciumoxalaatstenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kristalurie is steeds een risicofactor voor het vormen van urethraplugs bij katers evenals voor recidieven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij katten &amp;lt;8j meestal struviet en &amp;gt;8j calciumoxalaat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Amorfe uraat.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij iLUTD en UTI kunnen kristallen aanwezig zijn maar meestal niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De blijvende aanwezigheid van zware kristalurie is een risicofactor voor urethraobstructie bij katers en voor dieren die recidiverend stenen vormen.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Creatinine</id>
		<title>Creatinine</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Creatinine"/>
				<updated>2009-06-16T11:55:35Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Nierscreening&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Braken, gewichtsverlies, anemie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polyurie/polydipsie, anurie, oligurie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dehydratatie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Proteinurie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Chronische urineweginfectie&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring behandeling met nefrotoxische farmaca&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Monitoring nierinsufficiëntie&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Nier&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum, Heparine-plasma&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Colorimetrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| zelfde dag&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Om de exacte serumconcentratie te kennen moet men het dier 24u laten vasten.&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 0.4&lt;br /&gt;
| 1.2&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 35&lt;br /&gt;
| 106&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 0.4&lt;br /&gt;
| 1.9&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 35&lt;br /&gt;
| 168&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Paard&lt;br /&gt;
| 0.8&lt;br /&gt;
| 1.8&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 71&lt;br /&gt;
| 159&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Rund&lt;br /&gt;
| 1.0&lt;br /&gt;
| 2.0&lt;br /&gt;
| mg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 88&lt;br /&gt;
| 177&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
mg/dL x 88.402 = µmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
µmol/L x .0113 = mg/dL&lt;br /&gt;
   Hond	70 µmol/L + lichaamsgewicht&lt;br /&gt;
   	&amp;lt;3m	&amp;lt;66 µmol/L&lt;br /&gt;
   	&amp;lt;1j	&amp;lt;93 µmol/L&lt;br /&gt;
   &lt;br /&gt;
   Kat	&amp;lt;1j	&amp;lt;106 µmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waarden zijn het hoogst bij jonge, mannelijke en goed gespierde dieren.&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
De productie van kreatinine is relatief stabiel. Een eventuele afname van de spiermassa dient in overweging genomen te worden wanneer waarden licht of niet gestegen zijn en er toch sprake is van verhoogd ureum daar veel nierpatiënten anorectisch zijn en in een katabole staat verkeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verminderde renale excretie is de belangrijkste overweging bij een azotemische patiënt. De oorzaak van azotemie kan prerenaal, intrarenaal of postrenaal gelegen zijn. De differentiatie hiervan is gebaseerd op klinische bevindingen, urineonderzoek en respons op therapie, hoewel in sommige gevallen uitdagend:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''prerenaal''': elke toestand waarbij een verminderde nierdoorbloeding kan bestaan. Een hoog urinair Sg ligt voor de hand maar men dient er zich bij acute gevallen van te vergewissen dat de beoordeelde urine geproduceerd werd tijdens het optreden van de klachten en niet reeds in de blaas aanwezig was: prenale azotemie kan ontstaan in respons op erge, acute dehydratatie en als renaal bestempeld worden wanneer de weinige en sterk geconcentreerde urine verdund wordt door de in de reeds in de blaas aanwezige. Na correctie van de onderliggende oorzaak verdwijnt de azotemie tenzij een langdurige hypoperfusie van de nieren bestaan heeft en de nieren irreversiebel beschadigd zijn.&lt;br /&gt;
	Verder bestaan er situaties waarin prerenale dehydratatie gepaard gaat met een verminderd concentrerend vermogen of omgekeerd: furosemidetherapie, paraneoplastische hyperCa&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''intrarenaal''': azotemie i.a.m. een persisterend isosthenurie (zie urinair Sg)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
- '''postrenaal''': meestal tgv ruptuur of obstructie van de urinewegen; dikwijls gepaard met abdominale effusie waarin een hogere concentratie kreatinine dan in serum. Het urinair Sg is afhankelijk van de hydratatietoestand van het dier.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ureum en kreatinine zijn ongevoelige parameters voor detectie van nierschade daar de GFR tot op 25% moet teruggevallen zijn (bij katten zelfs minder) eer deze parameters verhogen. Kreatinine gaat eerder stijgen dan ureum igv nierinsufficiëntie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
   2-3 mg/dL: indicatief voor verminderde nierperfusie&lt;br /&gt;
   &amp;gt;3 mg/dL: significant (chronische of primaire acute NI, urinewegobstructie -of ruptuur)&lt;br /&gt;
   &amp;gt;5 mg/dL: slechte prognose&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Prerenale azotemie is geen noodzakelijke bevinding bij neonati ondanks erge dehydratatie daar het diluerend of concentrerend vermogen van hun nieren in respons op wijzigingen in het ECV slechts beperkt is. De GFI bereikt adulte waarde op 10w bij pups en op 9w bij kittens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij paarden is een verhoging met 0.3 mg/dL tijdens behandeling met nefrotoxische farmaca in een anderzijds euwolemisch dier verdacht voor beginnende nierschade.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Lage kreatineconcentratie wordt gevonden bij een significant verlies aan spiermassa en dracht (verhoogde cardiac output en dus GFR).&lt;br /&gt;
Kreatinine wordt irreversiebel gevormd tijdens het spiermetabolisme van kreatine en fosfokreatine. De hoeveelheid kreatinine die elke dag gevormd wordt, hangt af van de totale lichaamsinhoud aan kreatine dat gefosforyleerd wordt. Dit hangt op zijn beurt af van de dietaire inname, synthesesnelheid van kreatine maar vooral van de spiermassa. Spiertrauma -of ontsteking beïnvloeden de serumconcentratie niet direct. Factoren die echter de spiermassa beïnvloeden zoals atrofie enerzijds en training anderzijds, beïnvloeden tevens de creatinepool en dus de hoeveelheid kreatinine die dagelijks geproduceerd wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
I.v.t. ureum heeft het voedingseiwitgehalte weinig invloed op de serumconcentratie; nochtans kan het uit de darm geabsorbeerde kreatinine na een vleesrijke maaltijd het serumgehalte doen stijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het MG is beduidend hoger dan dat van ureum waardoor het trager doorheen de lichaamscompartimenten diffundeert. Het weinige dat in het darmlumen terecht komt, wordt afgebroken door de bacteriële flora en uitgescheiden via de faeces. Het gros verlaat het lichaam echter via renale weg: het wordt ongehinderd door de glomeruli doorgelaten en wordt door de tubuli noch geresorbeerd noch gesecreteerd; de excretie is omgekeerd evenredig tot de GFI en dus een veel betere indicator voor de nierfunctie dan ureum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de mannelijke hond zou een extreem zwak proximaal tubulair secretiemechanisme bestaan dat niet kon aangetoond worden bij teven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het populatiegemiddelde voor Greyhounds op rust ligt hoger dan dat van de totale hondenpopulatie. (0.8 - 1.6; µ 1.2). Dit geldt ook voor Bullterriers en bij algemeenheid alle gespierde rassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Polyurie met een lichte azotemie is niet noodzakelijkerwijs te wijten aan nierinsufficiëntie. Bij elke oorzaak van polyurie zal onvermogen om het verloren lichaamswater te compenseren door drinken uiteindelijk leiden tot dehydratatie, verminderde nierperfusie en matige azotemie. Daarom is het van uiterst belang ook de urine te onderzoeken bij een kandidaat nierpatiënt (SG) en de ureumkreatinine concentratie te bepalen die in dezelfde mate verhoogd moet zijn.&lt;br /&gt;
Aan de andere kant zal langdurige (2u) slechte nierdoorbloeding leiden tot ischemie en een onomkeerbaar nierletsel (acute tubulaire necrose) waardoor echte nierinsufficiëntie ontstaat.&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Koper</id>
		<title>Koper</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://wikilab.zoolyx.be/mediawiki/index.php/Koper"/>
				<updated>2009-06-16T11:37:53Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Frank: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Koperintoxicatie bij schapen&lt;br /&gt;
Koperdeficiëntie bij rundvee&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Doelorganen&lt;br /&gt;
| Ionogram&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Staal&lt;br /&gt;
| Serum&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Minimum hoeveelheid&lt;br /&gt;
| 0.2ml&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Methode&lt;br /&gt;
| Colorimetrisch&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Resultaat&lt;br /&gt;
| week&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Referentie-interval==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
!&lt;br /&gt;
! Laag&lt;br /&gt;
! Hoog&lt;br /&gt;
! Eenheid&lt;br /&gt;
! &lt;br /&gt;
! Laag SI&lt;br /&gt;
! Hoog SI&lt;br /&gt;
! SI eenheid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Hond&lt;br /&gt;
| 100&lt;br /&gt;
| 200&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 15.7&lt;br /&gt;
| 31.5&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Kat&lt;br /&gt;
| 85&lt;br /&gt;
| 105&lt;br /&gt;
| µg/dL&lt;br /&gt;
| &lt;br /&gt;
| 13.4&lt;br /&gt;
| 16.5&lt;br /&gt;
| µmol/L&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
===Conversie===&lt;br /&gt;
µg/dL x .1574 = µmol/L&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
µmol/L x 6.3532 = µg/dL&lt;br /&gt;
120 bovenmarge hond ?&lt;br /&gt;
== Interpretatie ==&lt;br /&gt;
De serumconcentratie igv koperstapelingsziekte (Bedlington terriër, Dobberman en Westie) is normaal, de concentratie in de lever is echter vehoogd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Category:LabWijzer]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Frank</name></author>	</entry>

	</feed>